
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
tsuzumeru・約める
t.w. (1) [減少] verminderen; inkrimpen; beperken. (2) [簡約] in ’t kort samenvatten; resumeeren; beknopter mededeelen. ¶ 約めて言へば in ’t kort gezegd; om kort te gaan.
tsumeru・詰める
t.w. (1) [閉塞する] versperren; afsluiten; blokkeeren. (2) [詰塞ぐ] opvullen; volstoppen; dichtstoppen. i.w. (3) [間を] opschikken; dichter opeen gaan zitten; (4) [押入る] dringen. t.w. (5) [短縮] inkrimpen; verkorten; verminderen. i.w. (6) [將棋] schaakmat zetten. ¶ 耳に綿を詰める watten in de ooren stoppen. ¶ 詰めて書く dicht op elkaar schrijven. ¶ 著物を詰める jas innemen. ¶ どうぞ今少しお詰め下さい wil u als het u belieft wat opschuiven; verzoeke wat op te schikken.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <inkrimpen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
カットする kattosuru (1) knippen; kappen; (2) [宝石を] snijden; (3) [sportt.] kappen; snijden; afsnijden; onderscheppen; effect geven; meegeven; een kapbeweging maken; (4) [filmk.] cutten; snijden en lassen; (5) inkorten; verkorten; couperen; weglaten; doorstrepen; doorhalen; schrappen; (6) verminderen; verlagen; reduceren; beperken; inkrimpen; korten; besnoeien; bezuinigen
切り詰める kiritsumeru (1) verkorten; korter maken; bekorten; inkorten; korten; besnoeien; bijknippen; bijsnijden; [蝋燭の芯を] snuiten; (2) minderen met; [費用を] beperken; besnoeien; bezuinigen; beknibbelen; inperken; inkrimpen; verminderen; terugbrengen; reduceren; zich bekrimpen
削る kezuru (1) [木材を] schaven; met een schaaf bewerken; vijlen; met een vijl bewerken; [鉛筆を] scherpen; slijpen; (2) een streep halen door; doorhalen; doorstrepen; schrappen; doorschrappen; (3) verminderen; inkrimpen; terugschroeven; beknotten; beperken; korten; bekorten; inkorten; reduceren; (4) [鎬を] een verwoede strijd voeren; een hevige; zware strijd leveren; fel strijden
削減する sakugensuru verminderen; besnoeien; inperken; reduceren; verlagen; inkrimpen; korten; bekorten; beperken; bezuinigen (op); beknibbelen (op); terugbrengen; het mes zetten in; kappen in; beknotten
収縮する shuushukusuru krimpen; inkrimpen; zich samentrekken; contraheren
大鉈を振るう oonatawofuruu er met de grove; brede; botte bijl (op) inhakken; drastisch snoeien; verminderen; inkrimpen; bezuinigen; beperken
淘汰する toutasuru (1) uitschiften; schiften; screenen; wegselecteren; besnoeien; inkrimpen; [i.h.b.] ontslaan; (2) [biol.] selecteren
減らす herasu verminderen; minderen; reduceren; terugbrengen; herleiden; terugschroeven; verkleinen; kleiner maken; besnoeien; afbouwen; verlagen; bekorten; beperken; inkorten; inkrimpen; verkorten; inperken
減る heru (1) afnemen; verminderen; krimpen; teruglopen; kleiner worden; minder worden; minderen; achteruitgaan; dalen; slinken; zakken; inkrimpen; [i.h.b.] slijten; verslijten; (2) terugdeinzen; terugschrikken; versagen [meestal in combinatie met een negatie]
短縮する tanshukusuru inkorten; verkorten; afkorten; korter maken; bekorten; reduceren; verminderen; verkleinen; besnoeien; beknotten; inperken; inkrimpen; comprimeren
節減する setsugensuru besnoeien; bezuinigen; besparen; inkrimpen; inperken; beperken; verminderen; verlagen; verkleinen; reduceren; terugbrengen; het mes zetten in; [出費を~] zich bekrimpen
緊縮する kinshukusuru (1) aanhalen; aantrekken; aanspannen; samentrekken; contraheren; strak trekken; krapper maken; (2) bezuinigen; besnoeien; besparen; economiseren; inkrimpen; inperken; beperken; beknotten; matigen; versoberen; terugbrengen; inleveren; de buikriem aanhalen
締める;絞める;〆める;緊める shimeru (1) (締める;絞める)[帯を] aanhalen; omdoen; omgorden; strak trekken; verstrakken; gespannen maken; aanspannen; opspannen; spannen; aanzetten; aansnoeren; vastsnoeren; [栓を] vastdraaien; aandraaien; dichtdraaien; [ねじで] aanschroeven; (2) (絞める) wurgen; kelen; doen stikken; verwurgen; smoren; verstikken; de strot dichtknijpen; de keel toeknijpen; [w.g.] stranguleren; [m.b.t. pluimvee] de nek omdraaien; [euf.] slachten; [arch.] worgen; (3) (締める;〆める) afronden; sluiten; [勘定を] afsluiten; [i.h.b.] (alles) bij elkaar optellen; rekenen; nemen; [i.h.b.] sommeren; (4) (締める;緊め) streng zijn voor; tegen; goed in bedwang hebben; kort houden; [uitdr.] de teugels aanhalen; [uitdr.] de schroeven wat aandraaien; (5) (締める) bezuinigen (op); besparen (op); besnoeien (op); zuinig; spaarzaam zijn (met); matigen; economiseren; [m.b.t. uitgaven] inperken; beperken; inkrimpen; bekrimpen; terugbrengen; [uitdr.] de buikriem; broekriem aanhalen; versoberen; [m.b.t. overheid;fig.;euf.] ombuigen; (6) (絞める;〆める) [cul.] met zout of azijn behandelen (zodat het (vis)vlees stevig wordt); [i.h.b.] pekelen; [i.h.b.] marineren; [塩で] zouten; [酢で] met azijn behandelen
縮まる chidhimaru krimpen; (zich) samentrekken; inkrimpen; slinken; kleiner; korter worden; afnemen; inkorten; [niet alg.] verkorten
縮む chidhimu (1) krimpen; schrompelen; inlopen; inkrimpen; (zich) samentrekken; [i.h.b.] verschrompelen; [i.h.b.] ineenschrompelen; [i.c.m. 日が] korten; korter worden; [i.c.m. さいずが] afnemen; kleiner worden; slinken; contraheren; [m.b.t. (wereld)record] (fig.) verscherpen; (2) [van angst enz.] ineenkrimpen; in elkaar kruipen; duiken; zich klein maken
縮れる chidhireru (1) kreuken; kreukelen; rimpelen; schrompelen; (zich) samentrekken; inkrimpen; plooien; (2) [i.c.m. 髪が] krullen; omkrullen; kroezen
縮小する shukushousuru verkleinen; verminderen; beperken; reduceren; terugbrengen; terugschroeven; besnoeien; inkrimpen; inkorten; bekorten; inperken; [fig.;euf.] afslanken; downsizen; aftrimmen
Tijd: 1.38 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 17 treffers (zoekopdracht: 'inkrimpen').
2005-2026
