RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <relatie>
コネクション konekushon (1) connecties; invloedrijke relaties; contacten; (2) connectie; verband; betrekking; relatie; (3) drugscircuit; [i.h.b.] drugskoerier; [euf.] contactman
世 yo (1) mensenleven; leven; levensduur; levenstijd; generatie; (2) tijdperk; tijd; era; [i.h.b.] heerschappij; regering; (3) familiehoofdschap; patriarchaat; (4) [boeddh.] leven; bestaan; existentie; (5) [boeddh.] lekenbestaan; lekenwereld; seculiere; profane wereld; (6) samenleving; maatschappij; leven; wereld; (7) maatschappelijke positie; stand; (8) tijdsgeest; tijdstroom; trend; (9) levensonderhoud; kost; (10) periode; tijd; gelegenheid; moment; (11) land; rijk; (12) relatie; liaison; liefdesbetrekking
交渉 kōshō (1) onderhandelingen; besprekingen; discussie; pourparlers; overleg; [i.h.b.] gemarchandeer; [veroud.] negotiatie; (2) relatie; contact; connectie; het iets te maken hebben met; betrekkingen; omgang
付き合い tsukiai (1) omgang; verkeer; betrekking; contact; gemeenschap; relatie; gezelschap; vriendschap; anschluss; [i.h.b.] verkering; kennissen; kennissenkring; (2) [meegaan enz. uit] sociale beleefdheid
取引先 torihikisaki klant; afnemer; relatie; handelsrelatie; zakenrelatie
因果関係 ingakankei verband; relatie; betrekking tussen oorzaak en gevolg; causaal verband; oorzakelijk verband; oorzakelijkheid; causaliteit
寄せ yose (1) verzameling; samenbrenging; (2) [go;shōgi] eindspel; laatste fase van een partij; laatste zetten; eindzetten; (3) [golf] approach; (4) aangetrokkenheid; vertrouwen; (5) zorg; hoede; toezicht; (6) band; betrekking; relatie; (7) reden; grond; (8) [tanka] geassocieerd woord; associatiewoord; (9) [kabuki] trommuziek bij de entree van een personage
御存じ;御存知;ご存じ;御存 gozonji (1) het weten; kennis; besef; bewustzijn; wetenschap; (2) bekende; kennis; relatie; iemand met wie men regelmatig omgaat; (3) het weten; het kennis hebben van; het kennis dragen van; het bekend zijn met; het op de hoogte zijn van; het kennen
情事 jōji (1) hartszaak; (2) staat; omstandigheden; toestand; situatie; (3) hartsaangelegenheid; liefdesaangelegenheid; liefdesaffaire; liefdesbetrekking; liefdesverhouding; (4) liefdesavontuur; buitenechtelijke verhouding; relatie; affaire; liaison; avontuurtje; galanterie; amourette; romance; idylle; intimiteiten; [veroud.] minnarij
折り合い oriai (1) betrekkingen; relatie; omgang; verstandhouding; verhouding; (2) compromis; vergelijk; schikking; overeenkomst; akkoord; overeenstemming
故 yue (1) reden; oorzaak; (2) aanzienlijke afkomst; goede komaf; (3) smaak; charme; (4) band; betrekking; relatie; (5) ongeval; ongeluk; (6) […ゆえ] door; wegens; vanwege; (7) […ゆえ] hoewel; ofschoon; schoon; terwijl
濃い koi (1) (van een kleur) donker; (van een kleur) niet licht; (van een kleur); diep; (2) (van koffie; thee; etc.) sterk; (van koffie; thee; etc.) scherp; prikkelend; (3) (van soep) dik; (van soep) rijk; (4) (van mist) dicht; (5) (van baard) zwaar; (van baard) dichtbegroeid; (6) (van een relatie; vriendschap; etc.) intiem; (van een relatie,; vriendschap; etc.) vertrouwelijk; (van een relatie; vriendschap; etc.); persoonlijk; (van een relatie; vriendschap; etc.) innig; (van een; relatie; vriendschap; etc.) nauw; (van een relatie; vriendschap; etc.); nabij
結び付き musubitsuki relatie; betrekking; connectie; verband; band; verbinding
絡み karami (1) omgang; interactie; verwikkeling; betrokkenheid; relatie; verband; (2) [kabuki] bijfiguur
縁故 enko (1) bloedband; bloedverwantschap; (2) bloedverwant; verwant; (3) connectie; relatie; band; contact
縁 en (1) kans; toevallige gebeurtenis; lot; toeval; karma; (2) band; betrekking; relatie; connectie; verwantschap; (3) verband; relatie; connectie; samenhang; (4) veranda; waranda; loggia
縁;所縁 yukari band; betrekking; relatie; connectie
繋がり;繋 tsunagari (1) verband; betrekking; relatie; binding; link; band; verhouding; connectie; verbinding; [i.h.b.] betrokkenheid; (2) verwantschap; parentage; filiatie; maagschap(sband)
義 gi (1) gerechtigheid; recht; rechtvaardigheid; gerechtvaardigdheid; gerechtige zaak; (2) betekenis; inhoud; zin; strekking; (3) band; betrekking; relatie; (4) aangetrouwd; behuwd-; schoon-; (5) kunst-; vals
誼み;好しみ yoshimi vriendschap; vriendschappelijkheid; vriendschappelijke betrekkingen; verhouding; relatie; vertrouwde omgang; amicaliteit; kameraadschap
連係 renkei verband; connectie; betrekking; link; contact; relatie
間柄 aidagara verhouding; relatie; betrekking; band; binding; verstandhouding; [fig.] voet; omgang
関わり kakawari (1) verband; relatie; betrekking; connectie; verhouding; betrokkenheid; (2) betrokkene; belanghebbende
関係 kankei (1) relatie; betrekking; verhouding; verwantschap; verband; bemoeienis; bemoeiing; (2) deelname; aandeel; (3) invloed; (4) (seksuele) relatie; omgang
関連 kanren (1) verband; relatie; (2) Medewerker