日蘭辭典+

53 resultaten voor ‘gang’
日蘭辭典 (trefwoord)
arukiburi步き振り
(歩き振り) zn. gang m.; manier van loopen; Noot: Vgl. ‘arukikata’ 步き方.
arukikata步き方
(歩き方) zn. gang m.; manier van loopen; Noot: Vgl. ‘arukiburi’ 步き振り.
ashidori足取り
zn. gang m.; stap m.; loop m. ¶ 相場の足取り de loop van de markt.
rōka廊下

(廊下) zn. galerij v.; gaanderij v.; overdekte gang v.

kōshin後進

zn. (1) [後輩] jongeren m.mv.; nakomelingen v. mv. (2) [逆進] achterwaartsche gang m. ¶ 船を後進させる het schip achteruit laten gaan.

unten運轉

(運転) zn. werking v.; beweging v.; loopen o.; circulatie v.; gang m. ¶ 運轉資本 kapitaal in circulatie; vlottend kapitaal. ¶ 運轉して居る aan den gang zijn; in beweging zijn; loopen. ¶ 運轉を止める stopzetten; stoppen. ¶ 運轉する drijven; laten loopen; behandelen; loopen; in beweging zijn. ¶ 資本を運轉する kapitaal gebruiken. ¶ 運轉臺 voordalcon van de tram. ¶ 電車運轉系統 tramdienst; loop der trams. ¶ 運轉力 beweegkracht. ¶ 運轉士 stuurman. ¶ 一等運轉士 eerste officier. ¶ 運轉手 chauffeur; motordrijver; bestuurder van de tram; motorist.

ugokasu動かす

t.w. (1) [動かす] bewegen; in beweging brengen. (2) [移す] verplaatsen. (3) [搖り動かす] schommelen; schudden. (4) [運轉] aan den gang brengen. (5) [變更] veranderen; wijzigen. (6) [感動] roeren; treffen. ¶ 兵を動かす troepen mobiliseeren. ¶ 天下を動かす de wereld in beroering brengen. ¶ 決心を動かす besluit aan het wankelen brengen. ¶ 心の底まで動かす tot in het diepst van de ziel roeren.

tsūkin通勤

(通勤) zn. gang naar kantoor; vervulling van de dagtaak. ¶ 通勤する naar kantoor gaan; niet bij zijn werk wonen.

tsukenerau附狙ふ

(付け狙う) t.w. loerend volgen; gangen nagaan; beloeren.

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Aozora Bunko╱Mori Ōgai╱De wilde gans 〈1:7〉〈青空文庫〉森鴎外『雁』
大抵どの下宿屋にも特別に幅を利かせているがあるもので、そう云うは第一金廻りが好く、小気(こぎ)が利いていて、お上さんが箱火鉢を控えて据わっている前の廊下通るときは、きっと声を掛ける。

Vrijwel ieder pension heeft wel een gast die zich daar in bijzondere mate doet gelden, en die gast zit dan goed in de slappe was, is schrander, en zal wanneer hij de passage doorloopt ter hoogte van [de kamer] waar de hospita bij haar stoof zit, beslist uitgebreid groeten.

