日蘭辭典+

38 resultaten voor ‘leveren’
日蘭辭典 (trefwoord)
shina
zn. artikel o.; waar v.; kwaliteit (品質) v. ¶ 落ちる de kwaliteit is minderwaardig. ¶ を落す de kwaliteit verminderen; slechtere waar leveren. ¶ 見本違ふ de geleverde waar stemt niet overeen met het monster.
chōtatsu調達

zn. verschaffing v.; voorziening v.; levering v. ¶ 調達する verschaffen; voorzienen; leveren. ¶ 品物を調達する goederen leveren. ¶ を調達する geld verschaffen.

kyōkyū供給

zn. voorziening v.; levering v. ¶ 供給過多 te groote voorraad. ¶ 供給不足 tekort. ¶ 供給する leveren. ¶ 供給物 geleverde goederen; voorraad. ¶ 需要供給 vraag en aanbod.

yuzuriwatashi讓渡

(譲渡) zn. overdracht v.; levering v.; overgave v.; overhandiging v. ¶ 讓渡す overdragen; leveren; overhandigen.

yatteruやつてる

i.w. erin slagen; (俗) het 'm leveren; het 'm lappen. ¶ やつと借金せずにやつてます ik lap het 'm maar nauwelijks om geen schulden te maken.

watasu渡す

t.w. (1) [彼岸へ] overzetten. (2) [架する] overbruggen. (3) [送付する] overdragen; overhandigen; leveren. (4) [請負はす] contracteeren; i.w. werk aannemen. ¶ 次へ渡す doorgeven. ¶ 物品を渡す goederen leveren. ¶ 橋を渡す brug slaan. ¶ 河を渡す over de rivier zetten. ¶ 金を渡す geld overhandigen. ¶ 尺度を渡して見る de maat nemen.

uriwatashi賣渡

(売渡) zn. levering v. ¶ 賣渡す verkoopen en leveren.

ukewatashi受渡

zn. levering v.; overdracht v. ¶ 受渡しをする leveren; overdragen.

