日蘭辭典+

20 resultaten voor ‘gemeenschap’
日蘭辭典 (trefwoord)
dantai團體
(団体) zn. groep v.; lichaam o.; gezelschap o.; gemeenschap o. ¶ 團體乘車券 gezelschapsbiljet.
kōsetsu交接
zn. geslachtsgemeenschap v.; vleeschelijke gemeenschap. ¶ 交接不能 impotentie. ¶ 交接する geslachtsgemeenschap hebben; bijslaap uitoefenen; cohabiteeren.
kyōdō共同

zn. vereeniging v.; gemeenschap v. ¶ 共同の gemeenschappelijk; openbaar; algemeen; publiek; voor algemeen gebruik. ¶ 共同財產 gemeenschappelijk eigendom. ¶ 共同海損 averij grosse. ¶ 共同出資 gemeenschappelijke rekening. ¶ 共同生活 samenwoning. ¶ 共同で書く schrijven in samenwerking met. ¶ 共同する samengaan; samenwerken; zich vereenigen. ¶ 共同して gezamenlijk; tezamen; samen. ¶ 共同相續人 mede-erfgenaam. ¶ 共同被告 mede-beklaagde.

yūshū有衆

zn. het volk o.; de gemeenschap v.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gemeenschap>
コミュニティー komyunitī (1) gemeenschap; bevolkingsgroep; (2) [comp.] community
コミューン komyūn (1) gemeenschap; (2) gemeente; (3) de Parijse Commune
付き合い tsukiai (1) omgang; verkeer; betrekking; contact; gemeenschap; relatie; gezelschap; vriendschap; anschluss; [i.h.b.] verkering; kennissen; kennissenkring; (2) [meegaan enz. uit] sociale beleefdheid
公共 kōkyō (1) gemeenschap; samenleving; grote publiek; publieke leven; publieke sfeer; (2) openbaarheid; het toegankelijk zijn voor het publiek; (3) publiek; openbaar; openlijk; algemeen; voor iedereen toegankelijk; (4) officieel; van de overheid uitgaand; publiek; van het bevoegd gezag uitgaand
共同体 kyōdōtai gemeenschap; bevolkingsgroep; gemenebest
共有 kyōyū mede-eigendom; collectief eigendom; deelgenootschap; gemeenschap; onverdeeldheid
医学界 igakukai medische wereld; gemeenschap; kringen; middens
協同体 kyōdōtai gemeenschap
合歓 gōkan (1) vreugde delen; gedeelde vreugd; (2) het bed met iem. delen; bij elkaar slapen; met elkaar naar bed gaan; bijslaap; gemeenschap; (3) [plantk.] slaapboom; zijdeboom; Albizia julibrissin
団結 danketsu vereniging; gemeenschap; eenheid; samenhang; eendracht; solidariteit
kunagai gemeenschap; geslachtelijke omgang; bijslaap
kai (1) omsloten ruimte; gebied; terrein; veld; domein; zone; sector; rijk; (2) vereniging; gezelschap; gemeenschap; kring; wereld; (3) grens; scheiding; (4) [boeddh.] dhātu; (5) liniëring; lijn [op papier]; (6) hulplijn; hulpstreep; (7) [biol.] Rijk; regnum; (8) [geol.] groep [lithostratigrafische eenheid]; (a) scheiding; afbakening; grens; (b) ruimte; sfeer; groep; gemeenschap
社会 shakai (1) samenleving; gemeenschap; [Lat.] civitas; [attr.] gemeenschaps-; (2) maatschappij; wereld; [Lat.] societas; [attr.] sociaal …; [attr.] socio-; (3) kring; wereldje; bevolkingsgroep; milieu; sector; (4) maatschappijleer
結ばれる musubareru (1) (in de echt) verbonden worden; (door de band van het huwelijk) verenigd worden; (2) gemeenschap; seksuele omgang hebben; [bijb.] één vlees worden
群集 gunshū grote groep mensen; menigte; massa; drom; schare; schaar; kudde; troep; horde; gemeenschap
通功 tsūkō (1) algemene verdienste; (2) [r.-k.] gemeenschap; communio
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.63 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'gemeenschap'). 
2005-2026