日蘭辭典+

60 resultaten voor ‘vast’
日蘭辭典 (trefwoord)
kōsei恆星

zn. vaste ster v.

koshin固信

zn. vast geloof o.; overtuiging v.

kotai固體

(固体) zn. vast lichaam o. ¶ 固體化する vast worden; stollen.

kotei固定

zn. stelligheid v.; vastheid v. ¶ 固定の vast gesteld; vast; vastgelegd. ¶ 固定財產 vaste goederen; onroerend goed. ¶ 固定さす vastzetten; vastleggen.

zesshoku絶食

zn. onthouding van voedsel. ¶ 絶食する vasten; niets eten. ¶ 絶食同盟 hongerstaking. ¶ 絶食療法 hongerkuur.

yokin預金

zn. gedeponeerd geld o.; geld in deposito; deposito o. ¶ 定期預金 vast deposito; deposito op vasten termijn. ¶ 預金する deponeeren; in deposito geven. ¶ 預金票 depositobewijs. ¶ 預金勘定 deposito rekening.

tsuyogi no强氣の

(強気の) bn. vast; prijshoudend; met veel vraag. ¶ 強氣の市況 vaste markt. ¶ 強氣筋 speculant à la hausse; opjager van de markt.

tsutomenin勤人

(勤人) zn. gesalarieerd persoon m.; iemand met vast salaris; ambtenaar m.; beambte m.

