
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
tsumeru・詰める
t.w. (1) [閉塞する] versperren; afsluiten; blokkeeren. (2) [詰塞ぐ] opvullen; volstoppen; dichtstoppen. i.w. (3) [間を] opschikken; dichter opeen gaan zitten; (4) [押入る] dringen. t.w. (5) [短縮] inkrimpen; verkorten; verminderen. i.w. (6) [將棋] schaakmat zetten. ¶ 耳に綿を詰める watten in de ooren stoppen. ¶ 詰めて書く dicht op elkaar schrijven. ¶ 著物を詰める jas innemen. ¶ どうぞ今少しお詰め下さい wil u als het u belieft wat opschuiven; verzoeke wat op te schikken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <opvullen>
充填する jūtensuru vullen; opvullen; plomberen
埋める uzumeru (1) begraven; (2) dempen; dichtgooien; opvullen; volgooien; (3) geheel vullen; volstoppen; volstouwen
埋める umeru (1) [土中に] begraven; ter aarde bestellen; bedelven; bestelpen; (2) [隙間を] opvullen; volstoppen; dichtstoppen; stoppen; dichtmaken; dempen; dichtgooien; vullen; aanvullen; [余白を] invullen; [歯を] plomberen; (3) [損失を] vergoeden; weer goed maken; compenseren; aanzuiveren; (4) [湯を水で] lauwen
埋め尽くす umetsukusu helemaal vullen; opvullen; tot de laatste plaats bezetten; volproppen; volstouwen; volledig bedekken; begraven
塞ぐ fusagu (1) afsluiten; dichten; dichtmaken; afdichten; afstoppen; dichtgooien; toegooien; stoppen; vullen; dempen; plempen; dichtstoppen; verstoppen; toestoppen; toedammen; opvullen; opstoppen; opproppen; stremmen; versperren; [veroud.] sperren; blokkeren; belemmeren; obstrueren; (2) de handen voor [z'n ogen;oren;mond enz.] houden; met z'n handen afdekken; bedekken; (3) [de deur e.d.] sluiten; dichtdoen; toedoen; toesluiten; (4) [plicht e.d.] vervullen; doen; voldoen; volbrengen; betrachten; (5) [tijd;plaats e.d.] in beslag nemen; innemen; beslaan; bezetten; (6) versomberen; in de put raken; zich depri gaan voelen; depressief worden; ontmoedigd raken; mismoedig worden; terneergedrukt raken; gedeprimeerd raken; down raken
押し込む oshikomu (1) zich; elkaar verdringen; drommen; dringen; samendrommen; [Belg.N.] drummen; op een kluitje gaan staan; dicht op elkaar gaan staan; elkaar verduwen; (2) proppen; duwen; wurmen; stoppen; stouwen; vol duwen; volstoppen; volproppen; opvullen; opproppen; (in een kleine ruimte) persen; (3) opsluiten; wegstoppen; insluiten; kooien; gevangenzetten; [i.h.b.] consigneren
満たす mitasu (1) vullen; opvullen; vol maken; (2) verzadigen; bevredigen; voldoen; tevredenstellen; beantwoorden aan; vervullen
潰す tsubusu (1) pletten; platdrukken; verpletteren; vermorzelen; te pletter drukken; in elkaar drukken; stampen; fijnstampen; fijnmaken; prakken; [m.b.t. puistje] uitknijpen; (2) verspillen; vergooien; verkwanselen; versjacheren; verkwisten; dissiperen; [i.h.b.] verbrassen; [i.h.b.] opsouperen; doorjagen; [inform.] doordraaien; (3) ruïneren; [inform.] reneweren; te gronde richten; [fig.] knakken; [inform.] opdoeken; [i.h.b.] failliet doen gaan; [fig.] de deuren sluiten; (4) [時間を] doden; korten; verdrijven; passeren; (nutteloos) besteden; verdoen; verbeuzelen; (5) [m.b.t. (pluim)vee] slachten; (6) [m.b.t. plannen] doen mislukken; verijdelen; afschieten; (7) [声;喉を] hees doen worden; kapotmaken; verliezen; (8) omsmelten; afbreken; weer tot grondstof maken; (9) in verlegenheid brengen; compromitteren; [顔を] gezichtsverlies doen lijden; met rode kaken doen staan; (10) van streek brengen; (11) [m.b.t. gaatjes] opvullen; vullen; dichten; dichtmaken; (12) tot verslijtens toe …
穴を埋める anaōmeru (1) een put vullen; [i.h.b.] een verlies goedmaken; (2) een leemte aanvullen; opvullen; (3) in een vacature voorzien; een vacature vervullen
穴埋めする anaumesuru (1) een gat stoppen; opvullen; in een leemte voorzien; een lege plek invullen; (2) een tekort compenseren; een put vullen; een verlies dekken; goedmaken; (3) [drukw.] uitvullen; (4) een vacature vervullen; in een vacature voorzien; personeel aanvullen; (5) een invuloefening maken
膨らます;脹らます fukuramasu doen zwellen; doen opzwellen; doen rijzen; opblazen; bol doen staan; doen opzetten; doen uitzetten; doen opbollen; doen oppuilen; doen bollen; vullen; opvullen; oppompen
膨らませる;脹らませる fukuramaseru doen zwellen; doen opzwellen; doen rijzen; opblazen; bol doen staan; doen opzetten; doen uitzetten; doen opbollen; doen oppuilen; doen bollen; vullen; opvullen; oppompen
補う oginau (1) [een tekort;een gebrek etc.] aanvullen; opvullen; herstellen; (2) (schade) vergoeden; terugbetalen; schadeloosstellen; compenseren; restitueren
補充する hojūsuru aanvullen; suppleren; opvullen; bijvullen; [m.b.t. vacature] vervullen; voorzien in; [mil.] rekruteren
Tijd: 1.61 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'opvullen').
2005-2026
