日蘭辭典+

45 resultaten voor ‘bedoeling’
日蘭辭典 (trefwoord)
arawasu現す
(現わす・表す・表わす・著す・著わす) t.w. (1) [教示する] toonen; doen blijken; vertoonen. (2) [露す] aan het licht brengen; ontdekken. (3) [著作する] publiceeren. (4) [名を顯す] i.w. beroemd worden; zich naam maken. ¶ 意志を表す zijne bedoeling blootleggen. ¶ そこでしっぽを露はした toen kwam de aap uit de mouw.
akui惡意
(悪意) zn. (1) [敵意] vijandschap v.; wrok m.; boosaardigheid v. (2) [故意] kwade bedoeling v.; boos opzet o.; voorbedachte raad m.
ki
(気) zn. (1) [力] geest m.; hart o.; ziel v. (2) [質] karakter o. (3) [分] humeur o.; stemming v. (4) [傾向] neiging v.; geneigdheid v. (5) [注意] zorg v.; aandacht v. (6) [呼吸] adem m. (7) [空] lucht v.; atmosfeer v. (8) [蒸] damp m.; uitwaseming v.(9) [香] smaak m.; geur m. (10) [精] ether m. ¶ がある lust hebben; geneigd zijn. ¶ がさす ongerust zijn. ¶ が狂ふ gek worden. ¶ が違って居る niet goedwijs zijn. ¶ がふれる buiten zich zelven zijn; niet wel bij het hoofd zijn. ¶ が長い geduldig. ¶ が拔けた afgetrokken; verstrooid. ¶ が塞ぐ somber gestemd zijn; tobben; (俗) in de put zitten. ¶ が詰まる benauwd zijn. が進む volgaarne; van ganschen harte. ¶ が進まぬ geen zin hebben. ¶ が立って居る opgewonden zijn.¶ が向く geneigd zijn; lust hebben. ¶ が濟まぬ niet op zijn gemak zijn. ¶ が重くなる gedrukt zijn; somber zijn. ¶ が遠くなる bewusteloos worden; bezwijmen; flauw vallen. ¶ が咎める niet op zijn gemak zijn; zelfverwijt gevoelen. ¶ に病む ongerust zijn. ¶ ....... するになる er toe komen om; lust krijgen om. ¶ に障る hinderen; ergeren. ¶ の強い stoutmoedig; dapper. ¶ の弱い slap. ¶ の合った gelijkgezind; sympathiek. ¶ のない zouteloos; laf. ¶ の小さい kleinmoedig.¶ の狹い bekrompen; kleinzielig. ¶ 樹の大きい grootmoedig; edelmoedig (寬大); moedig. ¶ の早い driftig; opvliegend. ¶ の好い goedhartig. ¶ の利いた behendig; knap. ¶ 變り易い wispelturig. ¶ を揉む tobben; zich bezorgd maken.¶ をゆるす aandacht laten verslappen; niet goed opletten. ¶ を勵ます moedvatten. ¶ を晴らす zich ontspannen. ¶ を養ふ geest voedenを失ふ flauw vallen; bewusteloos worden; bezwijmen; bewustzijn verliezen. ¶ を探る polsen. ¶ を變へる van opinie veranderen. ¶ を配る zijn aandacht gevestigd houden op; (俗) in de gaten houden. ¶ を持つ (心をかける) zich wijden aan.