RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verstaan>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
了 ryou (1) einde; slot; (a) eindigen; beëindigen; (b) duidelijk zijn; (c) inzien; begrijpen; verstaan
了解する ryoukaisuru (1) begrijpen; verstaan; snappen; bevatten; vatten; (2) het eens worden; zich met elkaar verstaan; elkaar vinden; tot overeenstemming komen; (3) toestaan; toestemmen in; instemmen met; goedkeuren; akkoord gaan met; bewilligen; consenteren
会得する etokusuru verstaan; begrijpen; snappen; vatten; doorgronden; beheersen
分かる wakaru (1) begrijpen; verstaan; snappen; vatten; zien; inzien; beseffen; te weten komen; beetkrijgen; er achter komen; hoogte krijgen van; er wijs uit kunnen (worden); herkennen; onderkennen; kunnen volgen; begrijpelijk zijn; zich een begrip vormen van; (2) begrip kunnen opbrengen voor; begip tonen; begripvol zijn; redelijk zijn; (3) blijken (te zijn); duidelijk worden; aan het licht komen; vinden; weten; kennen; geïdentificeerd zijn; (4) waarderen; appreciëren; gevoel hebben voor; verstand hebben van; smaken
合点 gatten (1) akkoord; instemming; goedkeuring; inwilliging; toestemming; goedvinden; (2) begrip; het begrijpen; verstaan; (3) vinkje; (4) waarderingsteken naast een gedicht
合点 gaten (1) akkoord; instemming; goedkeuring; inwilliging; toestemming; goedvinden; (2) begrip; het begrijpen; verstaan
心得る kokoroeru (1) begrijpen; verstaan; inzien; bevatten; snappen; doorzien; kunnen volgen; (2) te weten komen; vernemen; kennis nemen van; ergens achter komen; (3) beschouwen als; houden voor; veronderstellen ~ te zijn; bezien als; aanzien als; (4) goedkeuren; instemmen met; toestemmen; toestemming geven voor; akkoord gaan met; akkoord zijn met; het eens zijn met
思い知る omoishiru beseffen; inzien; verstaan; zich realiseren
思い違いする omoichigaisuru verkeerd begrijpen; verstaan; misvatten; misverstaan; het verkeerd opvatten; het mis hebben; het verkeerde voorhebben
承知する shouchisuru (1) begrijpen; weten; kennen; beseffen; inzien; onderkennen; snappen; verstaan; zich bewust zijn van; (2) instemmen (met); akkoord gaan; toestemmen (in); inwilligen; ingaan op; (3) toestaan; toelaten; goedkeuren; zijn fiat; goedkeuring geven aan; accepteren; over zijn kant laten gaan; [inform.] pikken
捕らえる toraeru (1) vatten; pakken; grijpen; vangen; snappen; klissen; (2) te pakken krijgen; weten te vangen; [de kans] krijgen; [een idee] aangrijpen; bemachtigen; de hand leggen op; beetpakken; beetkrijgen; beetnemen; weten vast te leggen; [fig.] captiveren; (3) gevangennemen; arresteren; aanhouden; oppakken; inrekenen; [uitdr.] in de kraag vatten; [m.b.t. een bende] oprollen; [Barg.] schutten; (4) snappen; verstaan; komen achter [de waarheid enz.]; (kunnen) volgen; beethebben; begrijpen; bevatten; inzien; omvatten; (5) opvangen; zien; bemerken; gewaarworden; (6) aangrijpen; aanpakken; aandoen; roeren; ontroeren; treffen; raken; een diepe indruk maken op
捕捉する hosokusuru (1) grijpen; vangen; vatten; pakken; oppakken; gevangennemen; [れーだーで] opvangen; detecteren; (2) begrijpen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
理解する rikaisuru (1) begrijpen; verstaan; bevatten; snappen; vatten; aanvoelen (dat); beetkrijgen; (2) begrip hebben voor; kunnen begrijpen; zich kunnen inleven in
納得する nattokusuru (1) instemmen (met); toestemmen (in); aanvaarden; aannemen; accepteren; goedvinden; [veroud.] bewilligen; zich laten welgevallen; (2) verstaan; begrijpen; genoegen nemen met
解す kaisu (1) begrijpen; verstaan; bevatten; snappen; vatten; hoogte krijgen van; doorgronden; doorzien; (2) opvatten; interpreteren; uitleggen; verklaren; duiden
解す gesu (1) begrijpen; verstaan; snappen; vatten; inzien; (2) begrijpen; verstaan; snappen; vatten; inzien; (3) oplossen; losmaken; (4) ontslaan; ontbinden; ontheffen; (5) aan een hogere instantie voorleggen
飲み込む nomikomu (1) slikken; inslikken; doorslikken; binnenkrijgen; opdrinken; indrinken; (2) opslokken; verzwelgen; verslinden; (3) [in de geest] opnemen; begrijpen; vatten; bevatten; snappen; verstaan; (4) [fig.] doorslikken; inslikken; verbijten; afbijten; onderdrukken