
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
asahakana・淺はかな
asai・淺い
(浅い) bn. (1) [水深、容器等] ondiep. (2) [交際] oppervlakkig. (3) [知識] oppervlakkig. (4) [色] licht. (5) [眠] licht. ¶ 夜は未だ淺い het is nog niet laat. ¶ 知己になってから日が淺い ik ken hem nog maar kort.
hyōmen・表面
zn. oppervlakte v.; buitenkant (側面) m.; voorkant (前側) m.; bovenkant (上面) m. ¶ 表面の oppervlakkig; schijnbaar; blijkbaar. ¶ 表面上 voor den vorm; voor den schijn; oppervlakkig beschouwd.
uwasuberi・上滑
zn. oppervlakkigheid v. ¶ 上滑りの敎育 oppervlakkig onderwijs.
usupperana・薄つぺらな
bn. (1) [薄い] dun. (2) [淺薄の] oppervlakkig; onbezonnen; lichtzinnig.
SUPPLEMENT (trefwoord)
fukuzatsu・複雑
zn. (〜な, ~na) adj. complex; gecompliceerd; ingewikkeld; verwikkelingen in de omstandigheden, structuur of relaties van een zaak; door verwikkelingen niet eenvoudig uit de leggen of te begrijpen; moeilijk; niet oppervlakkig; bewerkelijk. ¶ 複雑炭水化物って何か知ってますか。 Fukuzatsu tansui kabutsu tte nani ka shittemasu ka. Weet je iets van complexe koolhydraten? (TTC) ¶ 女は仕事のことを尋ねられると、「私の仕事は複雑なので一言では要約できません」と言った。 Kanojo wa shigoto no koto wo tazunerareru to, ‘Watashi no shighoto wa fukuzatsu na no de, hitokoto de wa yōyaku dekimasen’ to itta. Toen haar werd gevraagd naar haar werk zei ze ‘Aangezien mijn werk ingewikkeld is kan ik het niet in een enkel woord samenvatten’. (TTC) ¶ 彼の嘘が事態を複雑にした。 Kare no uso ga jitai wo fukuzatsu ni shita. Zijn leugen maakte de zaak ingewikkeld. (TTC) ¶ 脳の構造は複雑だ。 Nō no kōzō wa fukuzatsu da. De structuur van het brein is complex. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <oppervlakkig>
上滑り uwasuberi (1) oppervlakkig; niet diepgaand; lichtvaardig; (2) wuft; lichtzinnig; frivool; onberaden; onbezonnen
上辺の uwabeno uitwendig; uiterlijk; schijnbaar; ogenschijnlijk; oppervlakkig; superficieel; schoonschijnend; cosmetisch
上辺は uwabeha op het eerste gezicht; aan de buitenkant; aan de oppervlakte; oppervlakkig; uiterlijk; ogenschijnlijk; schijnbaar
下手に hetani (1) oppervlakkig; vluchtig; onbevredigend; (2) slordig; onzorgvuldig; nonchalant; onverzorgd; (3) onhandig; stuntelig; onbeholpen
半生 hannama (1) lang houdbare zoetigheden; (2) halfrauw; halfgaar; niet goed doorbakken; (3) lang houdbaar; (4) [fig.] ondoordacht; onrijp; oppervlakkig
半端 hanpa (1) rest; het resterende; overschot; fragment; fractie; (2) onvolledig; onvoltallig; incompleet; gebrekkig; fragmentarisch; fragmentair; onaf; onvoltooid; onafgewerkt; gedeeltelijk; onvolmaakt; vol leemten; (3) resterend; overgeschoten; overblijvend; (4) halfslachtig; nonchalant; slordig; met de Franse slag gedaan; minimalistisch; oppervlakkig; (5) onbeslist; ambivalent
姑息 kosoku voorlopig; tijdelijk; nood-; lenigend; gedeeltelijk; halfslachtig; onvolkomen; oppervlakkig; kortetermijn-; tussentijds
安価 anka (1) goedkope; geringe prijs; klein; zacht prijsje; goedkoopte; goedkoopheid; (2) oppervlakkigheid; trivialiteit; waardeloosheid; banaliteit; (3) goedkoop; laag in prijs; laaggeprijsd; voordelig; redelijk; billijk; schappelijk; (4) [fig.] goedkoop; oppervlakkig; plat; van weinig waarde; triviaal; banaal; gemakkelijk; [~な同情] schraal; mager
形だけの katachidakeno pro-forma-; … voor de vorm; schijn; formeel; vormelijk; oppervlakkig; symbolisch; excuus-
徒 ada (1) vruchteloos; vergeefs; ijdel; (2) lichtzinnig; wispelturig; grillig; frivool; onbetrouwbaar; (3) vluchtig; voorbijgaand; efemeer; efemerisch; kortstondig; kortdurig; (4) nonchalant; oppervlakkig; slordig; (5) nutteloos; onnuttig; (6) [haiku] ongekunsteld geestig; schalks
憖っか namajikka (1) enigszins; lichtelijk; halfjes; zonder veel overtuiging; (2) halfbakken; halfhartig; halfslachtig; lauw; oppervlakkig; ondoordacht; onbezonnen
浅い asai (1) ondiep; (2) oppervlakkig; vlak; (3) [日が~] pril; (4) [色が~] licht; bleek; (5) [香りが~] discreet; (6) [位;家柄が~] onaanzienlijk; bescheiden; (7) [情愛が~] kil; onverschillig; lauw; afstandelijk
浅はか asahaka (1) onbezonnen; lichtvaardig; onbedachtzaam; ondoordacht; onberaden; lichtzinnig; (2) ondiep; oppervlakkig; (3) oppervlakkig; niet-diepgaand; wuft; luchtig; frivool; onnozel; luchthartig; lichthartig
浅手 asade (1) ondiepe verwonding; oppervlakkige wond; lichte blessure; kwetsuur; huidwond; schram; krab; (2) ondiep; oppervlakkig
浅 asa (1) [slang] boerse samoerai; (a) laag; ondiep; oppervlakkig; licht; bleek
薄っぺら usuppera (1) heel dun; dunnetjes; nietig; goedkoop; (2) oppervlakkig; niet-diepgaand; onbenullig; wuft; frivool
薄手 usude (1) [~の] dun; licht; (2) lichte; oppervlakkige wond; (3) pover; oppervlakkig; weinig om het lijf hebbend
軽 kei (1) lichte wagen; auto [= max. 3,4 m lang;1,48 m breed;2 m hoog;en met een max. cilinderinhoud van 660 cc]; (2) licht; (3) gering; klein; onbeduidend; (a) licht; (b) luchtig; (c) eenvoudig; simpel; (d) oppervlakkig; niet diepgaand; (e) geringschatten; minachten
重みのない omominonai (1) licht; luchtig; (2) onbetekenend; onbeduidend; onbelangrijk; inhoudsloos; loos; leeg; (3) oppervlakkig; lichtvaardig
Tijd: 0.97 sec. jiten.nl: 8 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'oppervlakkig').
2005-2026
