日蘭辭典+

25 resultaten voor ‘stroom’
日蘭辭典 (trefwoord)
se
(瀬) zn. (1) [早瀨] stroomversnelling v. (2) [淺瀨] ondiepte v.
kayou通ふ
i.w. heen en weer gaan; verbinding onderhouden; t.w. geregeld bezoeken.¶ 學校に通ふ school bezoeken. ¶ 此針金は電氣が通って居る deze draad is geladen met een electrische stroom. ¶ 斯船は上海長崎間を通ふ dit schip onderhoudt den dienst tusschen Shanghai en Nagasaki. ¶ 血も息も通って居るが正氣を失って居る hij ademt nog wel en zijn hart klopt nog wel maar hij is buiten bewustzijn.
kogawa小川
zn. beek v.; riviertje o.
chōryū潮流
zn. getijstroom m.; stroom m.; (風潮) geest des tijds; mode v. ¶ の潮流に從ふ den geest des tijds volgen; met de mode meedoen.
dakuryū濁流

zn. modderige stroom m.; troebele rivier v.

kuroshio黑潮

(黒潮) zn. de zwarte stroom m.; de kuroshio v.

yodomu淀む

i.w. (1) [水が] stilstaan; langzaam stroomen. (2) [沈澱] bezinken; zich afzetten. (3) [躊躇] aarzelen.

waki

zn. (1) [胸] zijde van de borst. (2) [側] kant m. bw. (3) [他所] elders. ¶ 脇に行く op zijde gaan. ¶ 脇の zijdelingsch; ander; van ter zijde; van den anderen kant. ¶ 脇に(そばに) naast; ter zijde van; op zijde; (腋下に) onder den arm; in de zijde. ¶ 脇に寄る op zij gaan. ¶ 脇へ座る naast iemand gaan zitten. ¶ 脇に抱へる onder den arm dragen. ¶ 人を脇へ連れて行く iemand ter zijde nemen. ¶ 話を脇へそらす het gesprek op een ander onderwerp brengen. ¶ 流を脇へ向ける stroom afleiden. ¶ 脇の目で見る als omstander aanzien; van ter zijde zien.

tsutawaru傳はる

(伝はる) i.w. (1) [傳飛] uit overlevering bekend zijn. (2) [傳來] ingevoerd zijn. (3) [傳播] verspreid worden. ¶ 昔から傳はつた話 oude legende; overlevering. ¶ 音響の傳はる時間 tijd benoodigd voor de overbrenging van een geluid. ¶ 手から手へと傳はる van hand tot hand gaan. ¶ 後繼者に傳はる overgaan op de erfgenamen. ¶ 針金には電氣が傳はつてゐる er gaat stroom door de draden; de draden zijn electrisch geladen.

tsūjiru通じる

i.w. (1) [通過] passeeren; voorbijgaan. (2) [精通] grondig op de hoogte zijn; t.w. kennen. i.w. (3) [了解] verstaan worden; gangbaar zijn. (4) [姦通] onzedelijke betrekkingen hebben; liaison hebben. (5) [內應] in ’t geheim in verbinding staan t.w. (6) [通過さす] laten passeeren; doorlaten. (7) [連絡] verbinden. (8) [知らす] laten weten; bekend maken. ¶ 都市には鐵道が通じてゐます de voornaamste steden zijn door spoorwegen verbonden. ¶ 蘭語に通じる goed Hollandsch kennen. ¶ 英語の通じない處はない Engelsch wordt overal verstaan. ¶ 敵に通じる in geheime relatie staan met den vijand. ¶ 女と通じる scharrelen met een vrouw. ¶ 橋を通じる door een brug verbinden; brug slaan. ¶ 電流を通じる stroom sluiten. ¶ 意志を通じる bedoeling bekend maken. ¶ 電話が通じない de telefoon geeft geen gehoor.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <stroom>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ストリーム sutoriimu (1) stroompje; stroom; (2) stroming; stroom; heersende trend; (3) [comp.] stream
フロー furoo (1) stroom; (2) [econ.] flow; (3) Flo
動向 doukou (1) [psych.] conatie; streving; (2) stroming; stroom; tendens; trend; richting; ontwikkeling; tendentie
原子力発電 genshiryokuhatsuden nucleaire opwekking van energie; elektriciteit; stroom; nucleaire elektriciteitsopwekking; energieopwekking; stroomopwekking
原発 genpatsu (1) kerncentrale; atoomcentrale; reactorcentrale; (2) nucleaire opwekking van energie; elektriciteit; stroom; nucleaire elektriciteitsopwekking; energieopwekking; stroomopwekking; kernopwekking; atoomopwekking; (3) [geneesk.] primair
大江 taikou (1) grote rivier; stroom; (2) de Lange Rivier [= de Blauwe Rivier]
川中 kawanaka (1) midden van een rivier; stroom; stroomgeul; (2) [hand.] groothandel; groothandelaar; grossierderij; grossier
川;河 kawa rivier; stroom; [Jav.] kali
巡り meguri (1) circulatie; stroom; (2) omtrek; omvang; (3) rondreis; ronde; rondgang; [w.g.] omreis; [Belg.N.] toer; [i.h.b.] pelgrimstocht; pelgrimage; pelgrimsreis; pelgrimstocht; (4) omtrent …; in verband met …; betreffende …; over …
kou (1) grote rivier; stroom; (2) Blauwe Rivier; Jangtsekiang; (3) Biwameer; (a) grote rivier; [i.h.b.] Blauwe Rivier; (b) provincie Ōmi
流れ nagare (1) stroom; verloop; vloed; gang; sliert; (2) stroming; school; afstamming; afkomst; (3) afterpartygangers; (4) zwerftocht; omzwerving; dwaaltocht; peregrinatie; (5) afgelasting; annulering; (6) verbeuring; verbeurdverklaring; verval; (7) helling; schuining
消費電力 shouhidenryoku (1) verbruikte elektriciteit; energie; stroom; (2) elektriciteitsverbruik; energieverbruik; stroomverbruik
電力 denryoku (1) elektrisch vermogen; [pregn.] vermogen; (2) elektriciteit; elektrische energie; stroom
電気 denki (1) elektriciteit; stroom; (2) (elektrisch) licht
風潮 fuuchou (1) windgetij; (2) [fig.] stroming; stroom; tendens; trend
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.41 sec. jiten.nl: 10 treffers, warandict: 15 treffers (zoekopdracht: 'stroom'). 
2005-2026