
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
waki・脇
zn. (1) [胸] zijde van de borst. (2) [側] kant m. bw. (3) [他所] elders. ¶ 脇に行く op zijde gaan. ¶ 脇の zijdelingsch; ander; van ter zijde; van den anderen kant. ¶ 脇に(そばに) naast; ter zijde van; op zijde; (腋下に) onder den arm; in de zijde. ¶ 脇に寄る op zij gaan. ¶ 脇へ座る naast iemand gaan zitten. ¶ 脇に抱へる onder den arm dragen. ¶ 人を脇へ連れて行く iemand ter zijde nemen. ¶ 話を脇へそらす het gesprek op een ander onderwerp brengen. ¶ 流を脇へ向ける stroom afleiden. ¶ 脇の目で見る als omstander aanzien; van ter zijde zien.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <naast>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
に加えて nikuwaete naast; behalve; benevens; bij; boven; buiten; in aanvulling op
に就いて nitsuite (1) omtrent ~; over ~; betreffende ~; met betrekking tot ~; in verband met ~; aangaande ~; wat betreft ~; ten aanzien van ~; op het punt van ~; (2) langs ~; aan de zijde van ~; naast ~; (3) met ~; in gezelschap van ~; onder [begeleiding van ~]; (4) voor ~; à ~; per ~
の他に nohokani behalve; buiten; naast; boven; benevens; afgezien van; op … na
の傍らに nokatawarani naast; aan de kant; zijde van; opzij van; bij; dichtbij; nabij; vlakbij; kortbij; langs; [gew.] nevens; [gew.] neffens
傍ら katawara (1) zijde; zij; kant; zijkant; (2) naast; buiten; behalve; daarnaast; daarbuiten; [gew.] nevens; [gew.] neffens
外 hoka (1) elders; ergens anders; (2) iemand anders; een ander; nog iemand; iets anders; nog iets; daarbuiten; buiten ~; naast ~; boven ~; behalve ~; (3) [benadrukt de afwezigheid van een alternatief]
次 ji (1) [veroud.] volgorde; rangorde; (2) volgend; eerstvolgend; eerstkomend; aanstaand; naast; (3) [chem.] [= duidt aan dat het oxidatiegetal substandaard is]; (4) [maatwoord voor frequentie;aantal keren;volgorde;rangorde;graad]; (a) volgen; volgend; tweede; (b) volgorde; rangorde; (c) onderweg; halverwege; (d) aantal keren; frequentie; (e) verblijven; verblijfplaats; (f) sterrenbeeld; constellatie
身近 midhika (1) nabij; dicht; naast; in de buurt; dichtbij; nabijzijnd; (2) vertrouwd
身近な midhikana (1) nabij; dicht; naast; dichtbij; nabijzijnd; (2) vertrouwd
近 kin (a) dichtbij; naderen; nabijheid; (b) recent; (c) close; meest verwant; naast; (d) gelijkend
隣;隣り tonari hiernaast; naast; ernaast; vlak naast; naburig; naastgelegen; aangrenzend; belendend; aanpalend; aanliggend; adjacent; contigu; buur-
Tijd: 1.95 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'naast').
2005-2026
