日蘭辭典+

22 resultaten voor ‘laat’
日蘭辭典 (trefwoord)
amari餘り
(余り) zn. (1) [以上] meerdere o.; overmaat v. (2) [殘餘] rest v.; restant v.; overschot o.; teveel o. (3) [差額] saldo o. ¶ 悲しさの餘り overmaat van smart. ¶ 四十餘り over de veertig. ¶ 食事の餘り overblijfselen van eten. ¶ 餘りはお前にやる je mag de rest houden. (俗) laat maar zitten. ¶ 餘りの resteerend; waardeloos.
izure何れ
vnw. (1) [どちら] welk. bw. (2) [何れにせよ] in elk geval; hoe het zij; vroeg of laat (早晚). ¶ 何れか een van beide. ¶ 孰れも beide; allebei. ¶ 孰れも……せず geen van beide. ¶ 何れか een dezer dagen. ¶ 何れ方面より見るも van welken kant wij het ook bezien......
fukasu更かす
を更かす laat opblijven; nachtbraken; tot laat in den nacht werken.
ji

zn. (1) [] tijd m. (2) [時間] uur o. ¶ 三 half vier. ¶ 何時に om hoe laat? ¶ 分 kwart voor negen.

fukeru更ける

i.w. (1) [が] laat worden. (2) [老ける] oud worden.

koto

zn. (1) [事物] ding o.; voorwerp o. (2) [事件] zaak v.; aangelegenheid v. (3) [事實] feit o. (4) [出来事, 事變] voorval o.; gebeurtenis o. (5) [仕事] taak v. (6) [事情] omstandigheden v.mv. (7) [經驗] ondervinding v. ¶ の事 wat betreft..... ¶ 事なく zónder moeilijkheden. ¶ 事處に行った事があるか ben je daar wel eens geweest? ¶ 私の事ですか bedoel je mij?; moet je mij hebben? ¶ 一分の事で汽車に乘り遲れた ik was net één minuut te laat voor den trein. ¶ 事を缺く gebrek hebben aan.

kuenai食へない

bw. (1) [食に適さぬ] oneetbaar. (2) [狡猾な] slim. ¶ 食へない爺 ouder rot; iemand, die zich de kaas niet van het brood laat eten.

zenryaku前略

zn. weglating van het voorafgaande. ¶ 前略御免 vergeef mij, dat ik de gebruikelijke beleefdheden achterwege laat; ik haast me, u te berichten.

yosu止す

i.w. ophouden; uitscheiden; nalaten; niet meer doen; laten. ¶ 止せ laat dat!; niet doen!; doe dat niet; scheid ermee uit; houd op!

yoippari suru宵張する

i.w. laat opzitten; lang opblijven.

yoi好い

bn. (1) [善良] goed. (2) [より良い] beter. (3) [美なる] mooi; fraai. (4) [好ましい] lief; aangenaam; prettig. (5) [十分] voldoende. (6) [正しい] juist; oprecht. (7) [許可] geoorloofd. i.w. (8) [構はぬ] komt er niet op aan; doet er niet toe; laat maar. ¶ 好い天氣 mooi weer. ¶ 胃によい goed voor de maag. ¶ しなくてもよい niet noodig om te doen; onnoodig. ¶ よい樣にする doen als men wil; eigen zin volgen. ¶ 外出してもよいか mag ik uitgaan? ¶ 今日來ればよいが ik hoop maar, dat hij vandaag komt. ¶ 君と一緒に行つてもよい ik heb er geen bezwaar tegen met je mee te gaan.

yofukashi夜更し

¶ 夜深しをする laat opblijven.

yofuke夜更

zn. late uren o.mv. ¶ 夜更に in het holst van den nacht; laat in den nacht.

yo

zn. nacht m. ¶ 夜が明ける het begint te dagen. ¶ 夜晩く迄 tot laat in den nacht. ¶ 夜になる de avond valt; het wordt donker. ¶ 夜を明かす nacht doorbrengen. ¶ 夜の nachtelijk. ¶ 夜を以つて日に繼いで dag en nacht door.

utcharu打棄る

t.w. weggooien; wegwerpen; wegsmijten; aan zijn lot overlaten; i.w. zich niet inlaten met. ¶ 腐つた物を打棄る wegwerpen wat rot is. ¶ どうか打棄つて置いて下さい laat mij maar aan mijn lot over.

tsūro通路

zn. doorgang m.; passage v.; weg m.; toegang m. ¶ 通路をあけよ laat me eens door!; verspert den weg niet!

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <laat>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
深夜 shinya diep; laat; midden in de nacht; stille; kleine uurtjes; 's avonds laat; [attr.] nacht-
遅々 chichi (1) [仕事が] traag; langzaam; loom; sloom; log; [gew.] lijzig; (2) [春の日が] kalm; luilekker; rustig; mild; (3) laat; verlaat; tardief; vertraagd; opgehouden; met vertraging; oponthoud; achterblijvend; talmachtig; treuzelig
遅い osoi (1) laat; te laat; met vertraging; vertraagd; (2) langzaam; traag; (3) traag van begrip
遅く osoku (1) laat; (2) traag; langzaam; (3) [muz.] lento; in een langzaam tempo
遅くなる osokunaru (1) laat; later worden; vertraging krijgen; op het schema achterraken; te laat komen [op school enz.]; zich verlaten; (2) traag; trager worden; vertragen
遅蒔きの osomakino (1) laat; laat gezaaid; (2) [fig.] wat; vrij laat; [Belg.N.] laattijdig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.15 sec. jiten.nl: 16 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'laat'). 
2005-2026