¶ を長くする geduld oefenen. ¶ を拔く verslappen. ¶ を落ちつける zijn gedachten verzamelen; tot zich zelven komen. ¶ を落す den moed verliezen; den moed laten zinken. ¶ を負ふ zich laten voorstaan op; prat gaan op. ¶ を惡くする kwalijk nemen. ¶ 人のを惡くする iemand’s gevoelens kwetsen. ¶ を利かせる een wenk begrijpen. ¶ を廻す achterdocht koesteren. ¶ を附ける goed opletten; oppassen. ¶ を附け pas op !; geef acht ! (號令). ¶ は心 neem den wil voor de daad; waardeer de goede bedoeling. ¶ 何のもなしに zonder eenige (kwade) bedoeling. ¶ に懸けるな trek je er niets van aan ! ¶ あとでがついた later viel mij in ....... . ¶ が濟んだ het is mij een pak van het hart.
gyaku
bn. (1) [反對] tegengesteld; omgekeerd. (2) [叛逆] oproerig. ¶ 逆壓 tegen-druk. ¶ 逆潮 tegenstroom. ¶ 逆動する achteruitgaan. ¶ 逆緣 ongeluk; noodlot; omgekeerde volgorde van overlijden; dood van de kinderenvoor de ouders. ¶ 逆風 tegenwind. ¶ 逆擊 tegenaanval. ¶ 逆比 omgekeerdereden. ¶ 逆比例の omgekeerd evenredig. ¶ 逆意 verraderlijke bedoeling. ¶ 逆上 stijgen van bloed naar de hersenen; duizeligheid (眩暈). ¶ 逆上する gek worden. ¶ 逆戾りする teruggaan. ¶ 逆に in tegengestelde richting; den anderen kant uit; verkeerd. ¶ 逆流 tegenstroom. ¶ 逆算する terugrekenen. 逆説 paradox. ¶ 逆心 verraderlijke bedoeling. ¶ 逆臣 verrader. ¶ 逆進 achterwaartsche beweging; achteruitgaan. ¶ 逆襲 tegenaanval. ¶ 逆提供 contra-offerte. ¶ 逆轉 omzetting. ¶ 逆轉する terugdraaien; omzetten. ¶ 逆徒 verrader. ¶ 逆睹 voorspelling. ¶ 逆運 tegenspoed; tegenslag; ongeluk. ¶ 逆運動 teruggang; acherwaartsche beweging. ¶ 逆産 omgekeerde geboorte; geboorte met de voeten vooruit.
omomuki
(き) zn. (1) [旨] bedoeling v.; beteekenis v.; inhoud van een brief (手紙の).(2) [雅] smaak m.
imi意味
zn. (1) [意味] beteekenis v.; zin m. (2) [旨味] bedoeling v.; belang o. ¶ 意味する beteekenen. ¶ 意味ある belangrijk; beteekenis hebben. ¶ 意味深長の met diepe beteekenis; diepzinnig; zeer belangrijk. ¶ 或る意味に於いては in zekeren zin. ¶ 意味なき zonder beteekenis; zonder zin. ¶ 意味ありげな顏つきをして見せた hij wierp mij een veelbeteekenenden blik toe.
kokorozashi
zn. (1) [意向] wil m.; meening v. (2) [意圖] bedoeling v. (3) [目的] doel o. (4) [親切] welwillendheid v.; vriendelijkheid v. (5) [贈物] geschenk o. ¶ 志を達する zijn doel bereiken; zijn wensch vervuld zien. ¶ 志を抱く een doel hebben. ¶ お志だけ澤山です ik neem gaarne den wil voor de daad.
hyōi表意
zn. wilsverklaring v.; uitgesproken bedoeling v.
kibō希望

