日蘭辭典+

10 resultaten voor ‘aansluiten’
日蘭辭典 (trefwoord)
renraku連絡
zn. verbinding v.; connectie v.; aansluiting v. ¶ 國際連絡運輸 doorgaand internationaal verkeer. ¶ 連絡切符 doorgaand biljet. ¶ 學校連絡 aansluiting der scholen. ¶ 連絡ある samenhangend. ¶ 連絡なき onsamenhangend; zonder verband; geen aansluiting. ¶ 連絡する verbinden; verbinding vormen; aansluiten. ¶ 此の汽車汽船連絡して居る deze trein sluit aan op de boot; deze trein rijdt in aansluiting met de boot.
kuwawaru加はる

i.w. (1) [增加] toenemen; vermeerderen. (2) [參加] deelnemen; zich voegen bij; meedoen; zich aansluiten. ¶ 風力が加はる de wind wordt hoe langer hoe sterker. ¶ 戰爭に加はる aan den oorlog deelnemen.

yorisou寄添ふ
tsuraneru連ねる
tsuranaru連る

(連なる) i.w. (1) [連續] zich verbinden; zich vereenigen; band vormen; zich aansluiten. (2) [整列] in een rij staan; rij vormen. (3) [參列] bijwonen; tegenwoordig zijn. (4) [關係] in verband staan; in relatie staan; verbonden zijn aan. ¶ 連った onafgebroken; aaneengestoten.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aansluiten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
引く hiku (1) trekken (aan); halen; [een hendel;de trekker enz.] overhalen; [naar zich] toetrekken; aanhalen; [een boog] spannen; opspannen; (2) [de aandacht] trekken; [klanten] aantrekken; [sympathie] winnen; [belangstelling] wekken; (3) [een vaartuig] jagen; slepen; [een schip] treilen; [een trekdier] geleiden; leiden; (4) citeren; aanhalen; (5) stammen uit; afstammen van; [系統を] afkomen van; spruiten uit; [i.h.b.] aarden naar; (6) [hout] zagen; [op een pottenbakkersschijf] draaien; (7) malen; vermalen; fijnmalen; (8) [een lijn;een draad] trekken; lijnen; spinnen; [een rechte] beschrijven; (9) aanhouden; rekken; (10) [gordijnen] dichttrekken; dichtdoen; (11) aanbrengen; besmeren; bedekken; bestrijken; (12) [elektriciteit] aanleggen; installeren; aansluiten; [water (door buizen enz.)] aanvoeren; [veroud.] aanleiden; (13) [een getal] aftrekken; [een bedrag] afhouden; in mindering brengen; afnemen; [iets in prijs] verlagen; afdoen; verminderen; reduceren; terugbrengen; [i.h.b.] korting geven; (14) [de troepen] terugtrekken; intrekken; [visnetten] ophalen; [de handen (van iets)] aftrekken; (15) overrijden; omrijden; omverrijden; aanrijden; (16) achteruitgaan; teruggaan; terugtrekken; afgaan (van); terugwijken; (17) zich retireren; zich terugtrekken; verlaten; [veroud.] resigneren; (18) afnemen; zakken; dalen; wijken; wegtrekken; teruglopen
接続する setsuzokusuru verbinden; aansluiten; voegen (aan); aaneenvoegen; aaneensluiten; aaneenschakelen; aaneenkoppelen; (samen)koppelen; samenvoegen; verenigen; aankoppelen; aansluiten; aaneensluiten; samenkoppelen; [spoorw.] aansluiting hebben
結ぶ;掬ぶ musubu (1) binden; verbinden; vastbinden; dichtbinden; [紐を〜]knopen; dichtknopen; vastknopen; vastleggen; vastmaken; samenbrengen; voegen; samenvoegen; verenigen; aanbinden; aaneenvoegen; aaneensluiten; aansluiten; aaneenschakelen; koppelen; samenkoppelen; in verband brengen; relateren; (2) vormen; maken; [vrucht] dragen; [vriendschap enz.] sluiten; [betrekkingen enz.] aanknopen; [een coalitie enz.] aangaan; [de handen enz.] ineenslaan; [een contract enz.] afsluiten; (3) beëindigen; besluiten; afsluiten; (4) (掬ぶ) met de handen [water enz.] scheppen; met de handen opscheppen; (5) [実を〜] vruchten dragen
繋ぎ合わせる tsunagiawaseru verbinden; samenbinden; aan elkaar binden; aaneenvoegen; samenvoegen; koppelen; samenkoppelen; aaneenkoppelen; aaneensluiten; aaneenschakelen; aansluiten; linken
連結する renketsusuru aansluiten; aaneenkoppelen; aaneenschakelen; koppelen; schakelen; aankoppelen; connecteren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.38 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'aansluiten'). 
2005-2026