t.w. laten naderen. ¶ 寄附けぬ op een afstand houden.
i.w. (1) [近寄る] naderen; naderbij komen. (2) [集まる] samenkomen; elkaar ontmoeten. (3) [立寄る] aanloopen; aangaan; bezoek brengen. ¶ 火の傍に寄り給へ kom wat dichter bij het vuur. ¶ お歸りにお寄り下さい kom even aan als je naar huis gaat.
i.w. aansluiten; dicht naast elkaar gaan; elkaar naderen.
zn. begin o.; opening v. ¶ 寄附く naderkomen; naderen.
(詰め寄る) i.w. opdringen; dicht naderen.
t.w. dicht doen naderen.
zn. suppletoire storting v. ¶ 追納する verder betalen; nader storten.
Tijd: 1.66 sec. jiten.nl: 7 treffers, (zoekopdracht: 'nader').