zn. (1) [] hoop v. (2) [豫期] verwachting v. (3) [所望] bedoeling v.; wensch m.; verlangen o. ¶ の希望して in de hoop op; met de bedoeling om. ¶ 希望を棄てる de hoop opgeven. ¶ 希望に副う aan de verwachting beantwoorden. ¶ 希望する hopen; wenschen; verlangen; verwachten. ¶ 希望者 sollicitant. ¶ 希望者は自身來訪ありたし sollicitanten gelieven zich persoonlijk te vervoegen bij......

zen-i善意

zn. goede bedoeling v.; goede trouw v. ¶ 善意の te goeder trouw; bona fide (羅典語).

yūi有意

zn. opzet o.; bedoeling v.; voorbedacht v. ¶ 有意の opzettelijk; bewust. ¶ 有意犯 opzettelijk misdrijf.

wazato態と

bw. opzettelijk; met voordacht; met een bedoeling. ¶ 態とらしい geforceerd; niet spontaan. ¶ それは態としたのか heeft hij het expres gedaan?; was het opzet?

warugi惡氣

(悪気) zn. booze bedoeling v.; boosaardigheid v.; wrok m.; nijd m.

wake

(訳) zn. (1) [理由] reden v.; grond m. (2) [原因] oorzaak v. (3) [意味] beteekenis v.; bedoeling v.; zin m. (4) [仔細] bijzonderheden v.mv.; omstandigheden v.mv. ¶ から云ふ譯で daarom; in verband hiermede. ¶ どう云ふ譯で waarom. ¶ 譯の分つた redelijk; voor rede vatbaar. ¶ 譯の分らぬ話 onzinpraat; wartaal. ¶ 譯もなく ongemotiveerd; zonder reden. ¶ 譯なく zoo maar; gemakkelijk.

wadakamari

zn. (1) [疑ぐり] achterdocht v.; argwaan m. (2) [恨] wrok v. (3) [誤解] misverstand o. (4) [隔意] voorbehoud o. ¶ 心中に蟠がある iets op het hart hebben; verborgen bedoelingen hebben. ¶ 蟠る gekronkeld liggen (蛇が); gekoesterd worden (考が). ¶ 兩者の間に惡感情が蟠って居る zij koesteren wrok tegen elkaar.

tsumori積り

zn. (1) [心組] bedoeling v. (2) [目的] doel o. (3) [見込] verwachting v.; vooruitzicht o. (4) [見積] raming v.; berekening v.; schatting v.; begrooting v. ¶ …¶ の積で om; in de hoop; naar schatting. ¶ 積違 misrekening; bedrogen verwachting. ¶ 積書 raming; schriftelijke begrooting.

