
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kukkiri・くつきり
bw. (1) [瞭然] duidelijk; helder; scherp. (2) [目立つて] opmerkelijk.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kyū・急
(na-adj) (1) plotseling; plots; opeens; onverwacht. ¶ 急に彼がブレーキをかけたので、フロントガラスに頭をぶつけた。 Kyū ni kare ga burēki wo kaketa no de, furontogurasu ni atama wo butsuketa. Omdat hij plotseling op de rem trapte stootte ik mijn hoofd tegen het voorraam. ¶ 急な客が来たので、そのテレビ番組が見れなかった。 Kyū na kyaku ga kita no de, sono terebi bangumi ga mirenakatta. Omdat ik onverwacht bezoek had kon ik dat programma niet kijken. (2) urgent; dringend. ¶ 急な用事〔急用〕が出来て、パーティに行けなくなった。ごめんなさい。 Kyū na yōji [kyūyō] ga dekite, pāti ni ikenaku natta. Omdat zich een urgente zaak voordeed kon ik niet naar het feestje gaan. ¶ この事態は急を要する Kono jitai wa kyū wo yōsuru De situatie is urgent. ¶ これは急を要する事態だ。 Kore wa kyū wo yōsuru jitai da. Dit is een urgente situatie. (3) snel; woest (water). ¶ 急な川で泳ぐのは大変危険だ。 Kyū na kawa de oyogu no wa taihen kiken da. Het is enorm gevaarlijk om in een snelstromende rivier te zwemmen. ¶ 彼女は急に老け込んできた。 Kanojo wa kyū ni fukekonde kita. Ze werd snel oud. (4) steil (helling); scherp (bocht). ¶ 急な坂 Kyū na saka. Een steile helling; Een plotse daling. ¶ 道路はそこで急な右カーブになっている。 Dōro wa soko de kyū na migi kābu ni natte iru. De weg maakt daar een scherpe bocht naar rechts. (TTC) (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <scherp>
がた落ちする gataochisuru scherp; fors dalen; plotseling duiken; pijlsnel vallen; steil neerschieten; kelderen; instorten; crashen; zakken als een baksteen
すかっと sukatto (1) [~した気分] verlicht; opgeknapt; van een last bevrijd; opgewekt; opgeruimd; (2) [~した青空] uitgeklaard; opgeklaard; (3) [~した服装] chic; cool; (4) [~する飲み物] verfrissend; verkwikkend; (5) [~した切れ味] vlijmend; goed en gemakkelijk snijdend; scherp
すばしっこい subashikkoi (1) behendig; vlug; kwiek; vaardig; gezwind; rap; (2) scherpzinnig; gewiekst; gevat; scherp; spits; pienter; schrander; slim; alert; ad rem
つくづく tsukuzuku (1) [~眺める] aandachtig kijken; turen; strak aankijken; nauwkeurig bekijken; kritisch opnemen; in detail onderzoeken; (2) [~考える] goed nadenken; grondig beschouwen; peinzen; (3) [~いやになる] kotsbeu worden; grondig zat worden; helemaal klaar zijn; (4) [~感じる] scherp; diep; door en door aanvoelen; doorvoelen
はっきりした hakkirishita (1) klaar; duidelijk; helder; goed waarneembaar; scherp; expliciet; afgetekend; welomlijnd; welomschreven; (2) zeker; exact; uitgesproken; ondubbelzinnig
ひしと hishito (1) stevig; flink; (2) [m.b.t. aanvoelen] scherp; vinnig
ぴりっと piritto (1) [~辛い] heet; pikant; pittig; kruidig; gekruid; brandend; (2) [~した言葉] scherp; stekend; stekelig; bijtend; hekelend; venijnig; (3) [~裂く] rissend; rijtend; (4) [~静電気がくる] tintelend; singelend; (5) [~した態度] onverschrokken; onversaagd; onwrikbaar; ferm
シャープ shāpu (1) [muz.] kruis; verhogingsteken; diësis; (2) hekje; matje; het teken #; (3) Sharp; Sharpe; (4) Sharp Corporation; (5) scherp; scherpzinnig
俊敏 shunbin schrander; slim; vinnig; pienter; scherpzinnig; scherp; behendig; bijdehand; gevat; vlug; snel; vlot van begrip; alert
先鋭 sen'ei scherp; spits; radicaal; extreem; militant
切実に setsujitsuni hevig; ernstig; fel; intens; scherp; acuut
利く kiku (1) werken; het hem doen; het gewenste resultaat geven; doeltreffend zijn; effectief zijn; afdoend zijn; werkzaam zijn; goede uitwerking hebben; z'n werking doen; [わさびが] scherp; pikant zijn; (2) goed functioneren; goed presteren; nuttig effect hebben; (3) mogelijk zijn; in aanmerking komen voor; (4) proeven en op smaak beoordelen; keuren
利 ri (1) winst; opbrengst; profijt; (2) geschiktheid; opportuniteit; (3) voordeel; nut; (4) rente; interest; intrest; (a) scherp; snedig; scherpzinnig; schrander; (b) geschikt; passend; nuttig; voordelig; (c) winst; baat; buit; (d) rente; interest