N.B. De uitdrukking 小気が利くkomt voor zover ik weet alleen voor in het werk van 森鴎外 (Mori Ōgai). De frase wordt vermeld in het boek 『名著にある美しい日本語』 (Mooi Japans in meesterwerken).
voorgerecht, voorafjes, etc.前菜とかについて
In Nederland is het voorgerecht vaak een wat uitgebreidere eerste gang dan een hors ’d oeuvre, maar kan ook identiek zijn aan een hors ’d oeuvre, of bestaan uit kleinere hapjes (voorafjes) die traditioneel niet als hors ’d oeuvre aangemerkt worden. In het Japans is 前菜 zensai voor de Japanse keuken de tegenhanger van hors ’d oeuvre. Voor westerse gerechten gerechten gebruikt men in Japan meestal het verjapanste woord オードブル ōdoburu. Het Japans kent ook uit andere talen woorden voor voorgerechten, zoals アンティパスト antipasuto (antipasta) voor Italiaans eten of ザクースカ zakūsaku (закуска, zakuska) van de Russische keuken, maar het meest gangbare woord lijkt toch オードブル ōdoburu. Andere woorden voor Japanse voorafjes die de eetlust moeten opwekken (‘appitizers’, Japans アペタイザー apetaizā) zijn 通し物 tooshimono (korter 通し tooshi of お通し otooshi) of 突き出し tsukidashi. Een aperitief is in het Japans 食前酒 shokuzenshu (maar verjapanste versies van het woord ‘aperitif’ bestaan ook: アペリティフ aperitifu, アペリチフ aperichifu). Het woord アペタイザー apetaizā kan zowel duiden op hapjes als drankjes vooraf.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gang>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アイル airu (1) zijbeuk; beuk; (2) gang; gangpad; loop; looppad; doorgang; doorloop
ギャング gyangu (1) gangster; (2) gang; bende
コース koosu (1) route; reisweg; vaarweg; koers; (2) koers; beleid; politiek; policy; (3) volgorde; rangorde; orde; rangschikking; (4) [sportt.] baan; piste; (5) cursus; studiecursus; leergang; (6) gang; onderdeel van een maaltijd; onderdeel van een menu; (7) [maatwoord voor banen;pistes]
テンポ tenpo (1) tempo; vaart; tijdmaat; gang; snelheid; tred; pace; (2) [muz.] tempo
ペース peesu (1) tempo; gang; tred; pace; snelheid; (2) Romeinse voet; pes
一味 ichimi (1) bende; gang; kliek; coterie; troep; stelletje; zootje; (2) één smaak; (3) [Chin.geneesk.] één geneesmiddel; (4) [boeddh.] ekarasa [= gelijkheid van Boeddha's leer]
一品 ippin (1) [hand.] één artikel; product; één stuk koopwaar; handelswaar; (2) [cul.] één gerecht; schotel; gang; (3) het fijnste; lekkerste; beste; het neusje van de zalm
上京 joukyou gang; komst; overkomst; reis; afreis naar Tokio; trek; vertrek naar de hoofdstad
仲間;中間 nakama (1) maat; partner; metgezel; genoot; makker; kameraad; gezel; compeer; compagnon; collega; deelgenoot; vriend; medestander; [inform.] kornuit; [fig.] gildebroeder; [fig.] medespeler; (2) gezelschap; compagnonschap; confrérie; groep; coterie; incrowd; bende; kring; club; consorten; stelletje; gang; [fig.] gilde; [inform.] kliek; (3) soortgenoot; slag
工程 koutei arbeidsproces; werkproces; procédé; proces; gang; verloop van het werk
rou (1) passage; doorgang; gang; corridor; doorloop; (a) passage; corridor
廊下 rouka gang; corridor; gangetje; doorgang; doorloop; traverse
成行き nariyuki (1) loop; gang; verloop; beloop; ontwikkelingen; (2) [beurst.] markt
推移 suii (1) het verstrijken (van de tijd); tijdsverloop; verloop; loop; ontwikkeling; gang; beloop; (2) overgang; verandering; verschuiving; kentering; transitie
