日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘priester’
日蘭辭典 (trefwoord)
yamabushi山伏
zn. rondreizende priester m.; kruizenaar m.; Noot: Bedoeld zal zijn: kluizenaar
gūji宮司
zn. hoofdpriester van een nationalen tempel.
kozō小僧

zn. (1) [離僧] jong priester m. (2) [少年] jongen m. (3) [丁稚] winkelknecht m. (4) [末輩者] blaag m.

kundō訓導

zn. onderwijzer m.; leeraar m.; leermeester m.; shinto priester (神官) m.

unsui雲水
tsuku就く

t.w. (1) [就任] nemen; aanvaarden; i.w. (2) [著席] gaan zitten. (3) [師に] les nemen van; studeeren onder. ¶ 席に就く plaats nemen. ¶ 官途に就く in gouvernementsdienst gaan; ambtenaar worden. ¶ 寢に就く naar bed gaan. ¶ 僧職に就く priester worden.

SUPPLEMENT (trefwoord)
zensō禅僧
(禪僧) zn. Zen priester; Zen monnik日本に伝わったのは奈良時代である。禅僧によって抹が伝えられるは、鎌倉時代に入ってからであった。 Cha ga Nihon ni tsutawatta no wa Nara jidai de aru. Zensō ni yotte matcha ga tsutaerareru wa, Kamakura jidai ni haitta kara de atta. Het was in de Nara periode dat thee in Japan werd geïntroduceerd. De introductie van de groene (poeder) thee door een Zen priester vond plaats in de Kamakura periode. (BCWK) ¶ 室町時代の学問の担い手はに禅僧や公家であるMuromachi jidai no gakumon no ninaite wa omo ni zensō ya kuge de aru. In de Muromachi periode was geleerdheid min of meer beperkt tot Zen monniken en de hof aristocratie. (BCWK)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <priester>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
おっさん ossan (1) [inform.] kerel; vent; rakker; meneer (van middelbare leeftijd); (2) [boeddh.] bonze; priester; eerwaarde
出家する shukkesuru [boeddh.] de wereld vaarwel zeggen; zich van de wereld afwenden; afstand doen van de wereld; der wereld afsterven; de wereld afzweren; priester; bonze; geestelijke worden; tot priester; geestelijke gewijd worden; in een klooster treden; intreden; [meton.] de tonsuur krijgen; ontvangen; de pij aannemen; het habijt aannemen
厭う itou (1) haten; verafschuwen; verfoeien; opzien tegen; niet houden van; niet leuk vinden; gruwen van; walgen van; een afkeer hebben van; een hekel hebben aan; een tegenzin hebben in; erop tegen zijn; onwillig zijn; verachten; (2) goed verzorgen; zorg dragen; zorgen voor; letten op; passen op; (3) [i.h.b.] [世を] intreden; priester; bonze; geestelijke worden
司祭 shisai [r.-k.] priester; pastoor
神父 shinpu [r.-k.] pastor; pastoor; priester; eerwaarde vader; pater
芋掘り imohori (1) het aardappelrooien; (2) [pej.] boertje van buut'n; boerenkinkel; heikneuter; pummel; provinciaal; (3) onbenul van een monnik; priester; geestelijke
芋掘り坊主 imohoribouzu onbenul van een monnik; priester; geestelijke
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.45 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'priester'). 
2005-2026