ukeuri請賣

(受け売り) zn. verkoop in ’t klein; wederverkoop m.; plagiaat (學說の) o. ¶ 請賣する detailleeren; wederverkoopen; uit de tweede hand leveren; (知識の) ontleenen aan; napraten van. ¶ 請賣業 kleinhandel; verkoop van patentmedicijnen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <leveren>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [すぴーどを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
kou (1) omgang; betrekking; contact; (2) overgang; wisseling; (a) omgang; betrekking; contact; (b) elkaar kruisen; samenkomen; (c) gemengd raken; mengen; (d) wisselen; ruilen; uitwisselen; (e) leveren; (f) onderling; bij beurten
仕出す shidasu (1) beginnen te doen; aanvangen; aan de slag gaan met; starten met; (2) [料理を] cateren; maaltijden verzorgen; leveren; verschaffen; aan huis bezorgen; diners uitzenden; (3) vervaardigen; uitvinden; scheppen; creëren; in het leven roepen; instellen; (4) [身代を] verwerven; opbouwen; maken; (5) klaarspelen; voor elkaar krijgen; klaarkrijgen; gedaan krijgen; bewerkstelligen; tot stand brengen; uitvoeren
供与する kyouyosuru geven; verschaffen; leveren; bezorgen; toekennen; voorzien van; schenken; verlenen
供給する kyoukyuusuru leveren; verschaffen; bevoorraden; voorzien van; aanvoeren
出す dasu (1) te voorschijn halen; uithalen; eruit halen; [gew.;お酒を〜] ophalen; naar buiten brengen; uitnemen; [とらんぷの札を〜] uitspelen; opspelen; zetten; [外に] uitlaten; buitenlaten; [水を〜] openzetten; laten lopen; lozen; (2) uitsteken; [旗を〜] uithangen; (3) uiten; slaken; [音;さいんを〜] geven; maken; produceren; (4) publiceren; uitgeven; uitbrengen; op de markt brengen; uitvaardigen; openbaren; tonen; [i.h.b.] onthullen; ontbloten; laten blijken; aan de dag leggen; tentoonspreiden; uitstallen; etaleren; (5) serveren; [料理を〜] opdienen; voorschotelen; te berde brengen; aankomen met; komen aanzetten met; leveren; afleveren; verschaffen; opgeven; verstrekken; aanbieden; presenteren; uitreiken; [証を〜] aanvoeren; (6) insturen; inzenden; inleveren; indienen; [新人選手を〜] inzetten; (7) sturen; zenden; afvaardigen; verzenden; opsturen; versturen; (8) uitsturen; uitzenden; [がすを〜] uitstoten; emitteren; [熱を〜] ontwikkelen; (9) doen vertrekken; [船を〜] uitzetten; [列車を〜] inleggen; (10) betalen; opbrengen; (11) veroorzaken; opleveren; voortbrengen; geven; [すぴーどを〜] halen; opdrijven; (12) [店;支店を〜] openen; beginnen; (13) […~] naar buiten …; uit-; (14) […~] beginnen te …; het op een … zetten
収める osameru (1) oogsten; de oogst binnenhalen; de vruchten plukken; maaien; (2) verwerven; verkrijgen; krijgen; in het bezit komen van; realiseren; verwezenlijken; de vruchten plukken van; (3) opdragen aan; toewijden aan; [神社へ] offeren aan; aanbieden; consacreren; (4) betalen; afrekenen; met geld over de brug komen; dokken; (5) leveren; verschaffen; voorzien; een leverancier zijn van; (6) opslaan; stockeren; een voorraad vormen van; (7) verzamelen; vergaren; bundelen; groeperen; hergroeperen; (8) tot een einde brengen; beëindigen; eindigen; besluiten; afsluiten; schikken; slechten; beslechten; afhandelen; (9) op zijn oorspronkelijke plaats terugstoppen; terugplaatsen; opbergen; wegbergen; [鳥が羽を] z'n vleugels vouwen; (10) aannemen; accepteren; aanvaarden
受け渡しする ukewatashisuru (1) leveren; bezorgen; overhandigen; afgeven; overdragen; betalen; (2) [sportt.] wisselen (bij estafette); doorgeven
宛てがう ategau (1) aanbrengen; aanleggen; zetten; leggen; houden aan; (2) toewijzen; aanwijzen; toekennen; toebedelen; bestemmen; reserveren; (3) geven; voorzien van; leveren; verschaffen; verlenen; aanreiken; bezorgen; aan de hand doen; [仕事を] gunnen; (4) voor iem. uitkiezen
届ける todokeru (1) zenden; sturen; overbrengen; bezorgen; brengen; bestellen; leveren; afleveren; opsturen; (2) aangeven; ter kennis brengen van; kennis geven van; melden; notificeren; notifiëren; aangifte doen van; bericht geven van; berichten; bekendmaken; rapporteren; aanbrengen; [een adreswijziging enz.] opgeven; [iems. overlijden enz.] aanzeggen; aanzegging doen van
延納する ennousuru (1) achterstallig betalen; leveren; [Belg.N.] laattijdig betalen; (2) de betaling uitstellen