tsūjiru通じる

i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bedoeling>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
オブジェクト obujixekuto (1) voorwerp; object; ding; (2) doel; oogmerk; bedoeling; (3) [spraakk.] voorwerp; object; (4) [fil.] object; (5) [comp.] object; systeemcomponent
ゴール gooru (1) [sportt.] goal; doelpunt; doel; (2) finish; finishplaats; eindstreep; meet; (3) doel; bedoeling; doeleinde; opzet; oogmerk; richtpunt; (4) Gallië; (5) [maatwoord voor goals;doelpunten]
企て kuwadate (1) plan; ontwerp; beraming; opzet; bedoeling; (2) project; onderneming; (3) poging; (4) complot; intrige; list
企図 kito (1) plan; voornemen; opzet; bedoeling; doel; oogmerk; beoging; (2) project; onderneming
作意 sakui (1) concept; idee; thema; motief; (2) beleid; tact; attentheid; bedachtzaamheid; (3) bedoeling; intentie; opzet; voornemen; oogmerk; (4) [shogi] strategie aangewend bij probleemschaak
向き muki (1) richting; ligging; oriëntatie; positie; gerichtheid; (2) bestemming; geschiktheid; aangewezenheid; bedoeling; (3) betrokkene; belanghebbende; mensen die ~; (4) opvliegendheid
当て ate (1) doel; streefdoel; bedoeling; oogmerk; plan; (2) verwachting; vooruitzicht; uitzicht; mogelijkheid; (3) betrouwbaarheid; vertrouwen; krediet; geloofwaardigheid
心掛け;心懸け kokorogake (1) plan; opzet; bedoeling; intentie; voornemen; oogmerk; (2) voorzichtigheid; zorg; behoedzaamheid; omzichtigheid; (3) instelling; attitude; mentaliteit
kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
思し召し oboshimeshi (1) uw mening; idee; inzicht; opinie; gedachte; (2) uw oordeel; discretie; beschikking; (3) uw goeddunken; believen; verlangen; wens; verwachting; wil; bedoeling; (4) goedheid; vriendelijkheid; welwillendheid; gunst; (5) voorliefde; genegenheid; voorkeur; smaak; neiging; interesse
思惑 omowaku (1) verwachting; inschatting; voorspelling; (2) bedoeling; oogmerk; intentie; hoop; voornemen; motief; (3) bijbedoeling; verborgen; geheime agenda; achterliggende gedachte; (4) wat anderen over iemand denken; andermans waardering; dunk; (5) [beurst.] marktvoorspelling; speculatie
意向 ikou bedoeling; oogmerk; voornemen; wens; intentie; opzet; plan; [Belg.N.;niet alg.] inzicht
意味 imi (1) betekenis; zin; (2) bedoeling; strekking; belang; punt waar het op aankomt; (3) implicatie; gevolgtrekking
意図 ito bedoeling; oogmerk; voornemen; intentie; opzet; plan; zin; [veroud.] raad; [Belg.N.;niet alg.] inzicht
意思 ishi intentie; bedoeling; doel; plan; wens; wil
i (1) gevoel; gevoelen; betuiging; mening; gedachte; opinie; (2) voornemen; wil; zin; plan; [Belg.N.] gedacht; intentie; wens; (3) aandacht; attentie; zorg; behartiging; (4) voorkeur; zin; smaak; (5) zin; betekenis; bedoeling; teneur; strekking; inhoud; (6) goede gezindheid; genegenheid; (7) [boeddh.] geest; ziel
故意 koi opzet; oogmerk; bedoeling; intentie; voornemen; voorbedachtheid
料簡 ryouken (1) idee; gedachte; begrip; inzicht; opvatting; mening; voornemen; bedoeling; intentie; opzet; (2) oordeel; beoordeling; inschatting; discretie; (3) vergeving; vergiffenis; pardon; genade; geduld; tolerantie; (4) maatregel; schikking
狙い;狙 nerai (1) aanleg [van het geweer enz.]; richting; mik; het mikken; het richten; het aanleggen; (2) doel; streven; oogmerk; bedoeling; doelstelling; doeleinde
目処 medo (1) doel; streefdoel; oogmerk; bedoeling; (2) vooruitzicht; verwachting; perspectief; hoop; (3) [針の] oog
目安 meyasu (1) richtsnoer; leidraad; maatstaf; ijkpunt; norm; richtlijn; referentie; (2) oogmerk; bedoeling; intentie; opzet
目標 mokuhyou (1) doel; doelwit; doeleinde; bedoeling; doelstelling; streefdoel; objectief; object; (2) merkteken; merk; baken; luchtbaken; markering; oriëntatiepunt
目的 mokuteki doel; oogmerk; [veroud.] oogwit; bedoeling; doelstelling; intentie; voornemen; streefdoel; doeleinde; plan; opzet; objectief; onderwerp; streven; mikpunt; bestemming; einddoel
目論見;目論 mokuromi plan; opzet; oogmerk; bedoeling; [i.h.b.] bijbedoeling; heimelijk motief
目途 mokuto doel; doelstelling; oogmerk; bedoeling; [Belg.N.;niet alg.] objectief
積り;積もり;積;心算 tsumori (1) voornemen; intentie; plan; bedoeling; opzet; oogmerk; van zins ~; [veroud.] voorhebben; (2) verwachting; overtuiging; (onder de) indruk (dat); (in de ) veronderstelling (dat); (3) zich wijsmakend dat ~; zich inbeeldend dat; als ware ~; (4) raming; schatting; (5) laatste glaasje op een receptie; afzakkertje
立て tate (1) beginsel; leidraad; bedoeling; (2) regel; bepaling; (3) banket; party; (4) traktatie; (5) hoofd-; voornaamste …; (6) pas ge-…; vers ge-…; (7) [maatwoord voor een reeks opeenvolgende nederlagen]
趣旨 shushi bedoeling; doel; oogmerk
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.4 sec. jiten.nl: 17 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'bedoeling'). 
2005-2026