日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘volbrengen’
日蘭辭典 (trefwoord)
yarinuku遣拔く
(遣り抜く) t.w. doorzetten; volbrengen; volvoeren; voltooien.
yaritōsu遣通す
(遣り通す) t.w. doorzetten; volvoeren; volbrengen; i.w. doorgaan met.
hatasu果す
(果たす) t.w. vervullen; volvoeren; volbrengen.
yattenokeru遣つて退ける
yattsukeruやつつける
tsuranuku貫く

t.w. (1) [貫通] doorboren. (2) [貫徹] volvoeren; volbrengen. i.w. (3) [固守] vasthouden aan; blijven bij. ¶ 意志を貫く wil doorzetten. ¶ 目的を貫く doel bereiken.

tsukusu盡す

(尽くす) t.w. (1) [消費] verbruiken; opgebruiken; uitputten. (2) [果す] volbrengen; vervullen; voleindigen; voltooien. i.w. (3) [盡力する] zich inspannen. ¶ 喰ひ盡す opeten. ¶ 國の爲に盡す zijn krachten geven aan het vaderland. ¶ 深切を盡す zich uitputten in vriendelijkheid. ¶ 百方手を盡す geen middel onbeproefd laten. ¶ 己の分を能く盡す zijn taak goed volbrengen. ¶ 言語に盡し難き onbeschrijfelijk.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <volbrengen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [すぴーどを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
仕上げる shiageru beëindigen; afmaken; afwerken; volbrengen; voltooien; afkrijgen; klaarkrijgen; de laatste hand leggen aan; tot een eind brengen; afronden; completeren; [Belg.N.] komaf maken met; [Belg.N.] finaliseren
塞ぐ fusagu (1) afsluiten; dichten; dichtmaken; afdichten; afstoppen; dichtgooien; toegooien; stoppen; vullen; dempen; plempen; dichtstoppen; verstoppen; toestoppen; toedammen; opvullen; opstoppen; opproppen; stremmen; versperren; [veroud.] sperren; blokkeren; belemmeren; obstrueren; (2) de handen voor [z'n ogen;oren;mond enz.] houden; met z'n handen afdekken; bedekken; (3) [de deur e.d.] sluiten; dichtdoen; toedoen; toesluiten; (4) [plicht e.d.] vervullen; doen; voldoen; volbrengen; betrachten; (5) [tijd;plaats e.d.] in beslag nemen; innemen; beslaan; bezetten; (6) versomberen; in de put raken; zich depri gaan voelen; depressief worden; ontmoedigd raken; mismoedig worden; terneergedrukt raken; gedeprimeerd raken; down raken
大成する taiseisuru (1) een grote meneer; mevrouw worden; een belangrijke persoon worden; van grote betekenis worden; het ver brengen; schoppen; (2) voltooien; afmaken; completeren; volledig maken; volbrengen; volvoeren; z'n beslag geven; vervolmaken; perfect maken; perfectioneren; (3) een grootschalige compilatie maken
完結させる kanketsusaseru beëindigen; afronden; besluiten; afmaken; voltooien; afwerken; afsluiten; completeren; volbrengen
shuu (a) op het werk aankomen; zich begeven naar; gaan naar; (b) in een bep. toestand overgaan; (c) volbrengen; bereiken
履行する rikousuru [jur.] presteren; nakomen; uitvoeren; vervullen; volbrengen; verrichten; zich kwijten van; ten uitvoer brengen; ten uitvoer leggen; implementeren
成し遂げる nashitogeru volbrengen; volvoeren; voltooien; uitvoeren; doorzetten; [目的を] bereiken; verwezenlijken
成就する joujusuru (1) werkelijkheid worden; verwezenlijkt worden; uitkomen; slagen; (2) tot een goed einde brengen; tot stand brengen; vervullen; verwezenlijken; realiseren; volbrengen; voltooien; volvoeren; uitvoeren; ten uitvoer brengen; voor elkaar krijgen; [目的を] bereiken
