
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
koto・事
zn. (1) [事物] ding o.; voorwerp o. (2) [事件] zaak v.; aangelegenheid v. (3) [事實] feit o. (4) [出来事, 事變] voorval o.; gebeurtenis o. (5) [仕事] taak v. (6) [事情] omstandigheden v.mv. (7) [經驗] ondervinding v. ¶ の事 wat betreft..... ¶ 事なく zónder moeilijkheden. ¶ 事處に行った事があるか ben je daar wel eens geweest? ¶ 私の事ですか bedoel je mij?; moet je mij hebben? ¶ 一分の事で汽車に乘り遲れた ik was net één minuut te laat voor den trein. ¶ 事を缺く gebrek hebben aan.
yūkei・有形
zn. stoffelijkheid v.; materialiteit v. ¶ 有形の stoffelijk; lichamelijk; materieel; concreet. ¶ 有形物 concreet voorwerp; stoffelijk ding. ¶ 有形人 concreet persoon. ¶ 有形にする belichamen; materialiseeren.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <voorwerp>
オブジェクト obujekuto (1) voorwerp; object; ding; (2) doel; oogmerk; bedoeling; (3) [spraakk.] voorwerp; object; (4) [fil.] object; (5) [comp.] object; systeemcomponent
一物 ichimotsu (1) één zaak; ding; voorwerp; (2) heimelijk motief; bijbedoeling; stille wens; (3) [euf. voor geslachtsdeel] zaakje; zwikje; geval; ding; gereedschap; instrument; partij; apparaat
事 koto (1) ding; voorwerp; zaak; (2) zaak; aangelegenheid; affaire; omstandigheid; belang; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; vraag; (4) feit; feitelijkheid; (5) omstandigheid; omstandigheden; toestand van een zaak; staat van zaken; toestand; situatie; (6) geval; (7) voorval; incident; onverwachte gebeurtenis; ongewone gebeurtenis; (8) ongeluk; ongeval; tegenspoed; pech; onheil; moeilijkheid; verwikkeling; (9) werk; werkzaamheid; ambtelijke werkzaamheid; functie; taak; opdracht; plicht; wat van iemand geëist wordt; (10) oorzaak; motief; reden; beweeggrond; (11) ervaring; ondervinding
体;躰 tai (1) lichaam; lijf; (2) staat; toestand; gesteldheid; (3) vorm; voorkomen; gedaante; stijl; (4) wezen; essentie; substantie; aard; natuur; (5) [taalk.] substantief; substantivum; (6) sterkte; kloekheid; ruggengraat; (7) [ikebana] bovenste leidtak; (8) [wisk.] lichaam; (9) [maatwoord voor goden- en boeddhabeelden;lijken e.d.]; (a) lichaam; ledematen; (b) gedaante; vorm; (c) figuur; voorwerp; (d) wezen; essentie; substantie; (e) orgaan; organisatie; (f) lichamelijke opvoeding
対象 taishō (1) voorwerp; ding; object; (2) onderwerp [van studie enz.]; (3) doelwit; mikpunt; doel; [i.h.b.] doelgroep; (4) [fil.] object; buitenwereld; het niet-ik
物件 bukken voorwerp; object; zaak
物体 buttai (1) voorwerp; object; ding; (2) [fil.] lichaam
物笑い monowarai risee; aanfluiting; voorwerp; doelwit van bespotting; spot
物笑いの種 monowarainotane mikpunt; voorwerp; doelwit van bespotting; spot; risee; pispaal; wrijfpaal
物 mono (1) ding; voorwerp; zaak; goed; stuk; artikel; waar; iets; object; brok; spul; materiaal; (2) aangelegenheid; kwestie; historie; affaire; materie; onderwerp; punt; (3) eigendom; bezit; have; goed; (4) kwaliteit; (5) rede; wat redelijk is; (6) -werk; -stuk; (7) -wekkend; -aanjagend; -barend; -gevend; wat ~ veroorzaakt
目的語 mokutekigo [taalk.] voorwerp; object
Tijd: 1.31 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'voorwerp').
2005-2026