yakara (1) geslacht; clan; familie; [Barg.;volkst.] troep; (2) kliek; clique; coterie; partij; bende; gang; [pej.] zootje; stelletje
暴力団 bouryokudan gang; bende; boevenbende; gangsterbende; gewelddadige organisatie; groep; [i.h.b.] misdaadsyndicaat
歩き aruki (1) het gaan; lopen; gang; [~で] te voet; (2) loopjongen; bezorger
歩き振り arukiburi manier van lopen; gang; pas; loop; stap; tred; schrede
歩き方 arukikata manier van lopen; gang; pas; loop; stap; tred; schrede
歩み ayumi (1) het wandelen; het gaan; gang; (2) tempo; tred; pace; ritme; (3) ontwikkelingsgang; loop; verloop; [i.h.b.] geschiedenis; [Belg.N.] historiek
歩行 hokou het wandelen; wandel; het gaan; gang; gaans; het lopen; loop
歩調 hochou pas; gang; tred; maat; wandeltempo; tempo
ho (1) stap; pas; schrede; [lit.t.] schred; tred; trede; (2) gang; loop; wandel; [i.h.b.] vooruitgang; stap vooruit; vordering; (3) infanterie; voetvolk [afkorting van hohei 歩兵]; (4) [kwantor om het aantal stappen;passen;schreden enz. te tellen]
洋行 youkou (1) tocht; overtocht; gang; reis naar het Westen; (2) [in China] door buitenlanders gerunde winkel; zaak
流れ nagare (1) stroom; verloop; vloed; gang; sliert; (2) stroming; school; afstamming; afkomst; (3) afterpartygangers; (4) zwerftocht; omzwerving; dwaaltocht; peregrinatie; (5) afgelasting; annulering; (6) verbeuring; verbeurdverklaring; verval; (7) helling; schuining
sara (1) bord; schotel; schaal; bordje; schoteltje; schaaltje; [Belg.N.] ondertas; [verzameln.] tafelgerei; [verzameln.] tafelgerief; (2) gerecht; schotel; portie; gang; maaltijd; (3) [boeddh.] metalen bord; bekken; (4) schaal van een weegschaal; (5) [膝の] knieschijf; (6) [頭の] hersenpan; (7) sara [= 108e van de 214 Kāngxī-radicalen]; (8) [maatwoord voor schotels;gangen;porties]
行き帰り ikikaeri (1) het heen en teruggaan; het gaan en komen; gang; tocht; reis van en naar; (2) retourbiljet; retour; retourtje
行き帰り yukikaeri (1) het heen en teruggaan; het gaan en komen; gang; tocht; reis van en naar; (2) retourbiljet; retour; retourtje
行き;往き;行;往 yuki (1) vertrek; afvaart; afreis; heenreis; heenrit; heenvlucht; heenweg; (2) reis; tocht; trek; trip; koers; vaart; gang; loop; beloop; het stevenen; het tijgen; het zich begeven; het heengaan; (3) heenreisbiljet; kaartje enkele reis; enkeltje; (4) met bestemming ~; naar ~
kou (1) het gaan; gang; tocht; reis; toer; (2) [Chin.gesch.] winkelwijk; handelswijk (in Suí; Táng-China); (3) [Chin.gesch.] ambachtsgilde; gilde; gild (in Táng-China); (4) [Chin.gesch.] xíng; ballade [= klassiek Chinees episch dichtstuk]; (a) gaan; (b) reis; toeren; (c) uitvoeren; daad; handeling; (d) winkel; handel; [i.h.b.] bank
調子 choushi (1) toon; toonhoogte; (2) tempo; ritme; (op) dreef; (op) gang; (3) stijl; [stelk.] register; manier; wijze; stemming; (4) conditie; vorm; staat (van gereedheid); toestand; (in; niet in zijn normale) doen
足下 ashimoto (1) [meton.] voet; plek waar iem. staat; loopt; wat voor de voeten ligt; (2) onderbeen; (3) iems. onmiddellijke omgeving; iems. toestand; iems. situatie; (4) manier van lopen; gang; tred; (5) kwetsbare punt; zwakke plek; (6) vaste voet; basis; steun; (7) onderbouw van een huis; grondslag; (8) recent; nabij; (9) [ton.] schoeisel; voetbekleding; (10) [ton.] voetlicht; (11) [landb.] graan dat bij het dorsen voor de voeten valt; (12) [Jap.bouwk.] decoratieve dakpan onderaan aan weerszijden van de onigawara 鬼瓦
