日蘭辭典+

26 resultaten voor ‘bijna’
日蘭辭典 (trefwoord)
abunaku危く
(危なく) bw. (1) [危險] gevaarlijk. (2) [殆ど] bijna; op het punt van. ¶ 危くなる gevaar loopen. ¶ 危くする op het spel zetten; wagen. ¶ 命を危くして met gevaar voor zijn leven; met levensgevaar.
arakataあらかた
(粗方) bw. (1) [大部分] voor het grootste deel; grootendeels. (2) [殆ど] vrijwel; bijna. (3) [大略] in hoofdzaak; in groote trekken.
bakariばかり
(許り、ばっかり) bw. (1) [凡そ] ongeveer; omstreeks. (s) [のみ] slechts; alleen maar; niet meer dan. (3) [やっと] nu; juist. (4) [さも] als of. (5) [殆んど] bijna; nagenoeg. ¶ 三年許り以前 een jaar of drie geleden. ¶ 一千圓許り ongeveer duizend yen. ¶ あの人にばかり話した ik het het alleen maar aan hem verteld. ¶ ばかりでなく niet alleen ...... maar. ¶ 英語ばかりでなく佛語も話す hij spreekt niet alleen Engelsch maar ook Fransch.
nai無い
(ない) i.w. niet zijn; niet hebben. ¶ 無いも同樣 bijna niets; zoo goed als niets. ¶ 借金がない geen schulden hebben. ¶ もない niets hebben. ¶ ないよりもまし beter dan niets. ¶ 辭引なしで讀める kunnen lezen zonder woordenboek.
kubu九分

telw. negen tienden o.mv.; negentig percent; 90%. ¶ 九分通り in negen van de tien gevallen; meestal; bijna altijd; tien tegen één.

yagate軈て

bw. eerlang; weldra; binnen kort; spoedig; kort daarop; (殆ど) bijna; welhaast; haast.

SUPPLEMENT (trefwoord)
ik, mijn, mij

(1.a) (persoonlijk voornaamwoord; onderwerpsvorm) [ik] [わたし] watashi (algemeen beleefd); watakushi (formeel); boku (informeel; meest door jongens en mannen gebruikt, zelden door meisjes); あたし [] atashi (informeel; meest door vrouwen gebruikt; soms door mannen in snelle spraak); ore (informeel; meest door mannen gebruikt). NB ‘ik’ wordt vaak niet uitgedrukt in het Japans, context en richtinggevende werkwoorden zijn vaak voldoende. De onderwerpsvorm ‘ik’ wordt in het Japans expliciet uitgedrukt via de achtervoegsels は wa en が ga, maar in spreektaal, of informele schrijftaal (briefjes, internet, mobiel), worden deze ook vaak weggelaten. Tevens kan het partikel も mo, dat ‘ook’ betekent, de plaats van は wa en が ga innemen. ¶ オランダ語が話せますか。 ええ。話せます。Orandago ga hanasemasu ka. Ee. Hanasemasu. Spreek je Nederlands? Ja, ik spreek Nederlands. NB Door de structuur van vraag en antwoord in het voorafgaande voorbeeld is duidelijk wat op wie betrekking heeft en daarom laat men in het Japans ‘ik’ (en ‘je’) weg. Antwoorden met wel een expliciet ‘ik’ zijn dan niet neutraal en dragen extra betekenis. Bijvoorbeeld: ええわたしは、話せます。 Ee. Watashi wa, hanasemasu. Dat zou vertaald kunnen worden als: ‘Andere mensen spreken geen Nederlands, maar ik wel’. ¶ 滝沢はフランス語が話せるけど、健、お前は? も話せるよ。 Takizawa wa Furansugo ga hanaseru kedo, Ken, omae wa? Boku mo hanaseru yo. Takizawa spreekt Frans. En jij, Ken? Ik ook hoor. [Ik spreek het ook hoor.] (BEJD) NB In het antwoord van Ken kan een Japanse vorm voor ‘ik’ niet weggelaten worden, door de nadruk die het heeft.

(1.b) (bezitsvorm) [mijn, m’n, van mij] dezelfde voornaamwoorden in (1.a) gevolgd door の no, dus 私の watashi no, 僕の boku no etc. Afhankelijk van de context kan ‘mijn’ onuitgesproken blijven. ¶ 私の子供達はもうすぐ春休みですWatashi no kodomotachi wa mō sugu haruyasumi desu. Mijn kinderen hebben bijna voorjaarsvakantie. (TTC)

(1.c) (voorwerpsvorm) [mij, me] dezelfde voornaamwoorden in (1.a) maar dan vaak gevolgd door を [w]o of に ni. Afhankelijk van de context kan ‘mij’ onuitgesproken blijven. Niet alle Nederlandse voorwerpsvormen hebben in het Japans grammaticaal equivalente vormen. ¶ 哀れに思って助けてくれたのさ。 Ore wo aware ni omotte tasukete kureta no sa. Hij had medelijden met mij en hielp me daarom uit de brand. (informeel, mannelijke spreker). ¶ 両親にはがきを送ってくれた。 Ryōshin ga watashi ni hagaki wo okutte kureta. M’n ouders hebben me een ansichtkaart gestuurd. (TTC)

(2) (znw.) [het ik; het ego; het zelf] 自我 jiga; 我 [われ] ware; 我 ga; watashi. ¶ 日本人の自我 Nihonjin no jiga Het Japanse zelf [Het Japanse ik].

