
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
itchi・一致
zn. (1) [協同] samenwerking v.; eendracht v. (2) [同意] eensgezindheid v. (3) [統一] eenheid v. (4) [調和] harmonie v. (5) [符合] aanpassing v.; overeenstemming v.¶ 一致の eendrachtig; eensgezind. ¶ 一致して gezamenlijk; als een-man. ¶ 一致する zich aansluiten; zich vereenigen; overeenstemmen met; harmonieeren.
kyōdō・共同
zn. vereeniging v.; gemeenschap v. ¶ 共同の gemeenschappelijk; openbaar; algemeen; publiek; voor algemeen gebruik. ¶ 共同財產 gemeenschappelijk eigendom. ¶ 共同海損 averij grosse. ¶ 共同出資 gemeenschappelijke rekening. ¶ 共同生活 samenwoning. ¶ 共同で書く schrijven in samenwerking met. ¶ 共同する samengaan; samenwerken; zich vereenigen. ¶ 共同して gezamenlijk; tezamen; samen. ¶ 共同相續人 mede-erfgenaam. ¶ 共同被告 mede-beklaagde.
wappu・割賦
zn. toewijzing v. ¶ 割賦金 toegewezen bedrag; dividend. ¶ 割賦で出す gezamenlijk de kosten dragen. ¶ 割賦する toewijzen; toebedeelen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gezamenlijk>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お揃いで osoroide (1) samen; gezamenlijk; (2) hand in; aan hand; (3) allemaal samen; als één man
ジョイント jointo (1) verbindingsstuk; verbinding; (2) gezamenlijk; gemeenschappelijk; mede-
一斉に isseini gezamenlijk; allen tezamen; als één man; en masse; en bloc; in koor; met een stem; allemaal tegelijk; gelijktijdig; tegelijkertijd; eendrachtig; eenstemmig; unaniem
共々 tomodomo samen; gezamenlijk; tezamen
共に;倶に tomoni (1) samen (met); met; in gezelschap van; vergezeld van; gezamenlijk; te zamen; gemeenschappelijk; [na telw.] alle ~; zowel ~ als ~; (2) gelijk; op dezelfde manier; gelijkelijk; [veroud.] mede; (3) tegelijk; tegelijkertijd met; (samen) met
共同して;協同して kyoudoushite in samenwerking met; samen met; coöperatief; gezamenlijk; allen tezamen; gemeenschappelijk; in vereniging met
共用 kyouyou gemeenschappelijk; gezamenlijk; gedeeld gebruik; medegebruik
合同 goudou (1) samenvoeging; samensmelting; amalgamatie; vereniging; fusie; verbinding; combinatie; associatie; (2) [wisk.] congruentie; gelijkheid en gelijkvormigheid; (3) gezamenlijk; verenigd; geünifieerd; gecombineerd; gemeenschappelijk; collectief
同 dou (1) dezelfde; hetzelfde; eenzelfde; (2) (eerder; reeds; hierboven) genoemd; gemeld; [veroud.] gezegd; bovengenoemd; hogervermeld; bovengemeld; bovenstaand; eerder vermeld; voormeld; voornoemd; dit; deze; die; dat; (3) onderhavig; in kwestie; de bedoelde; de betreffende; de betrokken; de bewuste; desbetreffende; over wie; waarover we het hebben; waar het om gaat; (a) dezelfde; hetzelfde; (b) gezamenlijk; delen; (c) verzamelen; zich verenigen; (d) zich conformeren; (e) bewust; waarvan gesproken is
寄ってたかって yottetakatte gezamenlijk; allemaal samen; met z'n allen
挙って kozotte allen zonder uitzondering; allemaal tegelijk; gezamenlijk; als één man; en bloc; en masse; unaniem; het hele spul
挙 kyo (1) gedrag; stap; maatregel; move; daad; poging; onderneming; (2) aanbeveling; (a) opsteken; (b) voorleggen; aanbrengen; (c) opsommen; oplijsten; (d) bevorderen; in rang verhogen; (e) arresteren; (f) houden; verrichten; (g) bewegingen; houding; (h) allen; gezamenlijk
袖を連ねて sodewotsuranete als één man; collectief; gezamenlijk; allen samen; en masse; in blok; en bloc
集合的に shuugoutekini gezamenlijk; gemeenschappelijk; collectief
Tijd: 1.14 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'gezamenlijk').
2005-2026
