日蘭辭典+

23 resultaten voor ‘kamer’
日蘭辭典 (trefwoord)
anshitsu暗室
zn. donkere kamer v.
akima空間
(空き間) zn. vacante kamer v. ¶ 空間あり kamer(s) te huur.
yakushitsu藥室
(薬室) zn. apotheek v.; kamer (砲の) v.
hikaeru控へる
(控える) t.w. (1) [書き留める] noteeren; aanteekenen. (2) [抑制] beperken; bedwingen.; i.w. zich onthouden van. i.w. (3) [待つ] wachten. ¶ 食物を控へる matig zijn inhet eten. ¶ そのこと今日控へて居た ik het er tot dusverre over gezwegen. ¶ 控へろ houd je mond!; zwijg! ¶ は急ぎの用事を控へて居る ik heb dringende bezigheden. ¶ に控へて居る in de kamer ernaast wachten. ¶ 手編を控へる de teugels inhouden.
kubō空房

zn. leege kamer v.

zenki前期

zn. vroegere periode v.; vorige termijn m. ¶ 前期議會 de vorige Kamer.

zen-in全院

zn. de geheele Kamer (議會) v.

zashiki座敷

zn. kamer v.; vertrek o.; zaal v. ¶ 座敷がたがい lang blijven. ¶ 座敷牢 huisarrest; kamerarrest. ¶ 座敷敷が掛かる door gasten geroepen zijn; dienst hebben.

yobi豫備

(予備) zn. (1) [準備] voorbereiding v.; toebereidselen o.mv. (2) [豫備] reserve v. ¶ 豫備室 extra kamer; kamer, die nog vrij is. ¶ 豫備錨 waardeloos anker; reserve-anker. ¶ 豫備判事 vervangend rechter. ¶ 豫備將校 reserveofficier. ¶ 豫備に持つてゐる in gereedheid houden; in reserve houden. ¶ 豫備軍 reservetroepen. ¶ 豫備金 reservefonds. ¶ 豫備交涉 voorloopige besprekingen. ¶ 豫備校 voorbereidende school. ¶ 豫備手段 voorzorgen; voorbereidende maatregelen. ¶ 豫備する in reserve houden; voorbereid zijn; voorzorgen nemen.

tsuzuki續き

(続き) zn. voortzetting v.; vervolg o.; opeenvolging v. ¶ 病み續き voortdurende ziekte. ¶ 炎天續き opeenvolging van heete dagen; voortdurende hitte. ¶ 話の續き vervolg van een verhaal. ¶ 續の間 in een loopende kamers; suite (佛語). ¶ 續合 verwantschap; familiebetrekking. ¶ 續柄 verwantschap; familiebetrekking. ¶ 續物 vervolgverhaal; periodiek verschijnend feuilleton.

tsūka通過

zn. doorgang m.; doorvoer m.; voorbijgang m. ¶ 通過貿易 doorvoerhandel. ¶ 通過貨物 doorvoergoederen; transito-goederen. ¶ 通過列車 doorgaande trein. ¶ 通過する doorgaan; toegelaten worden; passeeren. ¶ 下院を通過する door de Tweede Kamer (Lagerhuis) aangenomen worden.

tsuginoma次の間

zn. kamer ernaast; nevenkamer v.; voorkamer v.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sūnin数人
zn, no-adj. meerdere mensen; een aantal mensen. ¶ 部屋には数人の学生がいた。 Heya ni wa sūnin no gakusei ga ita. Er waren een aantal studenten in de kamer. (TTC) ¶ 彼らうち数人がその法案に反対である。 Karera no uchi sūnin ga sono hōan ni hantai de aru. Een aantal van hen was tegen het wetsvoorstel. (TTC) ¶ 数人の人たちが負傷して横たわっていた。 Sūnin no hitotachi ga fushōshite yokotawatte ita. Meerdere mensen lagen gewond neer. (TTC) ¶ 数人の若い技師が雇われ、彼ら新しいコンピューターの開発に専念した。 Sūnin no wakai gishi ga yatoware, karera wa atarashii konpyūtā no kaihatsu ni sennenshita. Er waren een aantal jonge ingenieurs te werk gesteld, en ze waren totaal toegewijd aan het ontwikkelen van een nieuwe computer. (TTC) ¶ この夏休みに数人の友達と、伊豆半島を歩いて一周するのを楽しみにしています。 Boku wa kono natsuyasumi ni sūnen no tomodatchi to, Izu hantō wo aruite isshūsuru no wo tanoshimi ni shite imasu. Ik kijk er naar uit om deze zomervakantie met een aantal vrienden te voet het schiereiland Izu te gaan verkennen. (TTC)
SUPPLEMENT (trefwoord)
een

(bepaald hoofdtelwoord, ter onderscheid ook geschreven als één)

[alleen of bijwoordelijk gebruikt] ichi [, 1, ]; hitotsu [一つ, 1つ, 1つ]
¶ Ik schoof een stuk op het bord één plaats naar voren. Boku wa boodo no ue no koma wo hitotsu mae ni susumeta. 僕はボードの上の駒を一つ前に進めた。 (TTC)