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bijna>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あらまし aramashi (1) grote lijnen; hoofdgedachte; teneur; samenvatting; (2) verwachting; schatting; raming; (3) grosso modo; in grote trekken; grof geschetst; grofweg; ruwweg; ongeveer; nagenoeg; bijna
あわや awaya bijna; haast; op een haar na; [Belg.N.] ei zo na; op het punt te …; [~という時に] op het nippertje; nog net op tijd
ニア nia (1) [astron.] NEAR [= Near Earth Asteroid Rendezvous]; (2) bijna-
今にも imanimo op het punt staan te …; bijna; elk moment (kunnen) …; op de rand van … (zijn)
余っ程 yoppodo (1) verreweg; veruit; in hoge; grote mate; zeer; (2) [~…うかと思った] bijna; op het punt; [Belg.N.] ei zo na; (3) net goed; precies passend; juist; (4) bijna; ongeveer; (5) buitengewoon; bijzonder; (6) overdreven; onmatig; extreem; excessief; buitensporig
半殺し hangoroshi bijna-doodslag; het halfgedood-zijn
危うく ayauku (1) bijna; haast; (2) ternauwernood; op het nippertje; maar net
危なく abunaku (1) op een haar na; bijna; op het punt te; [Belg.N.] ei zo na; (2) op het nippertje; nog net; maar net; kwalijk; ternauwernood
大方 ookata (1) de mensen in het algemeen; [i.h.b.] jullie allemaal; (2) misschien; mogelijk; mogelijkerwijs; wellicht; (3) vast wel; naar alle waarschijnlijkheid; hoogstwaarschijnlijk; (4) bijna; nagenoeg; vrijwel; haast; welhaast; schier; praktisch; zo goed als; zowat; feitelijk; (5) grotendeels; merendeels; voor het grootste gedeelte; voornamelijk; vooral; overwegend
jaku een klein(e) ~; iets minder dan; bijna; nagenoeg; haast; schier; vrijwel; zo goed als
技有 wazaari [judo] waza-ari; half punt; bijna-ippon
損なう;害う sokonau (1) schaden; aantasten; [楽しみを] bederven; vergallen; [感情を] kwetsen; aangrijpen; aanpakken; (2) er niet in slagen te ~; (3) verkeerd ~; mis-; (4) op een haar na ~; bijna ~
殆ど hotondo (1) merendeel; gros; hoofdmoot; meest; (2) op een haar na; net niet; net nog; (3) bijna; bijkans; haast; nagenoeg; schier; welhaast; vrijwel; zo goed als; zowat; half-en-half; praktisch; nauwelijks
異常接近 ijousekkin [luchtv.] bijna-botsing in de lucht; near miss
jiki (1) zo; dadelijk; meteen; direct; onmiddellijk; gelijk; in een ogenblik; strakjes; gauw; binnen korte tijd; spoedig; binnenkort; [pred.] op handen; (2) dichtbij; nabij; kortbij; vlakbij; dicht in de buurt; vlak naast; bijna; welhaast; tegen
hobo nagenoeg; bijna; bijkans; haast; zogoed als; vrijwel; praktisch; zowat; zo ongeveer; welhaast; schier; [inform.] pak 'm beet; [gew.] bekant
足掛け ashikake (1) steun; steunpunt voor de voet; voetsteun; [自転車;おるがんの] pedaal; [自転車の] trapper; [ばいくの] stepje; [ばす;電車の] opstapje; afstapje; [ぼーとの] spoorstok; voetbord; voetenbord; (2) voetbank; voetenbankje; (3) plaatsing van de voet; [judo;sumō-jargon] beentje lichten; het over het been gooien van de tegenstander; (4) [gymn.] kniezwaai; (5) [~…年;月;日] bezig aan z'n …ᵉ jaar; maand; dag; (net) iets minder dan; ongeveer; circa; rond; ongeveer; bijna
軈て;頓て yagate (1) spoedig; gauw; snel; weldra; aldra; alras; dra; binnenkort; eerdaags; binnen afzienbare tijd; in korte tijd; in de naaste toekomst; in de nabije toekomst; in het verschiet; op korte termijn; vandaag of morgen; het duurt niet lang of; eerlang; eerstdaags; een dezer dagen; te zijner tijd; t.z.t.; mettertijd; ter bestemder tijd; (2) bijna; nagenoeg; (wel)haast; vrijwel; zo goed als; praktisch; zowat; schier; bijkans; (3) niet meer dan; niets dan; slechts; tenslotte; uiteindelijk; op de keper beschouwd; per slot van rekening; per slot
近い chikai (1) nabij; dicht(bij); na; vlak (bij); in de buurt van; [目が] bijziend; (2) intiem; nauw; naverwant; [m.b.t. vriendschap] dik; (3) om en (na)bij; nagenoeg; zo goed als; haast; vrijwel; bijna; op het punt; grenzend aan
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.67 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'bijna'). 
2005-2026