tsukuritsuke作附

zn. vastheid v. ¶ 作附の vastzittend; bevestigd. ¶ 作附の手水臺 vast waschtafel. ¶ 作附ける vastzetten; stevig bevestigen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vast>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
がっちり gatchiri (1) forsgebouwd; kloekgebouwd; sterkgebouwd; stevig gebouwd; ferm; fiks; (2) hecht; vast; stevig; (3) uitgerekend; uitgekookt; schrander; uitgeslapen; leep; berekenend; berekend; (4) krenterig; gierig; vrekkig
がっちりした gatchirishita (1) forsgebouwd; kloekgebouwd; sterkgebouwd; stevig gebouwd; ferm; fiks; (2) hecht; vast; stevig; (3) uitgerekend; uitgekookt; schrander; uitgeslapen; leep; berekenend; berekend; (4) krenterig; gierig; vrekkig
がっちりと gatchirito (1) fors; kloek; stevig; hecht; vast; (2) uitgerekend; uitgekookt; schrander; uitgeslapen; leep; berekenend; berekend; (3) krenterig; gierig; vrekkig
きっと kitto vast; vast wel; zeker; zonder twijfel; zonder fout
ぐっすり gussuri [~眠る] vast; diep slapen; slapen als een roos; os; blok; marmot; [Belg.N.] op twee; beide; allebei de oren slapen
じっと jitto (1) rustig; kalm; stil; onbeweeglijk; roerloos; bedaard; (2) [m.b.t. blik] star; onafgewend; geconcentreerd; aandachtig; (in)gespannen; strak; onbeweeglijk; vast; (3) geduldig; volhardend; lijdzaam; lankmoedig; volhoudend; lijdelijk; gelaten; met geduld; kalm
その間に sonoaidani ondertussen; intussen; in die tussentijd; onderwijl; onderhand; alvast; vast; zolang; inmiddels; ertussendoor; tussen; onder de bedrijven door
ぴたっと pitatto (1) abrupt; plots; ineens; opeens; [~とまる] plotseling ophouden; (2) [占いが~当たる] de voorspelling klopt als een bus; [Belg.N.] is er boenk op; (3) klets; [頬を~打つ] een pets op de wang geven; (4) potdicht; vast; stevig gesloten; [門が~しまっている] de poort is volledig gesloten
コンスタント konsutanto (1) [wisk.] constante; onveranderlijke grootheid; (2) constant; vast; blijvend; voortdurend; de hele tijd; onophoudelijk; aanhoudend; doorlopend; onveranderlijk
レギュラー regyuraa (1) vast; gewoon; normaal; standaard; (2) vast gezicht van een tv-programma; [sportt.] vaste speler; (3) normale; gewone benzine; [verk.] normaal
一先ず hitomazu alvast; vast; voorlopig; even; voor het ogenblik; voorshands; vooreerst
一定の itteino (1) onveranderlijk; vast; zeker; bepaald; voorgeschreven; gevestigd; gezet; regelmatig; standvastig; (2) gelijkvormig; uniform
一定 ichijou (1) zekerheid; gewisheid; (2) met zekerheid; zeker; waarlijk; voorwaar; wis en waarachtig; vast
一定 ittei (1) onveranderlijkheid; (2) gelijkvormigheid; uniformiteit; eenvormigheid; (3) onveranderlijk; vast; zeker; bepaald; voorgeschreven; gevestigd; gezet; regelmatig; standvastig; (4) gelijkvormig; uniform
不動の fudouno onwrikbaar; onbeweegbaar; onverzettelijk; immobiel; vast; onwankelbaar; gevestigd; stabiel; standvastig; [fig.] ijzeren; [m.b.t. recht;wetten] onbuigbaar; onbuigzaam
不変の fuhenno onveranderlijk; niet veranderend; invariant; invariabel; onveranderbaar; gelijk blijvend; standvastig; constant; vast; inalterabel; permanent
仮に karini (1) voorlopig; tijdelijk; alvast; vast; vooreerst; voorshands; vooralsnog; (2) stel dat …; aangenomen dat …; mocht …; als …
先ず mazu (1) eerst; om te beginnen; ten eerste; in de eerste plaats; op de eerste plaats; primo; allereerst; voor alles; bovenal; vooral; (2) alvast; vast; in ieder geval; (3) zeker; vast; gewis; haast; praktisch; nagenoeg; vrijwel; welhaast; alles samengenomen
危なげない abunagenai zeker; vast; veilig; gewis; zonder gevaar; onbedreigd; gerust
厳重 genjuu (1) gestrengheid; strengheid; striktheid; rigourositeit; onverbiddelijkheid; heftigheid; felheid; (2) stevigheid; sterkte; degelijkheid; vastheid; (3) gestreng; streng; strikt; rigoureus; onverbiddelijk; heftig; fel; (4) stevig; sterk; degelijk; solide; vast
取り敢えず toriaezu (1) alvast; vast; om te beginnen; vooreerst; in de eerste plaats; eerst nog wat; (2) voorlopig; vooreerst; voorshands; vooralsnog; (3) onmiddellijk; meteen; direct; zonder afstel; uitstel; onverwijld