[verbonden met een ander woord, attributief] ichi no [の, 1の, の]; hitotsu no [一つの, 1つの, 1つの] ¶ Het warenhuis was leeg op één meubel na. Sooko ni wa kagu ga hitotsu no hoka ni wa nani mo nakatta. 倉庫には家具一つの他には何もなかった。 ¶ Hij heeft maar één doel in zijn leven, en dat is geld verdienen. Kare wa jinsei ni tatta hitotsu no mokuhyoo shika motte inai. Sore wa kanemooke de aru. 彼は人生たった一つの目標しかもっていない。それは金もうけである。 (TTC)

[met een maatwoord; er zijn meer dan honderd maatwoorden, maar het wago (inheems Japans) hitotsu (no) is bruikbaar als alternatief, behalve bij mensen (één persoon is altijd hitori)] ¶ Eén brood alstublieft. Pan ippon kudasai. パン一本下さい。 ¶ Ik zou nog een laken willen. Moofu wo moo ichimai hoshii no desu. 毛布をもう枚ほしいのですが。 ¶ Dit boek kun je in maar één winkel krijgen. Kono hon wa tada ikken no mise de dake nyuushu dekiru. このただ軒のだけ入手できる。 ¶ Ik kan ook geen $40 betalen voor één boek. Issatsu no hon ni yonjuu doru mo shiharaenai. 冊のに40ドルも支払えない。 ¶ Echter, ik was niet alleen, het leek dat er nog één andere persoon - dat wil zeggen nog één ander lid van de soort ‘zeldzame gast’ aanwezig was. Shikashi boku dake de wa naku, moo hitori - iya moo ippiki no chanchaku ga itarashii. しかし僕だけではなく、もうひとり―いや、もう匹の珍客がいたらしい。 (TTC)

(onbepaald lidwoord)

[het Japans heeft geen onbepaald lidwoord; “een” kan onvertaald blijven ... ] ¶ Ze plukte een appel voor me. Kanojo wa watashi ni ringo wo moide kureta. 彼女は私にリンゴをもいでくれた。 ¶ Breng een stoel uit de kamer hiernaast aljeblieft. Tonari no heya kara isu wo motte kite kudasai. 部屋から椅子を持って来て下さい。 (TTC)

[ ... of vertaald worden met equivalenten van het telwoord één] ¶ Ik heb hem een boek gegeven. Watashi wa kare ni hon wo issatsu yatta. 私は彼に冊やった。 ¶ Ze zong een lied terwijl ze naar me glimlachte. Kanojo wa boku ni hooemi kakenagara ikkyoku utta. 彼女は僕に微笑みかけながら曲歌った。 ¶ Pak een stoel uit de kamer hiernaast alsjeblieft. Tonari no heya kara isu wo hitotsu totte kite kudasai. 部屋からいすを1つ取ってきてください。 (TCC)

[in de betekenis van “een bepaald(e)”] aru [ある, 或る, ] ¶ Ze lijkt op een populaire zangeres. Kanojo wa aru ninki kashu ni nite iru. 彼女はある人気歌手に似ている。 (TTC) 

[Dit lemma gebruikt oo-spelling.]

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kamer>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ルーム ruumu (1) kamer; vertrek; (2) klas; (3) [scheepv.] handvat van roeiriem; (4) Rûm
bou (1) [boeddh.] kloostercel; cel; kluis; (2) gastenverblijf; hospitium; (3) jongetje; mannetje; ventje; joch; jonkske; (4) [Nara;Heian-gesch.] stadskwartier; kwartier; stadswijk; wijk; (5) kroonprinselijk paleis; [meton.] kroonprins; (6) [♂] deze jongen; ik; (7) [liefkozend suffix gevoegd achter persoonsnamen] -je; -ke; (8) [achtervoegsel waarmee een persoonsnaam gevormd wordt van de in het grondwoord genoemde eigenschap] -aard; -ling; (9) [boeddh.] [suffix gevoegd achter de geestelijke naam van monniken;priesters]; (a) wijk; buurt; straten; (b) verblijf; kamer; kloostercel; (c) [boeddh.] geestelijke
室内 shitsunai kamer-; interieur-; indoor-
shitsu (1) kamer; vertrek; [m.b.t. trein] coupé; (2) vrouw des huizes; echtgenote; gemalin; [form.] gade; [lit.t.] eega
心室 shinshitsu [anat.] hartkamer; kamer; ventrikel
板の間 itanoma (1) kamer; vertrek met een houten vloer; (2) kleedkamer in een badhuis
穴蔵;窖 anagura ondergrondse bergplaats; kamer; kelder; onderaards gewelf; hol
部屋 heya (1) kamer; vertrek; ruimte; lokaal; cubiculum; [studentent.] kast; [Barg.] klapper; (2) [sumō-jargon] stal; heya [verblijf waar een groep worstelaars onder patronage van een oud-kampioen getraind wordt]; (3) [maatwoord voor kamers]
ma (1) ruimte; plaats; tussenruimte; interval; entre-deux; (2) vertrek; kamer; ruimte; (3) pauze; onderbreking; tijdsinterval; (4) tijd; moment; poos; (5) gelegenheid; kans; ruimte; [i.h.b.] geluk; (6) [muz.] maat; [i.h.b.] cesuur; rustpunt; [oneig.] ritme; tempo; timing
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.76 sec. jiten.nl: 14 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'kamer'). 
2005-2026