
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kuichigai・喰違
zn. (1) [矛盾] tegenstrijdigheid v.; inconsequentie v. (2) [道の] wegkruising v. ¶ 喰違ふ in strijd zijn met; niet overeenkomen met; dwars gaan tegen; kruisen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kruisen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
クロスする kurosusuru kruisen
交える majieru (1) erin mengen; erin brengen; erin begrijpen; erbij betrekken; toevoegen; larderen met; doorspekken met; (2) kruisen; (3) uitwisselen; wisselen
交差する kousasuru kruisen; snijden
折衷する;折中する setchuusuru een compromis aangaan; treffen; kruisen
擦れ違う;摩れ違う surechigau (1) elkaar passeren; elkaar in tegengestelde richting voorbijgaan; langs elkaar heen gaan; (2) (elkaar) mislopen; [m.b.t. brieven] (elkaar) kruisen; (3) [意見が] verschillen; uiteenlopen; strijdig zijn
横切る yokogiru doorkruisen; kruisen; snijden; (dwars) oversteken; overtrekken; overgaan; doortrekken; dwars doorheen gaan; doorsteken; doorsnijden; doorbreken
横断する oudansuru [de straat] oversteken; overgaan; door iets heen trekken; doortrekken; doorkruisen; (elkaar) kruisen; (elkaar) snijden
直交する chokkousuru elkaar rechthoekig snijden; kruisen; orthogonaal zijn; loodrecht staan op elkaar; haaks staan op
組む kumu (1) ineenvlechten; in elkaar vlechten; vlechten; (2) ineenzetten; in elkaar zetten; in elkaar voegen; monteren; assembleren; opbouwen; (3) (de benen of de armen) kruisen; (iemands arm) beetpakken; arm in arm gaan lopen; aanklampen; aangrijpen; (4) [boekdr.] zetten; letterzetten; letterstaafjes naast elkaar zetten; (5) samengaan met; de krachten verenigen; gaan samenwerken met; zich voegen bij; zich verenigen met; partner worden van; (6) samenspannen met; heulen met; samenheulen met; collaboreren met; samenzweren met; complotteren met; onder een hoedje spelen met
踏み切る fumikiru (1) besluiten tot; beslissen te; aanpakken; wagen; de beslissende stap nemen; de sprong wagen; (2) [sumō-jargon] met de hiel grond buiten de ring raken; (3) zich afzetten (om een verre; hoge sprong te nemen); (4) [鉄道線路を] oversteken; kruisen; (5) [鼻緒を] stuklopen
違う;交う chigau (1) verschillen; schelen; uiteenlopen; ontlopen; verschillend; different; onderscheiden zijn; anders zijn (dan); afwijken; zich onderscheiden (qua); variëren (naargelang); ander(e) ~; (2) [m.b.t. antwoord enz.] verkeerd; fout; abuis; mis zijn; ernaast zijn; zitten; het mis hebben; [i.h.b.] zich vergissen; (3) [i.c.m. 気が] gek; krankzinnig worden; (4) [in de constructie ~ to chigau ~とちがう: de Kansai-variant van ~ dewa nai ~ではない]; (5) (elkaar) kruisen; (elkaar) passeren
Tijd: 1.68 sec. jiten.nl: 10 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'kruisen').
2005-2026