sazo (1) vast; zeker; ongetwijfeld; zonder twijfel; gegarandeerd; beslist; stellig; naar men mag aannemen; (2) hoe!; wat!
ko (a) vast; solide; (b) ferm; resoluut; (c) star; rigide; (d) oorspronkelijk; (e) vergrendelen; (f) [uitgang van eigenschapswoorden]
固体 kotai (1) vast lichaam; vaste massa; stof in vaste aggregatietoestand; stof die niet vloeibaar of gasvormig is; (2) vast; niet vloeibaar of gasvormig; in vaste aggregatietoestand; in vaste consistentietoestand
固定した koteishita vast; verankerd; geconsolideerd; vastgemaakt; bevestigd; stationair; onbeweegbaar; onbeweeglijk
固練り kataneri (1) stevige kneding; het vastkneden; (2) stevig kneedsel; vastgeknede massa; dikke pasta; (3) [~の] vastgekneed; dik; vast; dicht; dikvloeibaar; consistent
堅い katai (1) solide; vast; (2) vast en zeker; (3) in orde; rechtschapen; (4) stijf; strak; streng
堅固 kengo sterk; vast; stevig; hecht; standvastig; stabiel; solide; degelijk
堅実 kenjitsu vast; solide; stabiel; staag; degelijk; betrouwbaar; gezond
安定した anteishita stabiel; vast; stationair
定期の teikino vast; geregeld; periodiek; termijn-
常習的 joushuuteki gewoonte-; routine-; habitueel; … uit gewoonte; vast; regelmatig; verstokt; [~うそつき] gepatenteerd
常習的な joushuutekina gewoonte-; habitueel; vast; regelmatig; verstokt; [~うそつき] gepatenteerd
常連 jouren (1) vast; trouw; regelmatig bezoeker; geregelde; vaste klant; stamgast; habitué; (2) vaste begeleider; gezworen kameraad; sidekick
強固 kyouko vast; sterk; solide; stevig; krachtig; onwankelbaar; [~意志] ijzeren; onverzettelijk
当分 toubun voorlopig; voor het ogenblik; [Belg.N.] voor het moment; even; een tijdje; poosje; de eerste tijd; vooreerst; voorshands; vooralsnog; alvast; vast
当面 toumen voorlopig; vooralsnog; vooreerst; voorshands; alvast; vast; voor het moment; voor het ogenblik; even; een tijdje
必定 hitsujou (1) [boeddh.] avaivartika [= stadium van waaruit geen terugval tot de reïncarnatie-cyclus is]; (2) zeker; gewis; gegarandeerd; (3) vast; zeker; stellig; beslist; ongetwijfeld; zonder enige twijfel; gegarandeerd; onvermijdelijk; noodzakelijkerwijze
恒例 kourei (1) vast; aloud gebruik; al lang bestaande gewoonte; gevestigde praktijk; oude geplogenheid; (2) [~の] gebruikelijk; gewoonlijk; regelmatig; vast; traditioneel
既に;已に sudeni (1) reeds; al; al eerder; onderhand; [form.] bereids; (2) tevoren; eerder; voordien; vroeger; vooraf; (3) echt; alvast; vast; wel
永久の eikyuuno permanent; blijvend; bestendig; langdurend; eeuwig; eeuwigdurend; altijddurend; vast; perpetueel; eindeloos; duurzaam
決まり切った;極まり切った kimarikitta (1) voor de hand liggend; doorzichtig; (2) vast; bepaald; gezet; (3) alledaags; gewoon; gebruikelijk; fantasieloos; banaal; afgezaagd; clichématig; routine-; routineus; conventioneel; traditioneel; stereotiep; vastgeroest
特定 tokutei specifiek; precies; vast
kaku (1) zeker; vast; gewis; stellig; (2) duidelijk; precies; (a) zeker; vast; (b) vaststaand; onbetwistbaar; onwrikbaar; (c) [afk.] zeker; betrouwbaar
確り;聢り shikkari (1) stevig; goed vastgemaakt; hecht; vast; strak; (2) [m.b.t. het onthouden] stevig; goed; deugdelijk; [m.b.t. studeren] hard; intens
確りした;聢りした shikkarishita (1) stevig; vast; hecht; strak; (2) betrouwbaar; geloofwaardig; te vertrouwen; solide; stabiel; degelijk; bezadigd; bezonnen; beraden; nuchter
確固 kakko zeker; vast; stevig; hecht; onwankelbaar; resoluut; onwrikbaar; standvastig; [veroud.] standvast
確実に kakujitsuni zeker; stellig; vast; vast en zeker; beslist; met zekerheid; voorzeker; ongetwijfeld
締まった shimatta compact; stevig; vast; robuust; krachtig; goedgebouwd; kloek
締まりのある shimarinoaru stevig; vast; hecht; compact
頑丈 ganjou degelijk; stevig; vast; hecht; kloek; flink; sterk; krachtig; fors; robuust; potig; taai; solide; [w.g.] solied
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.35 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 51 treffers (zoekopdracht: 'vast'). 
2005-2026