引き渡す hikiwatasu (1) leveren; aanleveren; overhandigen; overleveren; overdragen; ter hand stellen; uit handen geven; afgeven; overgeven; bezorgen; afleveren; uitleveren; (2) spannen; strak trekken
戦える tatakaeru (1) kunnen bestrijden; kunnen bevechten; kunnen vechten; kunnen strijden; strijd kunnen voeren; leveren; de strijd kunnen aangaan; slag kunnen leveren; (2) kunnen beoorlogen; oorlog kunnen voeren; ten strijde kunnen trekken; de wapens kunnen opnemen; (3) kunnen wedijveren; kunnen kampen; (4) kunnen worstelen; kunnen opboksen
挙げる ageru (1) [式を] houden; organizeren; vieren; (2) [例として] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; quoten; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (3) [腕を] opsteken; [頭を] oprichten; (4) [委員に] benoemen; aanstellen; (5) verenigen; samenbrengen; verenen; (6) [子を] krijgen; hebben; (7) arresteren; aanhouden; inrekenen; oppakken
提供する teikyousuru aanbieden; bieden; leveren; verschaffen; voorzien van; zorgen voor; aanreiken; aanvoeren; aandragen; ter beschikking stellen; van dienst zijn met; ten dienste stellen van; [i.h.b.] doneren; [w.g.] fourneren
支給する shikyuusuru uitkeren; voorzien van; verschaffen; leveren; verstrekken; uitbetalen; betalen; toekennen
渡す watasu (1) overzetten; overvoeren; overvaren; overschepen; (2) [m.b.t. touw] spannen; [m.b.t. brug] leggen; slaan; bouwen; (3) overbrengen; overmaken; overdragen; delegeren; overleveren; overgeven; uitleveren; afdragen; afstaan; opgeven; (4) overhandigen; in handen geven; indienen; ter hand stellen; afgeven; overreiken; aanreiken; presenteren; leveren
生み出す umidasu (1) [子を] baren; ter wereld brengen; het leven schenken aan; [卵を] leggen; (2) scheppen; voortbrengen; (3) opleveren; produceren; genereren; leveren; [利益を] geven; dragen
生る naru (vrucht) dragen; (vruchten) voortbrengen; (vruchten) leveren; (vrucht) zetten; (in de vrucht) gaan staan; [m.b.t. fruit] groeien
納める osameru (1) opdragen aan; toewijden aan; offeren aan [een godheid]; aanbieden [aan een godheid]; consacreren; (2) oogsten; de oogst binnenhalen; de vruchten plukken; maaien; (3) verwerven; verkrijgen; krijgen; in het bezit komen van; realiseren; verwezenlijken; de vruchten plukken van; (4) betalen; afrekenen; met geld over de brug komen; dokken; (5) leveren; verschaffen; voorzien; een leverancier zijn van; (6) opslaan; stockeren; een voorraad vormen van; (7) verzamelen; vergaren; bundelen; groeperen; hergroeperen; (8) tot een einde brengen; beëindigen; eindigen; besluiten; afsluiten; (9) op zijn oorspronkelijke plaats terugstoppen; terugplaatsen; opbergen; wegbergen; [m.b.t. een vogel] zijn veren vouwen; (10) aannemen; accepteren; aanvaarden
納品する nouhinsuru leveren; afleveren; bezorgen
調達する choutatsusuru (1) bevoorraden met; voorzien van; verwerven; verschaffen; aanbrengen; leveren; inslaan; aankopen; aanschaffen; inkopen; (2) [金を] werven; inzamelen; (3) [注文を] uitvoeren
賄う makanau (1) [食事を] voorzien van; verschaffen; verzorgen; leveren; bezorgen; verstrekken; [i.h.b.] cateren; (2) instaan voor; dekken; (3) rondkomen met; het rooien met
送り届ける okuritodokeru (1) leveren; bezorgen; bestellen; (2) thuisbrengen
tatsu (a) ongehinderd passeren; een weg banen; (b) z'n doel bereiken; ter bestemming komen; (c) goed ingevoerd zijn; deskundig afhandelen; (d) goederen bezorgen; leveren; (e) aankondigen; communiceren
配る;賦る kubaru (1) uitdelen; ronddelen; distribueren; (2) toebedelen; geven; als deel toewijzen; (3) bezorgen; leveren; bestellen; afleveren; afgeven; (4) rondkijken; om zich heen kijken; (5) voorzichtig zijn; behoedzaam zijn; (6) aandacht schenken aan; interesse tonen voor
配送する haisousuru bestellen; leveren; zenden
配達する haitatsusuru bezorgen; bestellen; leveren; afleveren; [de kranten enz.] rondbrengen; [pakketten e.d.] overbrengen
非難する;批難する hinansuru bekritiseren; kritiseren; kritiek hebben; uitoefenen; leveren op; commentaar geven; leveren; hebben op; afkeuren; veroordelen; aanmerkingen maken; hebben; blameren; berispen; laken; hekelen; gispen; kapittelen; verwijten; aan de kaak stellen; verketteren; wraken; [fig.] geselen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.5 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 29 treffers (zoekopdracht: 'leveren'). 
2005-2026