日蘭辭典+

27 resultaten voor ‘overdragen’
日蘭辭典 (trefwoord)
yuzuriwatashi讓渡

(譲渡) zn. overdracht v.; levering v.; overgave v.; overhandiging v. ¶ 讓渡す overdragen; leveren; overhandigen.

yuzuru讓る

(譲る) i.w. (1) [讓步] toegeven. (2) [劣る] de mindere zijn; zich gewonnen geven. t.w. (3) [讓渡] overdragen; afstaan. (4) [讓る] verkoopen. ¶ 位を讓る afstand doen van den troon. ¶ 權利を讓る rechten afstaan. ¶ 店を讓る winkel overdoen. ¶ 一歩讓らぬ geen duimbreed wijken. ¶ 誰にも讓らない bij niemand achterstaan.

watasu渡す

t.w. (1) [彼岸へ] overzetten. (2) [架する] overbruggen. (3) [送付する] overdragen; overhandigen; leveren. (4) [請負はす] contracteeren; i.w. werk aannemen. ¶ 次へ渡す doorgeven. ¶ 物品を渡す goederen leveren. ¶ 橋を渡す brug slaan. ¶ 河を渡す over de rivier zetten. ¶ 金を渡す geld overhandigen. ¶ 尺度を渡して見る de maat nemen.

ukewatashi受渡

zn. levering v.; overdracht v. ¶ 受渡しをする leveren; overdragen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <overdragen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一任する ichininsuru toevertrouwen; overlaten (aan iemands oordeel; beoordeling); in overweging geven; in handen geven; overdragen
任せる;委せる makaseru (1) overlaten aan; toevertrouwen; overgeven [in iemands handen]; opdragen; belasten [met een taak enz.]; [in iemands handen enz.] bevelen; overdragen; ter beschikking stellen; (2) laten; overlaten aan
伝授する denjusuru (geheime kennis) overdragen; bijbrengen; onderrichten; onderwijzen; instrueren; inwijden; initiëren; introduceren; inleiden; invoeren
伝達する dentatsusuru overbrengen; overdragen; doorgeven; communiceren; mededelen
信託する shintakusuru (1) toevertrouwen; overlaten; overdragen; (2) in trust geven
割譲する katsujousuru [国土を] afstaan; afstand doen van; overdragen; overlaten; cederen
受け渡しする ukewatashisuru (1) leveren; bezorgen; overhandigen; afgeven; overdragen; betalen; (2) [sportt.] wisselen (bij estafette); doorgeven
嘱託する shokutakusuru overdragen; delegeren; toevertrouwen; opdragen; opdracht geven; belasten met
委譲する ijousuru overdragen; afstand doen; afstaan; cederen; overlaten; delegeren
引き渡す hikiwatasu (1) leveren; aanleveren; overhandigen; overleveren; overdragen; ter hand stellen; uit handen geven; afgeven; overgeven; bezorgen; afleveren; uitleveren; (2) spannen; strak trekken
引き継ぐ hikitsugu (1) overnemen; voortzetten; (2) erven; overerven; (3) overdragen; overleveren; overhandigen; doorgeven
手渡す tewatasu overhandigen; overdragen; overleveren; overgeven; overreiken; aanreiken; [w.g.] reiken; ter hand stellen; geven; aangeven; afgeven
搬送する hansousuru (1) verzenden; transporteren; vervoeren; overbrengen; overdragen; overleveren; overzenden; (2) uitzenden
明け渡す akewatasu [城を] prijsgeven; opgeven; overdragen; overgeven; overleveren; afstaan; afgeven; [店を] overdoen; [gew.] overlaten; [家を] ontruimen; verlaten; evacueren
渡す watasu (1) overzetten; overvoeren; overvaren; overschepen; (2) [m.b.t. touw] spannen; [m.b.t. brug] leggen; slaan; bouwen; (3) overbrengen; overmaken; overdragen; delegeren; overleveren; overgeven; uitleveren; afdragen; afstaan; opgeven; (4) overhandigen; in handen geven; indienen; ter hand stellen; afgeven; overreiken; aanreiken; presenteren; leveren
移す;遷す utsusu (1) [in zijn geheel op een andere plaats] zetten; verplaatsen; verschuiven; (2) overgieten; overschenken; schenken; (3) [een gerechtszaak] overbrengen; overdragen; (4) een andere richting; wending geven; afleiden; (5) [病気を] overdragen; doen overgaan; infecteren met; aansteken
移管する ikansuru overdragen; transfereren
移譲する ijousuru overdragen; overhandigen; overmaken; delegeren
移転する itensuru (1) verhuizen; (2) verplaatsen; verhuizen; overbrengen; overplaatsen; (3) overdragen; transfereren; overboeken
突き出す tsukidasu (1) buitenduwen; buitensteken; (2) uitsteken; vooruit steken; (3) uitleveren; overleveren; overdragen
jou (a) afstaan; overdragen; (b) terughoudend zijn; nederig zijn
譲渡する joutosuru [jur.] overdragen; overmaken; overgeven; vervreemden; aliëneren; in andere handen brengen; afstaan; afstand doen van; cederen; transporteren
預ける azukeru (1) toevertrouwen; deponeren; in bewaring geven; inchecken; consigneren; afgeven ter bewaring; afzetten; [銀行に金を] op de bank zetten; (2) overlaten; overdragen; overgeven; overleveren; uitbesteden; outsourcen; (3) [椅子に体を] vlijen; laten rusten; plaatsen; (4) [勝負を] door een derde laten beslissen; (5) [theeceremonie] [茶道具を] klaarzetten; gereedzetten; (6) [土地を] in leen geven; belenen; met een leen begiftigen; verpachten; (7) in pand geven; stellen; te pand zetten; panden; verpanden; (8) aan prostitutie overgeven; prostitueren; (9) [酒を] afslaan; zich onthouden van
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.7 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'overdragen'). 
2005-2026