尖らす togarasu (1) scherpen; aanscherpen; scherp; scherper maken; slijpen; (2) [神経を] de zenuwen spannen; zich dik maken; zich opwinden; (3) [声を] met een harde; bitse; snijdende stem spreken
強い tsuyoi (1) sterk; krachtig; stout; stevig; impressief; [m.b.t. klap] hard; [m.b.t. houding] ferm; [m.b.t. verzet] duchtig; geducht; hevig; [m.b.t. band] hecht; [m.b.t. gevoel] intens; [m.b.t. geur] scherp; [m.b.t. uitspraak] kras; [m.b.t. geest;geloof enz.] kloek; [m.b.t. bries] stijf; [m.b.t. drank] zwaar; (2) bestand (tegen); gehard tegen; -bestendig; goed tegen [drank;alcohol enz.] kunnen [direct voorafgegaan door ni に]; (3) sterk (in); goed (in); kundig (in); bekwaam (in); bedreven (in)
弾 tama (1) kogel; projectiel; [verzameln.] scherp; blauwe boon; loden boon; huzarenboon; (2) nietje
快 kai (1) welbevinden; genoegen; behagen; genot; plezier; (a) aangenaam; fijn; (b) snel; (c) scherp; (d) ziekteherstel
急な kyūna (1) dringend; urgent; spoedeisend; acuut; (2) plots; plotseling; onverhoeds; abrupt; schielijk; (3) steil; sterk hellend; (4) scherp; (5) snel; vlug; rap; gezwind; haastig
敏捷 binshō (1) behendigheid; vlugheid; vaardigheid; gezwindheid; rapheid; radheid; promptheid; (2) scherpzinnigheid; gewiekstheid; gevatheid; scherpte; spitsheid; pienterheid; schranderheid; slimheid; (3) behendig; vlug; kwiek; vaardig; gezwind; rap; rad; prompt; (4) scherpzinnig; gewiekst; gevat; scherp; spits; pienter; schrander; slim; alert; ad rem
暴騰する bōtōsuru plots; scherp; sterk stijgen; boomen; een hoge vlucht nemen; steil de hoogte ingaan; omhoogschieten; omhoogspringen; de pan uit rijzen
有り有り ariari (1) [~と] duidelijk; goed waarneembaar; (2) [~と] levendig; scherp; helder
染み染み;沁み沁み shimijimi [m.b.t. spijt;leedwezen] diep; [m.b.t. berouw] hevig; [m.b.t. aanvoelen] scherp; intens; zeer sterk; zwaar; ernstig; doorvoelend; doorvoeld; met gevoel; gevoelvol; [m.b.t. luisteren;(be)kijken enz.] goed; door en door; aandachtig
機敏 kibin (1) gevatheid; spitsheid; snedigheid; slimheid; schranderheid; pienterheid; scherpzinnigheid; vlugheid; radheid; scherpheid; bijdehandheid; vinnigheid; uitgeslapenheid; gewiekstheid; alertheid; uitgekooktheid; (2) gevat; spits; ad rem; snedig; slim; schrander; pienter; scherpzinnig; vlug; rad; scherp; bijdehand; vinnig; uitgeslapen; gewiekst; alert; uitgekookt
毒々しい dokudokushii (1) giftig uitziend; (2) [fig.] hatelijk; gemeen; venijnig; kwaadaardig; kwaadwillig; scherp; bits; bitter; (3) [~色] schreeuwend; opzichtig; opvallend; schel
渋い shibui (1) scherp; bitter; wrang; zerp; astringent; (2) zuur; nors; (3) verfijnd; sober; ascetisch; sec; (4) vrekkig; gierig
激しい;烈しい;劇しい hageshii (1) hevig; streng [b.v. kou]; scherp; vinnig; intens; zwaar [b.v. storm]; geducht; hard; stevig [b.v. ruzie]; flink; duchtig; fel [b.v. temperament]; fiks; kras; (2) onstuimig; heftig; geweldig; vehement; vurig; stormachtig; fervent; razend; hartstochtelijk [b.v. liefde]; verwoed; verhit [b.v. strijd]; van je welste; hels
濃い koi (1) (van een kleur) donker; (van een kleur) niet licht; (van een kleur); diep; (2) (van koffie; thee; etc.) sterk; (van koffie; thee; etc.) scherp; prikkelend; (3) (van soep) dik; (van soep) rijk; (4) (van mist) dicht; (5) (van baard) zwaar; (van baard) dichtbegroeid; (6) (van een relatie; vriendschap; etc.) intiem; (van een relatie,; vriendschap; etc.) vertrouwelijk; (van een relatie; vriendschap; etc.); persoonlijk; (van een relatie; vriendschap; etc.) innig; (van een; relatie; vriendschap; etc.) nauw; (van een relatie; vriendschap; etc.); nabij
灰汁が強い akugatsuyoi wrang; bitter; scherp; zerp van smaak; [人が] aanmatigend; vrijpostig; zelfbewust
