日蘭辭典+

6 resultaten voor ‘hooren’
日蘭辭典 (trefwoord)
tako胼胝
zn. eelt o; eksteroog o. ¶ にたこが出來る聞く tot vervelens toe hooren; doorgezaagd worden met.
raireki來歷
(来歴) zn. levensloop m.; geschiedenis v.; carriere v. ¶ まづ其の來歷を聞かう laten wij eerst hooren, hoe het gebeurd is.
gomen御免
zn. (uw) vergunning v.; (uw) vergiffenis v.; (uw) verlof o. ¶ 御免なさい vergeef mij; neem me niet kwalijk. ¶ 一寸御免下さい wil mij een oogenblik excuseeren. ¶ これで御免を蒙ります ik moet nu eens afscheid gaan nemen. ¶ そんなもう御免だ zulke praatjes wensch ik niet te hooren; verschoon mij van zulke praatjes.
kuchizutai口傳

(口伝) zn. mondeling onderricht o.; overlevering (口碑). ¶ 口傳に聞く van een ander hooren; van zijn eigen lippen vernemen.

uketamawaru承る

t.w. (1) [聽く] vernemen; hooren; i.w. luisteren naar. t.w. (2) [命令を] krijgen; ontvangen. ¶ 貴方の御名前を承りたう御座います ik zou gaarne uw naam willen vernemen.

ukagau伺ふ

(伺う) i.w. (1) [問ふ] vragen naar; informeeren omtrent. t.w. (2) [訪問] bezoeken; i.w. bezoek brengen. t.w. (3) [聞及ぶ] vernemen; hooren.

Tijd: 1.23 sec. jiten.nl: 6 treffers, (zoekopdracht: 'hooren'). 
2005-2026