
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
yakusetsu・約說
kamikudaku・噛碎く
(噛み砕く) t.w. fijnkauwen.
kurumeru・包める
t.w. (1) [總括する] samenvatten; opsommen; in 't kort zeggen. (2) [歸結する] verleiden.
yōten・要點
(要点) zn. hoofdzaak v.; punt, waar het op aan komt. ¶ 要點を略述する beknopt samenvatten; hoofdinhoud in 't kort weergeven.
yakugen・約言
zn. samenvatting v.; korte wedergave. ¶ 約言する in 't kort weergeven; samenvatten; resumeeren. ¶ 約言すれば in 't kort gezegd; het komt hierop neer.
tsuzumeru・約める
t.w. (1) [減少] verminderen; inkrimpen; beperken. (2) [簡約] in ’t kort samenvatten; resumeeren; beknopter mededeelen. ¶ 約めて言へば in ’t kort gezegd; om kort te gaan.
tsumamu・撮む
t.w. (1) [指で] knijpen; tusschen duim en vinger grijpen; oppikken. (2) [摘要] samenvatten; resumeeren; beknopt weergeven. (3) [ばかす] beheksen; betooveren. ¶ 摘んで言へば in ’t kort gezegd; om kort te gaan. ¶ 箸で撮む met de eetstokjes oppikken.
SUPPLEMENT (trefwoord)
fukuzatsu・複雑
zn. (〜な, ~na) adj. complex; gecompliceerd; ingewikkeld; verwikkelingen in de omstandigheden, structuur of relaties van een zaak; door verwikkelingen niet eenvoudig uit de leggen of te begrijpen; moeilijk; niet oppervlakkig; bewerkelijk. ¶ 複雑炭水化物って何か知ってますか。 Fukuzatsu tansui kabutsu tte nani ka shittemasu ka. Weet je iets van complexe koolhydraten? (TTC) ¶ 女は仕事のことを尋ねられると、「私の仕事は複雑なので一言では要約できません」と言った。 Kanojo wa shigoto no koto wo tazunerareru to, ‘Watashi no shighoto wa fukuzatsu na no de, hitokoto de wa yōyaku dekimasen’ to itta. Toen haar werd gevraagd naar haar werk zei ze ‘Aangezien mijn werk ingewikkeld is kan ik het niet in een enkel woord samenvatten’. (TTC) ¶ 彼の嘘が事態を複雑にした。 Kare no uso ga jitai wo fukuzatsu ni shita. Zijn leugen maakte de zaak ingewikkeld. (TTC) ¶ 脳の構造は複雑だ。 Nō no kōzō wa fukuzatsu da. De structuur van het brein is complex. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <samenvatten>
ダイジェストする daijesutosuru samenvatten; resumeren; condenseren
一括する ikkatsusuru (1) bijeenvoegen; als één beschouwen; bundelen; tot een geheel samenvoegen; onder één noemer brengen; op één hoop gooien; (2) samenvatten; resumeren
圧縮する asshukusuru (1) opeendrukken; samendrukken; samenpersen; samenpakken; comprimeren; (2) samenvatten; condenseren; verdichten; resumeren
抄録する shōrokusuru (1) excerperen; uitlichten; een uittreksel maken van; (2) samenvatten; resumeren; een samenvatting maken van
抜粋する bassuisuru excerperen; selecteren (uit); uitlichten; uittrekken; extraheren; [enkele fragmenten;passages enz.] eruit halen; een uittreksel; selectie; excerpt maken (van); bloemlezen (uit); resumeren; samenvatten
摘む tsumamu (1) knijpen; dichtknijpen; met de vingertippen opnemen; tussen duim en vinger nemen; [鼻を〜] neus dichtknijpen ; (2) toetasten; ervan nemen en eten; er een proefje van nemen; (3) [要点を〜] samenvatten; recapituleren; resumeren
概括する gaikatsusuru veralgemenen; generaliseren; samenvatten; recapituleren; resumeren
結 ketsu (1) besluit; einde; eind; (2) slotvers; laatste vers; versregel; (3) [boeddh.] bandhana; samyojana; gehechtheid; (4) [maatwoord voor aaneengeregen munten;munteenheid ter waarde van 1.000 mon 文]; (a) rijgen; samenbinden; (b) monteren; organiseren; (c) bundelen; samenvatten; (d) consolideren; stremmen; (e) besluiten; aflopen; (f) verstoppen
統括する tōkatsusuru samenvoegen; samenvatten; recapituleren; resumeren; samenbundelen; tot één maken
総括する sōkatsusuru veralgemenen; generaliseren; veralgemeniseren; algemene conclusies trekken uit; samenvatten; recapituleren; resumeren
纏める matomeru (1) samenvatten; bundelen; samenbrengen; vergaren; verzamelen; samenbundelen; bijeenzamelen; verenen; tot één maken; bijeenbrengen; samenvoegen; [i.h.b.] compileren; (2) rangschikken; ordenen; vormgeven; (3) afdoen; afhandelen; settelen; regelen; beslechten; bewerken; afconcluderen; voleindigen; ten einde brengen; uitmaken; [i.h.b.] bijleggen; bemiddelen; tot een vergelijk brengen; tot stand brengen; beklinken; afsluiten; afronden; afwerken
要約する yōyakusuru samenvatten; resumeren; recapituleren
要 yō (1) hoofdzaak; essentie; kern; kernpunt; hoofdpunt; spil (waar alles om draait); hoofddoel; hoofdbedoeling; (2) nood; noodzaak; vereiste; must; (3) noodzakelijk; vereist; nodig; (a) eisen; vorderen; vergen; (b) onontbeerlijk; nodig; noodzakelijk zijn; (c) besluiten; samenvatten; (d) kern; hoofdzaak; spil; (e) wachten; opwachten
集約する shūyakusuru samenvatten; samenballen; comprimeren; condenseren; integreren
Tijd: 1.4 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'samenvatten').
2005-2026
