
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
utagai・疑
zn. (1) [疑念] twijfel m.; wantrouwen o. (2) [嫌疑] achterdocht v.; argwaan m.; verdenking v. (3) [疑問] vraag v.; kwestie v. ¶ 疑を抱く argwaan koesteren. ¶ 疑を解く twijfel uit den weg ruimen; geruststellen. ¶ 疑を容れず ontwijfelbaar; betrouwbaar. ¶ 疑なく ongetwijfeld; buiten kijf; stellig. ¶ 虎列刺の疑あり het wordt verdacht een geval van cholera te zijn. ¶ 疑深い argwanend; achterdochtig; ergdenkend; ongeloovig; wantrouwend.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ruim>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
たっぷり tappuri (1) rijkelijk; royaal; overvloedig; mild; ruim; ruimschoots (voldoende); flink; scheutig; dik; volop; plenty; welvoorzien (van); vol ~; een heleboel ~; meer dan genoeg; in overvloed; zat; keur (van ~); rijk; te kust en te keur; (2) ruim zittend; wijd; voldoende ruim [door shita した gevolgd]; (3) ruim [een uur enz.]; een goed ~; een dik ~; minstens ~
だぶだぶ dabudabu (1) ruim; wijd; niet strak; los; slobberig; flodderig; te groot; ruim; (2) klotserig; klotsend; (3) kwistig [in het sprenkelen;plengen]; (4) [m.b.t. spieren;vetmassa] kwabbig; week; pafferig; papperig; slap
だぶだぶした dabudabushita ruim; wijd; niet strak; los; slobberig; flodderig; te groot; ruim
だぶだぶしている dabudabushiteiru (1) ruim; wijd zitten; niet strak; los; slobberig; flodderig; te groot zijn; (2) [m.b.t. spieren;vetmassa] kwabbig; week; pafferig; papperig; slap zijn
だぶだぶの dabudabuno ruim; wijd; niet strak; los; slobberig; flodderig; te groot; ruim
ゆっくり yukkuri (1) kalm; rustig; op zijn gemak; kalmpjes; bedaard; gelaten; ontspannen; relaxed; (2) langzaam; ongehaast; traag; traagjes; (3) ruimschoots; ruim; rijkelijk; genoeg; (meer dan) voldoende; uitvoerig; volop; [tijd] zat; comfortabel
ゆっくりと yukkurito (1) kalm; rustig; op zijn gemak; kalmpjes; bedaard; gelaten; ontspannen; relaxed; (2) langzaam; ongehaast; traag; traagjes; (3) ruimschoots; ruim; rijkelijk; genoeg; (meer dan) voldoende; uitvoerig; volop; [tijd] zat; comfortabel
ゆったりした yuttarishita (1) kalm; rustig; bezadigd; bedaard; ongehaast; ontspannen; relaxed; (2) [〃着物] wijd; ruim; soepel; slobberig; loszittend
余り amari (1) rest; (2) te; al te; overdreven; (3) [~…ない] niet erg; niet al te; niet bijster; weinig; (4) meer dan; en meer; boven de; over de; ruim; een goeie; en nog wat
余 yo (1) ik; (2) mezelf; mijzelf; (3) meer dan; en nog wat; over de; boven de; ruim; een goeie; (4) rest; overschot; overige; (a) rest; overschot; surplus; (b) wat van voorouders rest; (c) sporen; overblijfselen; herinnering; (d) iets secundairs; bijkomstigs; nevenzaak; (e) ander; vreemd; (f) vrijaf; (g) ik
十分;充分 juubun (1) genoeg; voldoende; toereikend; plenty; uitvoerig; genoegzaam; suffisant; sufficiënt; afdoend; bevredigend; volstaan; welletjes; (2) in voldoende mate; genoegzaam; naar genoegen; tot iemands volle tevredenheid; ruim; dik; rijkelijk; ruimschoots; meer dan genoeg; zat; dubbel en dwars; ampel; zijn bekomst …
十分に juubunni in voldoende mate; genoegzaam; naar genoegen; tot iemands volle tevredenheid; ruim; dik; rijkelijk; ruimschoots; meer dan genoeg; grondig; zat; dubbel en dwars; ampel; zijn bekomst …