sei (1) [Chin.gesch.] het rijk Chéng Hàn (306-347); (a) volbrengen; tot stand brengen; komen; worden; (b) volwaardig worden; opgroeien; grootbrengen; (c) pacificatie; vredestichting; herstelling van rust en vrede; (d) oprechtheid; (e) verbanningsoord; (f) [onderdeel van eigennamen]
果たす hatasu (1) doen; uitvoeren; ondernemen; verrichten; ten uitvoer brengen; leggen; bewerkstelligen; (2) vervullen; volbrengen; voltooien; volvoeren; voldoen; zich kwijten van; tot stand brengen; bereiken; verwezenlijken; realiseren; tot een goed einde brengen; waar maken; voor elkaar krijgen; (3) een dankbedevaart ondernemen; (4) afmaken; doden; (5) geheel ten einde toe + ww.Gevoegd achter de ren'yōkei van een dōshi.
済ます sumasu (1) afmaken; beëindigen; volbrengen; een eind maken aan; een punt zetten achter; (2) [負債を] aflossen; afbetalen; afdoen; [勘定を] betalen; voldoen; vereffenen; (3) zich behelpen (met); zich redden (met); het klaarspelen (met); rondkomen (met)
熟す konasu (1) aan; in; tot gruis slaan; in stukken breken; uit elkaar doen vallen; stukbreken; brekend stukmaken; vergruizen; vergruizelen; verpulveren; verkruimelen; fijnmaken; (2) verteren; verwerken; digereren; (3) afhandelen; behandelen; [仕事を] klaren; opknappen; doen; afdoen; volbrengen; afmaken; afwerken; klaarspelen; fiksen; (4) verkopen; van de hand doen; zetten; (5) [役を] spelen; brengen; zijn rol volhouden; in zijn rol blijven
終える oeru (1) eindigen; aflopen; ophouden; stoppen; (2) beëindigen; ten einde brengen; eindigen; afmaken; afdoen; afwerken; voltooien; voleinden; completeren; een einde maken aan; volbrengen
行う okonau (1) doen; handelen; aanvangen; (2) zich gedragen; (3) uitvoeren; volbrengen; tot uitvoering brengen; toepassen; implementeren; verwezenlijken; effectueren; (4) [取り締まりを] uitoefenen; [法律を] opleggen; in werking stellen; doen uitvoeren; [研究を] voeren; leiden; bedrijven; (5) [会議;葬式;祭りを] houden; [儀式を] uitvoeren; opvoeren; vieren; celebreren; voltrekken
足す tasu (1) optellen; een optelling maken; (2) toevoegen; bijvoegen; erbij doen; (3) aanvullen; volledig maken; [form.] suppleren; [m.b.t. tekort] bijleggen; (4) zich kwijten van; doen; verrichten; uitvoeren; vervullen; volbrengen
遂げる togeru volbrengen; uitvoeren; tot stand brengen; tot een goed einde brengen; voltooien; volvoeren; vervullen; realiseren; verwezenlijken; [目的を] bereiken; [進歩を] boeken; [死を] vinden
遂行する suikousuru vervullen; uitvoeren; verrichten; voltrekken; doorvoeren; ten uitvoer brengen; ten uitvoer leggen; uitoefenen; verwezenlijken; implementeren; volbrengen; volvoeren; betrachten; zich kwijten van; [目的を] bereiken
遣り抜く yarinuku tot het einde volhouden; tot het einde doorzetten; tot een goed einde brengen; het er goed vanaf brengen; uitzingen; afmaken; volbrengen; voltooien; volvoeren; nakomen; uitvoeren
遣り通す yaritoosu (1) ten einde toe uitvoeren; doorvoeren; volbrengen; voleindigen; voltooien; volvoeren; ten uitvoer brengen; vervullen; tot een goed einde brengen; klaarspelen; z'n beslag geven; (2) volhouden; aanhouden; persisteren
遣り遂げる yaritogeru volbrengen; volvoeren; vervullen; klaarspelen; [うまく~] er goed afkomen; tot een goed einde brengen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.63 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'volbrengen'). 
2005-2026