日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘versperren’
日蘭辭典 (trefwoord)
fusagu塞ぐ
t.w. sluiten; versperren; verstoppen; dichtstoppen; barrikadeeren. ¶ 塞ぐ gat stoppen. ¶ 場所を塞ぐ ruimte innemen. ¶ 往來を塞ぐ weg versperren. ¶ 口を塞ぐ den mond houden. ¶ 道を塞いではいけない sta mij niet in den weg.
sogai阻害
zn. belemmering v.; beletsel o. ¶ 阻害する belemmeren; hinderen
samatageru妨げる
yukute行手

zn. de weg, dien men gaat. ¶ 行手を遮る den weg versperren.

yōsoku suru擁塞する
tsumeru詰める

t.w. (1) [閉塞する] versperren; afsluiten; blokkeeren. (2) [詰塞ぐ] opvullen; volstoppen; dichtstoppen. i.w. (3) [間を] opschikken; dichter opeen gaan zitten; (4) [押入る] dringen. t.w. (5) [短縮] inkrimpen; verkorten; verminderen. i.w. (6) [將棋] schaakmat zetten. ¶ 耳に綿を詰める watten in de ooren stoppen. ¶ 詰めて書く dicht op elkaar schrijven. ¶ 著物を詰める jas innemen. ¶ どうぞ今少しお詰め下さい wil u als het u belieft wat opschuiven; verzoeke wat op te schikken.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <versperren>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
塞ぐ fusagu (1) afsluiten; dichten; dichtmaken; afdichten; afstoppen; dichtgooien; toegooien; stoppen; vullen; dempen; plempen; dichtstoppen; verstoppen; toestoppen; toedammen; opvullen; opstoppen; opproppen; stremmen; versperren; [veroud.] sperren; blokkeren; belemmeren; obstrueren; (2) de handen voor [z'n ogen;oren;mond enz.] houden; met z'n handen afdekken; bedekken; (3) [de deur e.d.] sluiten; dichtdoen; toedoen; toesluiten; (4) [plicht e.d.] vervullen; doen; voldoen; volbrengen; betrachten; (5) [tijd;plaats e.d.] in beslag nemen; innemen; beslaan; bezetten; (6) versomberen; in de put raken; zich depri gaan voelen; depressief worden; ontmoedigd raken; mismoedig worden; terneergedrukt raken; gedeprimeerd raken; down raken
封鎖する fuusasuru blokkeren; afsluiten; versperren; afgrendelen; [econ.] bevriezen; [veroud.] sperren
拒む kobamu (1) weigeren; afslaan; afwijzen; refuseren; ontzeggen; van de hand wijzen; bedanken; verwerpen; declineren; (2) versperren; blokkeren; belemmeren; verhinderen; beletten; obstrueren
梗塞する kousokusuru blokkeren; verstoppen; versperren; obstrueren
遮る saegiru (1) versperren; blokkeren; obstrueren; ondoorgankelijk; ontoegankelijk maken; afsnijden; (2) belemmeren; hinderen; [話を] storen; onderbreken; in de rede vallen
遮断する shadansuru afsnijden; onderbreken; afsluiten; versperren; interrumperen
阻む;沮む habamu (1) versperren; blokkeren; afsluiten; ondoorgankelijk maken; obstrueren; (2) belemmeren; hinderen; in de weg staan; bedwingen; in bedwang; toom houden; (3) voorkómen; beletten; verhinderen; verhoeden; verijdelen; dwarsbomen; zorgen dat niet
阻害する sogaisuru belemmeren; hinderen; storen; blokkeren; beletten; obstrueren; versperren; ophouden; tegenhouden; tegenwerken; bemoeilijken; remmen; vertragen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.35 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'versperren'). 
2005-2026