日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘pijnlijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
kurō苦勞

(苦労) zn. zorg (心配) v.; last m.; moeite v.; zware arbeid. ¶ 苦勞のない onbezorgd; luchthartig. ¶ 御苦勞樣でした dank voor uwe moeite. ¶ 苦勞する zich bezorgd maken; veel moeite doen; worstelen. ¶ 苦勞性の zwaar op de hand; pijnlijk nauwgezet.

kurushii苦しい

bn. (1) [苦痛] pijnlijk; bedroevend. (2) [困難] moeilijk; hard; zwaar. (3) [困窮] ellendig. ¶ 苦しい思をする zich kwellen; zijn hersens pijnigen. ¶ 苦しい仕事 zware taak. ¶ 苦しい境遇 droevige omstandigheden; ellende. ¶ 苦しい立場 vergezochte grap. ¶ 苦しい立場 moeilijke positie. ¶ 苦し紛れに door wanhoop gedreven. ¶ 苦します pijnigen; martelen; plagen; kwellen.

zukizuki suruづきづきする
tsūsetsuna痛切な

bn. scherp; pijnlijk; grievend.

tsūkan痛感

zn. smartelijk gevoel o. ¶ 痛感する pijnlijk beseffen; smartelijk gevoelen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <pijnlijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ぎゅうぎゅう gyuugyuu (1) [~鳴る] [= klanknabootsing van een knarsend;krakend;knerpend;piepend;schurend geluid]; (2) [~と縛る] strak aangespannen; (3) [~押し込む] tot proppens toe; samengedrukt; als haringen in een ton; als haringen opeengepakt; als sardientjes in een blik; opeengepropt; propvol; tjokvol; bomvol; stampvol; afgestampt; afgeladen vol; (4) [~絞られる] duchtig; streng; flink; (5) pijnlijk; smartelijk
はずい hazui [slang] gênant; beschamend; schaamtelijk; pijnlijk
ぴりぴり piripiri (1) pijnlijk; stekend; prikkend; prikkelend; brandend; (2) [fluitsignaal;trein] tuut tuut; toet toet
切ない setsunai (1) pijnlijk; smartelijk; kwellend; schrijnend; navrant; beproevend; verdrukkend; (2) gekweld; beklemd; benauwd; (3) klemgezet; schaak gezet; in het nauw gebracht; in een hoek gedreven; (4) benard; nooddruftig; behoeftig; ellendig; (5) gekoesterd; innig bemind; vurig
困った komatta (1) gênant; lastig; verlegen makend; pijnlijk; vervelend; naar; [Belg.N.;spreekt.] ambetant; (2) [生活に] behoeftig; noodlijdend; nooddruftig
困難 konnan (1) moeilijkheid; hindernis; obstakel; (2) nood; ontbering; beproeving; (3) beproeving; moeite; ongeluk; bezoeking; (4) verwarring; verlegenheid; het niet goed weten wat men moet doen; (5) moeilijk; niet gemakkelijk; problematisch; (6) vervelend; lastig; hinderlijk; onaangenaam; naar; (7) gênant; lastig; verlegen makend; ongemakkelijk; ongelukkig; pijnlijk; [Belg.N.;spreekt.] ambetant; (8) hard; bitter; doornig; vol doornen en distels; moeilijk; verdrietelijk
心憂し kokoroushi (1) wreed; erg; pijnlijk; hard; (2) onaangenaam; onprettig; vervelend; hatelijk
心苦しい kokorogurushii pijnlijk; smartelijk; jammerlijk; grievend; betreurenswaardig; betreurenswaard
恥ずかしい;羞ずかしい hazukashii (1) beschaamd; gegeneerd; schaamtevol; opgelaten; bedremmeld; (2) gênant; beschamend; pijnlijk; (3) schaamachtig; verlegen; bedeesd; beschroomd
悩ましい nayamashii (1) pijnlijk; onaangenaam; beroerd; (2) fascinerend; betoverend; boeiend; onweerstaanbaar; bekorend; verlokkelijk; aanlokkelijk; bekoorlijk; seduisant; verleidelijk; opwindend; prikkelend; sexy
悩ましげ nayamashige (1) moeilijk; zwaar; hard; lastig; moeizaam; moeitevol; smartelijk; penibel; hachelijk; heikel; netelig; pijnlijk; zorgelijk; (2) sensueel; prikkelend; verleidelijk; verlokkelijk; opwindend; bekoorlijk; aantrekkelijk; seduisant; begeerlijk; (3) sukkelend; sukkelig; kwakkelend; kwakkelig; noodlijdend; kwijnend; verkommerd; gebrekkig; ziekelijk; ziekig
悲痛 hitsuu (1) hevige smart; zielensmart; innig verdriet; hartzeer; hartepijn; (2) smartelijk; tragisch; pijnlijk; hartverscheurend; hartbrekend; hartroerend; navrant; dieptreurig; verdrietig; verdrietelijk; kommervol; jammerlijk; [Belg.N.] er het hart van in; [muz.] doloroso
手痛い teitai (1) hevig; zwaar; serieus; geducht; duchtig; (2) pijnlijk; schrijnend; nadelig; schadelijk; nefast
晴れがましい haregamashii (1) openbaar; formeel; officieel; (2) opzichtig; zwierig; prachtig; feestelijk; schitterend; groots; luisterrijk; vol pracht en praal; overweldigend; flamboyant; (3) gênant; pijnlijk; verlegen makend
痛い itai (1) (lichamelijk) pijnlijk; (2) (psychologisch) pijnlijk; smartelijk; bitter; tragisch; (3) [uitroep bij pijn] Au!; Dat doet pijn!
痛ましい itamashii (1) schrijnend; smartelijk; pijnlijk; treurig; bedroevend; erbarmelijk; miserabel; meelijwekkend; deerniswekkend; beklagenswaardig; jammerlijk; hartverscheurend; tragisch; (2) kommerlijk; hard; ellendig; bitter; armzalig; arm; ongelukkig; triest
細心の saishinno nauwgezet; zorgvuldig; secuur; nauwkeurig; angstvallig; pijnlijk; precies; scrupuleus; meticuleus
苦しい kurushii (1) pijnlijk; bedroevend; (2) moeilijk; hard; zwaar; (3) onhandig; lastig; gênant; pijnlijk; netelig; hachelijk; (4) ellendig; ebarmelijk; armzalig; gebrekkig; rampzalig; (5) (van een lach) geforceerd; gemaakt; niet van harte gaand; (6) (van een excuus; een uitleg; een interpretatie; etc.) vergezocht; (van een excuus; een uitleg; een interpretatie; etc.) er van verre bij gehaald; onlogisch; irrationeel
辛い tsurai (1) hard; wreed; bar; (2) moeilijk; zwaar; hard; lastig; [m.b.t. tijden] benard; pittig; [m.b.t. ervaring] bitter; pijnlijk
shin (1) [Chin.astrol.] xīn [= achtste teken van de tien hemelse stammen]; (a) pikant; (b) zwaar; pijnlijk; (c) [Chin.astrol.] xīn; (d) ternauwernood; op het nippertje
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.31 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'pijnlijk'). 
2005-2026