灰汁の強い akunotsuyoi wrang; bitter; scherp; zerp van smaak; [人が] aanmatigend; vrijpostig; zelfbewust
熾烈 shiretsu fel; hevig; zwaar; hard; vinnig; heftig; scherp; bits
痛切 tsūsetsu scherp; doordringend; bijtend; vinnig; hevig; fel; ernstig; serieus
痛切な tsūsetsuna scherp; doordringend; bijtend; vinnig; hevig; fel; ernstig; serieus
痛切に tsūsetsuni scherp; vinnig; hevig; fel
研ぐ togu (1) scherpen; scherp; scherper maken; aanscherpen; slijpen; wetten; aanzetten; (2) polijsten; bruineren; glanzen; opglanzen; (3) [米を] slijpen in water; wassen
穿った ugatta scherp; vinnig; spits; snedig; gevat; scherpzinnig; schrander; ad rem; doordringend
糞味噌 kusomiso (1) vernietigend; fel; scherp; venijnig; (2) [~にして] zonder onderscheid; gelijkelijk; alles over één kam scherend
蘞い egui (1) scherp; prikkelend; bijtend; (2) hard; wrang; bits; bitsig; bars; vinnig; pikant; venijnig; stekelig; (3) hardvochtig; star; stug; bikkelhard; cru
蘞辛い egarai (1) scherp; prikkelend; (2) [のどが~] geïrriteerd; geprikkeld; rauw
蘞辛っぽい egarappoi (1) [のどが~] geïrriteerd; rauw; geprikkeld; (2) scherp; prikkelend
血の巡りの良い chinomegurinoyoi pienter; schrander; bijdehand; goedleers; vinnig; vlug; gevat; snugger; scherpzinnig; scherp; spits
辛辣 shinratsu [fig.] bijtend; scherp; hekelend; bits; bitsig; vinnig; vlijmend; [gew.] vliemend; fel; schrijnend; sarcastisch
酷 koku (1) hard; cru; wreed; zwaar; streng; scherp; fel; vinnig; (a) streng; wreed; erg; (b) hevig; fel
酷い hidoi (1) wreed; hard; verschrikkelijk; gruwelijk; enorm; ontzettend; vreselijk; onmenselijk; slecht; gemeen; duivels; donders; heidens; verduiveld; verduveld; verdomd; deksels; drommels; [気分が] bedonderd; beroerd; belabberd; (2) erg; guur; [~寒さ] bitter; bar; zwaar; flink; hevig; geweldig; [~発言] straf; van je welste; [~批評] scherp
酷評する kokuhyōsuru scherp; fel; heftig; hevig; vernietigend; vinnig (be)kritiseren; scherp hekelen; gispen; afbreken; afkraken; afkammen; kraken; [fig.] geselen; [fig.] op de korrel nemen; [fig.] schieten op; [fig.] tegen ~ aan schoppen
酸い sui zuur; wrang; zerp; scherp
鋭い;尖い surudoi (1) scherp; scherpsnijdend; spits; puntig; scherpgepunt; scherpgekant; (2) [fig.] scherp; [m.b.t. woorden;kritiek;opinie;opmerking enz.] grievend; stekelig; striemend; vinnig; spits; bits; vlijmscherp; bijtend; fel; heftig; schril; pinnig; priemend; schrijnend; poignant; cassant; navrant; [m.b.t. pijn] stekend; vlijmend; snijdend; hevig; (3) scherp; scherpzinnig; snedig; spits; kien; pienter; schrander; vernuftig; fijnzinnig; doordringend; ad rem
鋭利 eiri (1) scherp; scherpsnijdend; scherpgekant; kantig; puntig; scherpgepunt; met scherpe randen; (2) scherp; scherpzinnig; schrander; spits; vinnig; gevat; pienter; doordringend; snedig
鋭敏 eibin (1) scherpzinnig; vinnig; schrander; bijdehand; pienter; wakker; kien; (2) scherp; fijn; kien; gevoelig; alert
頭の回転の早い atamanokaitennohayai snel; vlug; slim; rad; [Belg.N.] rap; bijdehand; schrander; snugger; pienter; snedig; alert; wakker; spits; scherp; scherpzinnig; intelligent; ad rem; [arch.] vaardig
鮮やか azayaka (1) klaar; scherp; helder; hel; duidelijk; intens; geprononceerd; fel; levendig; sprekend; sterk uitkomend; schel; knal-; hard-; (2) bedreven; handig; kundig; deskundig; vakkundig; capabel; bekwaam; vaardig; behendig; slim; kunstig; prima; (3) prachtig; fraai; mooi; knap; schitterend; stralend; briljant; (4) vers; fris; fleurig
鮮明 senmei helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
鮮明な senmeina helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
鮮明に senmeini helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
Tijd: 1.12 sec. jiten.nl: 10 treffers, warandict: 53 treffers (zoekopdracht: 'scherp').
2005-2026
