日蘭辭典+

26 resultaten voor ‘betekenis’
日蘭辭典 (trefwoord)
imi意味
zn. (1) [意味] beteekenis v.; zin m. (2) [旨味] bedoeling v.; belang o. ¶ 意味する beteekenen. ¶ 意味ある belangrijk; beteekenis hebben. ¶ 意味深長の met diepe beteekenis; diepzinnig; zeer belangrijk. ¶ 或る意味に於いては in zekeren zin. ¶ 意味なき zonder beteekenis; zonder zin. ¶ 意味ありげな顏つきをして見せた hij wierp mij een veelbeteekenenden blik toe.
ateji當字
(当字・当て字・宛字・宛て字) zn. homoniem v.; willekeurig karakter gebruikt om een bepaalden klank uit te drukken, onafhankelijk van de werkelijke beteekenis.
wakaru解る
(解る、分かる、判る、分る) t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn. (2) [露見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解かって來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解かりましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確かな處は解かりません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解った o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解かってゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解かって居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解ってる hij heeft gezond verstand.
omomuki
(き) zn. (1) [旨] bedoeling v.; beteekenis v.; inhoud van een brief (手紙の).(2) [雅] smaak m.
gūi寓意
zn. diepere beteekenis v.; moraal v.
dōgi同義
zn. zelfde beteekenis v. ¶ 同義の synoniem. ¶ 同義語 synoniem.
SUPPLEMENT (trefwoord)
ryakusu略す
t.w. afkorten. ¶ 最近、「地産地消」という言葉をよく耳にします。「地産地消」と は、「地元生産地元消費」を略した言葉で、「地元で生産されたも のを地元で消費する」という意味ですSaikin, ‘chisan chishō’ to yū kotoba wo yoku mimi ni shimasu. ‘chisan chishō’ to wa, ‘jimoto seisan jimoto shōhi’ wo ryakushita kotoba de, ‘jimoto de seisansareta mono wo jimoto de shōhisuru’ to yū imi desu. Recentelijk horen we vaak de uitdrukking ‘chisan chishō’. Dat is een afkorting van ‘jimoto seisan jimoto shōhi’ en heeft de betekenisplaatselijk geproduceerde producten plaatselijk consumeren’. (youtube)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <betekenis>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ka (1) prijs; waarde; (2) [chem.] -valent; -waardig; (a) prijs; waarde; (b) waarde; betekenis; faam
内包 naihou (1) implicatie; betekenis; (2) [log.] connotatie; intensie; inhoud; comprehensie; (3) [biol.] endocyst; (4) [anat.] Capsula interna
内容 naiyou (1) inhoud; substantie; diepgang; (2) inhoud; betekenis; [m.b.t. brief] teneur; fijne; portee
名士 meishi vooraanstaand; belangrijk; beroemd; welbekend; prominent; aanzienlijk; eminent; voornaam man; man van aanzien; gewicht; belang; betekenis; naam; man met een reputatie; belangwekkend figuur; bekendheid; beroemdheid; vermaardheid; notabele; waardigheidsbekleder; coryfee; vedette; kanon; kopstuk; klinkende naam; hoge heer; grote meneer; geweldige
大事 daiji (1) grotigheid; iets belangrijks; iets gewichtigs; iets groots; grote gebeurtenis; dingen; (2) ernstige situatie; een zaak van betekenis; iets ernstigs; groot moment; probleem; crisis; (3) belangrijk; gewichtig; [form.] important; ernstig; zwaarwichtig; zwaarwegend; van belang; gewicht; waarde; betekenis; dierbaar; kostbaar; lief; gewaardeerd; na aan het hart; (4) zorgzaam; attent; bezorgd; voorzichtig; zorgvol; zorgdragend; soigneus; met zorg
大切 taisetsu (1) belangrijk; gewichtig; [form.] important; ernstig; zwaarwichtig; zwaarwegend; van belang; gewicht; waarde; betekenis; dierbaar; kostbaar; lief; gewaardeerd; na aan het hart; (2) zorgzaam; attent; bezorgd; voorzichtig; zorgvol; zorgdragend; soigneus; met zorg
mi (1) vrucht; fruit; ooft; bes; noot; nootje; (2) zaad; pit; kruim; (3) ingrediënt; toevoegsel; specie [bv. balletjes gehakt;julienne;soldaatjes;blokjes tofoe enz.]; (4) inhoud; substantie; betekenis
kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
意味 imi (1) betekenis; zin; (2) bedoeling; strekking; belang; punt waar het op aankomt; (3) implicatie; gevolgtrekking
意義 igi (1) betekenis; (2) zin; nut
i (1) gevoel; gevoelen; betuiging; mening; gedachte; opinie; (2) voornemen; wil; zin; plan; [Belg.N.] gedacht; intentie; wens; (3) aandacht; attentie; zorg; behartiging; (4) voorkeur; zin; smaak; (5) zin; betekenis; bedoeling; teneur; strekking; inhoud; (6) goede gezindheid; genegenheid; (7) [boeddh.] geest; ziel
gi (1) gerechtigheid; recht; rechtvaardigheid; gerechtvaardigdheid; gerechtige zaak; (2) betekenis; inhoud; zin; strekking; (3) band; betrekking; relatie; (4) aangetrouwd; behuwd-; schoon-; (5) kunst-; vals
訳合い wakeai (1) betekenis; zin; (2) reden; zin; motief; (3) omstandigheid; omstandigheden; circumstantie; gesteldheid
訳;わけ wake (1) betekenis; zin; (2) rede; redelijkheid; (3) omstandigheden; reden; (4) [gebruikt als een loos naamwoord]
趣向 shukou (1) teneur; strekking; [手紙の] inhoud; betekenis; (2) idee; plan; (3) [kabuki;jōruri] opzet en uitwerking; effect; (4) [haiku] concept
重大さ juudaisa ernst; ernstigheid; belang; belangrijkheid; gewicht; gewichtigheid; zwaarte; graviteit; betekenis; serieusheid; seriositeit; importantie
重要 juuyou (1) belang; belangrijkheid; importantie; gewicht; betekenis; gewichtigheid; zwaarwichtigheid; (2) belangrijk; gewichtig; important; zwaarwegend; zwaarwichtig; van (essentieel; wezenlijk; primair; vitaal) belang; van gewicht; van betekenis; cruciaal; sleutel-
重要性 juuyousei belang; belangrijkheid; gewicht; gewichtigheid; betekenis; importantie
重視する juushisuru (veel) belang; betekenis; gewicht hechten aan; (grote; veel) waarde hechten aan; de nadruk leggen (op); nadruk geven; accentueren; (heel) belangrijk achten; vinden; benadrukken; beklemtonen; [uitdr.] zwaar tillen; [uitdr.] zwaar laten wegen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.53 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'betekenis'). 
2005-2026