多分 tabun (1) waarschijnlijk; wellicht; allicht; misschien; denkelijk; vermoedelijk; wel; (2) veel; heel wat; ruim voldoende; in ruime; hoge; grote; sterke; belangrijke mate; genoeg; ruimschoots; rijkelijk; niet afgemeten; grotendeels; [form.] grotelijks; (3) royaal; gul; flink; fors; ferm; ruim; mild; rijkelijk; omvangrijk; aanzienlijk
大幅 oohaba (1) dubbele breedte; wijdte; (2) [Jap.snit] stuk stof van 72 cm breed; [i.h.a.] stuk stof van 140 cm breed; (3) dubbelbreed; dubbelwijd; (4) groot; omvangrijk; aanzienlijk; ruim; fors; beduidend; aanmerkelijk; substantieel
大 tai (a) groot; uitgebreid; ruim; (b) eminent; uitstekend; (c) hooggeplaatst; (d) belangrijk; verantwoordelijk; moeilijk; (e) buitengewoon; bijzonder; enorm; (f) globaal; (g) fundamenteel
寛 kan (1) soepel; inschikkelijk; mild; meegaand; toegevend; coulant; genadig; (2) ruim; wijd; (a) ruim; wijd; (b) grootmoedig; genereus; edelmoedig; gul; (c) mild; barmhartig; genadig
広い;寛い;博い;宏い;闊い;弘い hiroi (1) wijd; breed; ruim; uitgestrekt; uitgebreid; extensief; omvangrijk; spatieus; riant; royaal; (2) breeddenkend; ruimdenkend; grootmoedig; groothartig; liberaal; onbekrompen; royaal; (3) tolerant; verdraagzaam
広 kou (a) ruim; uitgestrekt; (b) uitspreiden; verruimen
広 hiro (1) ruim; breed; wijd; uitgestrekt; (2) Hiro [= plaats in Hirogawa 広川;pref. Wakayama]
恢々 kaikai (1) ruim; omvangrijk; uitgestrekt; immens; weids; (2) comfortabel; gerieflijk; gemakkelijk; luilekker
悠々 yuuyuu (1) onmetelijk; uitgestrekt; ruim; (2) rustig; kalm; bedaard; ontspannen; er de tijd voor nemend; (3) ruim; ruimschoots; comfortabel
普く amaneku (1) uitgebreid; breedvoerig; uitvoerig; ruim; wijd en zijd; over een groot gebied; (2) algemeen; universeel; (3) alom; overal; op alle plaatsen; urbi et orbi
緩い yurui (1) los; slap; wijd; ruim; [m.b.t. kleren] makkelijk; breed; slobberig; (2) onsamenhangend; [m.b.t. pap] dun; week; sopperig; soppig; (3) [m.b.t. enthousiasme] lauw; mat; flauw; futloos; (4) loom; inert; traag; languissant; laks; slof; sloom; lamlendig; (5) zwak (van wil); week; laks; (6) soepel; coulant; meegaand; mild; clement; gul; (7) zacht [hellend]; [m.b.t. bocht] licht; rustig [gekabbel]
緩やか;寛やか yuruyaka (1) los; vrij; ongehinderd; ontspannen; soepel; (2) inschikkelijk; mild; coulant; gematigd; grootmoedig; edelmoedig; toegeeflijk; toegevend; inschikkelijk; goedig; lankmoedig; laks; indulgent; tolerant; verdraagzaam; (3) kalm; geleidelijk; rustig; matig; zacht; (4) loszittend; ruim; wijd
緩やかな;寛やかな yuruyakana (1) los; vrij; ongehinderd; ontspannen; soepel; (2) inschikkelijk; mild; coulant; gematigd; grootmoedig; edelmoedig; toegeeflijk; toegevend; inschikkelijk; goedig; lankmoedig; laks; indulgent; tolerant; verdraagzaam; (3) kalm; geleidelijk; rustig; matig; zacht; (4) loszittend; ruim; wijd
豊か;饒か;裕か yutaka (1) rijk; welgesteld; (2) overvloedig; abondant; bij de vleet; (3) ruim; onbekrompen; (4) -rijk; vervuld van
豊かな;饒かな;裕かな yutakana (1) rijk; welgesteld; (2) overvloedig; abondant; (3) ruim; onbekrompen
豊富な houfuna rijk; weelderig; overvloedig; rijkelijk; copieus; abondant; ruim; plenty; welig; opulent
闊 katsu (a) ruim; onbekrompen; (b) onderbroken; vervreemd
Tijd: 1.31 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 29 treffers (zoekopdracht: 'ruim').
2005-2026