足並み ashinami (1) pas; gang; stap; tred; maat; wandeltempo; (2) eendracht; eensgezindheid; eenstemmigheid; gelijkgestemdheid
足付き ashitsuki (1) tred; manier van lopen; gang; pas; (2) meubel op poten; (3) kosten; geld; centen
足取り ashidori (1) manier van lopen; gang; pas; tred; (2) [sumō-jargon] beengreep [het onderuithalen of uit de ring stoten van de tegenstander na vastgrijpen van diens been]; (3) [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (4) traject; proces; vorderingen; evolutie; ontwikkeling; (5) [econ.] trend; tendens; koersbeweging; activiteit; conjunctuur; stemming; markt; (6) [econ.] koersgrafiek; chart; (7) [shamisen-muz.] tempoverandering in het midden van een stuk
ashi (1) [anat.] been; poot; [inform.] stelt; [烏賊;蛸の] arm; tentakel; (2) [anat.] voet; (3) mannelijk geslachtsdeel; derde been; (4) [fig.] poot; onderstel; stut; [山の] voet; [旗の] vlucht; (5) [wisk.] voet; voetpunt; (6) onderste gedeelte van een Chinees karakter; (7) ashikanamono [= metalen ringen aan een zwaardschede ter bevestiging van rijgsnoeren]; (8) stap; tred; schrede; pas; gang; loop; tempo; (9) [paardensport] [馬の] gang; snelheid; (10) [scheepv.] vaart; snelheid; (11) [scheepv.] levend werk [= deel van een schip dat zich in het water bevindt]; diepgang; (12) [scheepv.] stabiliteit; stijfheid; (13) [客の] bezoek; aanloop; opkomst; klandizie; (14) [犯人の] gangen; spoor; [i.h.b.] vluchtroute; (15) aanwijzing; spoor; aanknopingspunt; (16) [雨;雲;風の] drift; gesteldheid; (17) vervoer; transport; vervoermiddel; transportmiddel; [meton.] gelegenheid; (18) transportkosten; vervoerkosten; vervoerprijs; reiskosten; (19) geld; geldmiddelen; middelen; (20) [武士の] dotatie; apanage; toelage; (21) rente; interest; intrest; (22) verlies; derving; tekort; gebrek; [i.h.b.] schuld; (23) [beurst.] koers; marktbeweging; trend; tendens; (24) [食べ物の] houdbaarheid; (25) [餅の] kleverigheid; plakkerigheid; (26) [酒の] kwaliteit; karakter; (27) [網目の] maaswijdte; (28) [柿葺きで] overstek [= afstand waarmee de ene dakspaan over de andere uitsteekt]; (29) poppenspeler die het voetenwerk van een marionet bedient; (30) prostituee; liefje; (31) circa …; ongeveer …
通路 tsuuro passage; doorgang; weg; pad; verbindingsgang; gang; corridor; doorloop; loop; looppad; [i.h.b.] gangpad; [bouwkunst] beuk
速力 sokuryoku snelheid; vaart; gang
速度 sokudo snelheid; vaart; gang; tempo
運転 unten (1) [自動車の] het besturen; besturing; het autorijden; het rijden; (2) [機械の] het bedienen; bediening; het doen draaien; het draaiende houden; het laten werken; werking; bedrijf; beweging; gang
道;路;途;径 michi (1) weg; baan; route; straat; (2) reis; reisroute; koers; tocht; (3) zeden; juist gedrag; ware pad; pad der deugd; plicht; gerechtigheid; (4) leer; juiste weg [van het boeddhistische geloof enz.]; (5) methode; middel; stap; uitweg; manier; kunst; (6) onderwerp; materie; terrein; branche; vakgebied; (7) loop; gang; proces
首尾 shubi (1) begin en einde; aanhef en slot; (2) ontwikkeling; gang; verloop; [i.h.b.] uitkomst; resultaat; (3) gelegenheid; (4) [Jap. letterk.] zestien-; twaalfdelig kettingvers
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 42 treffers (zoekopdracht: 'gang'). 
2005-2026