日蘭辭典+

18 resultaten voor ‘ervaring’
日蘭辭典 (trefwoord)
jitchi實地
(実地) zn. praktijk v.; werkelijkheid v.; toepassing v.; uitvoering v. ¶ 實地に in de praktijk; in werkelijkheid. ¶ 實地經驗 praktsiche ervaring. ¶ 實地に行ふ uitvoeren.
me
(眼) zn. (1) [眼] oog o. (2) [視力] gezicht o. (3) [注] aandacht v. (4) [見界] gezichtspunt o.; oogpunt o. (5) [鑑識] oordeel o.; verstand o. (6) [織] structuur v. (7) [網目] mazen v.mv. (8) [鋸齒] tand m. (9) [木理] draad m.; grein o. (10) [遭遇] behandeling v.; bejegening v.; ervaring v. [同情] sympathie v.; welwillendheid v. (12) [刻] inkeping. ¶ 愛くるしい眼 mooie oogen. ¶ 血走った met bloed beloopen oogen. ¶ 眼を向ける het oog richten op; den blik slaan op. ¶ 眼を覺ます de oogen openen; wakker worden. ¶ 眼を晦ます zand in de oogen strooien. ¶ 入る in het gezicht komen. ¶ 附く de aandacht trekken. ¶ の前で voor oogen; in tegenwoordigheid. ¶ が善い goede oogen hebben; goed kunnen zien; goed van gezicht zijn. ¶ 眼が見えなくなる het gezicht verliezen. ¶ 眼を留める de aandacht vestigen op. ¶ から見ると in zijn oogen; van zijn standpunt gezien. ¶ 利く scherp zien; een goed oordeel hebben; goed kunnen beoordeelen. ¶ の細かな織物 fijn geweven goed. ¶ ひどいめに合ふ bittere ervaring hebben; slechte bejegening ondervinden. ¶ かける vriendelijk behandelen. ¶ の瘤 een doorn in het oog; ergernis. ¶ に障る niet om aan te zien. ¶ inkepingen in den weegstok. ¶ が切れて居る niet het volle gewicht hebben; te licht zijn.
yonareru世馴れる

i.w. ervaring hebben; wereldwijs zijn.

tsurai辛い

bn. hard; bitter; wreed. ¶ 辛い經驗 bittere ervaring.

tsumu積む

t.w. (1) [積重ねる] opstapelen; ophoopen. (2) [積載] laden; inladen. (3) [蓄積] vergaren; verzamelen. (4) [貯蓄] sparen; op zij leggen; reserveeren. ¶ 年を積む oud worden. ¶ 練習を積む veel ervaring hebben.

tsūgyō通曉

(通暁) zn. ervarenheid v.; grondige kennis v. ¶ 通曉する bedreven zijn; veel ervaring hebben; grondig kennen. ¶ 通曉せる ervaren; bedreven; deskundig.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ervaring>
koto (1) ding; voorwerp; zaak; (2) zaak; aangelegenheid; affaire; omstandigheid; belang; (3) probleem; vraagstuk; kwestie; vraag; (4) feit; feitelijkheid; (5) omstandigheid; omstandigheden; toestand van een zaak; staat van zaken; toestand; situatie; (6) geval; (7) voorval; incident; onverwachte gebeurtenis; ongewone gebeurtenis; (8) ongeluk; ongeval; tegenspoed; pech; onheil; moeilijkheid; verwikkeling; (9) werk; werkzaamheid; ambtelijke werkzaamheid; functie; taak; opdracht; plicht; wat van iemand geëist wordt; (10) oorzaak; motief; reden; beweeggrond; (11) ervaring; ondervinding
体得 taitoku beheersing; onderlegdheid; geoefendheid; ervaring
体験 taiken (1) (persoonlijke) ervaring; ondervinding; (2) belevenis; wedervaren; (3) [fil.] Erleben; Erlebnis
(1) moeite; last; inspanning; inzet; (2) prestaties; diensten; verdiensten; verwezenlijkingen; (3) ervaring; ondervinding; expertise; (4) lange gebruikmaking; (a) werken; werk; (b) moeite; (c) prestatie; (d) last; inspanning; (e) erkentelijk zijn; bedanken; (f) [afk.] vakbond; arbeiders
aji (1) smaak; (2) charme; karakter; flair; jeu; (3) ervaring; ondervinding; nagevoel; genot; (4) [beurst.] stemming; (5) [囲碁;将棋で] effect; (6) chic; fris; blits; vlot; hip; koket; (7) slim; gevat; geestig; (8) vreemd; curieus; apart; bizar; (9) [maatwoord voor smaken]
心得 kokoroe (1) kennis; begrip; ervaring; knowhow; (2) voorschriften; regels; reglement; reglementering; aanwijzingen; instructies; (3) waarnemend ~; loco-; vervangend ~
慣れ nare ervaring; gewenning; vertrouwdheid
reki (1) ervaring; verleden; (a) chronologische opeenvolging; (b) opeenvolging; (c) geschiedenis; kroniek; (d) duidelijkheid; (e) kalender
目;眼 me (1) oog; doppen; kijkers; [kindert.] piepers; kijkerd; gaten; glimmers; [gew.;vulg.] keut; [Barg.] glimmerik; [Barg.] spanling; [Barg.;volkst.] lampjes; (2) het zien; gezicht; gezichtsvermogen; zicht; gezichtsveld; vizier; blik; oogopslag; kijk; optiek; gezichtspunt; oogpunt; zienswijze; inzicht; zorg; (3) aanzicht; aanblik; (4) ervaring; (5) opening; tussenruimte; (6) maatstreep; maat; (7) volume; inhoud; (8) foei; (9) -ste; -de [ordinaal suffix]; (10) [achtervoegsel dat een grens of raakvlak tussen twee zaken;toestanden e.d. markeert;het wordt aangesloten op de ren'yōkei van werkwoordsvormen]; (11) -ig [aangesloten op de stam van adjectieven of op de ren'yōkei van werkwoorden;drukt een mate;eigenschap of tendens uit die neigt naar het genoemde]
manako (1) oogpupil; pupil; (2) oogbal; oogbol; oogappel; [i.h.a.] oog; (3) kijk; visie; zicht; gezichtsveld; perspectief; [i.h.b.] inzicht; oordeelkundigheid; begrip; ervaring
経験 keiken (1) ervaring; ondervinding; (2) belevenis
覚え oboe (1) het leren; het instuderen; memorisatie; geheugenwerk; (2) geheugen; herinnering; heugenis; memorie; (3) ervaring; belevenis; (4) vertrouwen; zelfvertrouwen; gerustheid; (5) achting; waardering; aanzien; [inform.] fiducie; (6) memorandum; nota; aantekening; akte
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.3 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'ervaring'). 
2005-2026