
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
zanson suru・殘存する
(残存する) i.w. blijven leven; overblijven; overleven. ¶ 殘存者 overlevende; achterblijvende.
zanryūbutsu・殘留物
(残留物) zn. overblijfsel o.; bezinksel o. ¶ 殘留する overblijven; resteeren.
yūshō・優勝
zn. overwinning v.; superioriteit v.; overheersching v. ¶ 優勝劣敗 overwinning van de sterksten; het overblijven der meest geschikten in den strijd om het bestaan.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <overblijven>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
あぶれる abureru (1) [仕事に] geen baan; job vinden; werkloos zijn; (2) geen buit halen; geen vangst hebben; met lege handen naar huis gaan; (3) overschieten; overblijven
余る amaru (1) overblijven; overschieten; resten; overtollig zijn; (2) overschrijden; overtreffen; te boven gaan; uitgaan boven; te veel zijn
売れ残り urenokori (1) artikel dat niet verkocht geraakt; onverkoopbare voorraad; restant; ± ramsj; [scherts.] winkeldochter; [scherts.] winkelknecht; (2) ongehuwde vrouw; oude vrijster; [arch.] oude jongejuffrouw; [gew.] meut; (3) overblijven; overschieten; blijven zitten; ongetrouwd blijven; [gew.] in Sint-Anna's schapraai zitten
存続する sonzokusuru blijven bestaan; voortgaan te bestaan; voortbestaan; voortduren; continueren; overblijven; standhouden; subsisteren; [w.g.] nablijven
残る nokoru (1) overblijven; overschieten; achterblijven; nablijven; (2) blijven bestaan; blijven voortbestaan; zich handhaven; beklijven; in stand blijven; zich staande houden; subsisteren; (3) resten; resteren; gespaard blijven; (4) [in de herinnering;geschiedenis enz.] voortleven; (5) overeind binnen het perk blijven; in de ring blijven; zich niet uit het veld laten slaan [sumō-jargon]
残存する zanzonsuru overleven; voortbestaan; bewaard blijven; nog leven; blijven leven; blijven bestaan; zich weten te handhaven; niet verloren gaan; nog bestaan; overblijven
残留する zanryuusuru achterblijven; blijven; resteren; resten; overblijven
泊まる tomaru (1) verblijven; logeren; doorbrengen; overnachten; overblijven; aanleggen; zich ophouden; pleisteren; [inform.] blijven; [i.h.b.] bivakkeren; (2) aanleggen; afmeren; voor anker gaan; voor de wal komen; ten anker gaan liggen; (3) de waakdienst hebben; een nachtdienst draaien; in de nachtdienst zitten
現存する;見存する gensonsuru (1) bestaan; aanwezig zijn; existeren; zijn; (2) nu nog bestaan; overblijven; blijven bestaan
生存する seizonsuru (1) leven; bestaan; existeren; zijn; wezen; (2) overleven; overblijven; subsisteren
落ち零れる ochikoboreru (1) achterblijven; achtergelaten worden; overblijven; overschieten; (2) [onderw.] achteropraken; niet meekunnen; afhaken; uitvallen; onderpresteren
Tijd: 1.35 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'overblijven').
2005-2026
