
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
aida・間
zn. (1) [間隔] ruimte v.; tusschenruimte v.; afstand m. (2) [時間] verloop o. ¶ 間をあける ruimte openlaten. (3) [の間] vz. gedurende; vw. terwijl; onderwijl. ¶ 其間に intusschen. ¶ 間に立つ tusschenin staan. ¶ 七人の間に分ける tusschen (又は onder) zeven menschen verdeelen. ¶ の間は zoo lang als. ¶ 私が留守の間に gedurende mijn afwezigheid; terwijl ik uit was. ¶ 君と僕の間 tusschen ons beiden. ¶ 此間 kort geleden; onlangs. ¶ 御座候間 aangezien.
awai・間
uchū・宇宙
zn. het heelal o.; de kosmos m. ¶ 宇宙學 kosmologie. ¶ 宇宙誌 kosmografie.
kūkan・空間
zn. ruimte v.
yutori・裕取
zn. ruimte v.; speling v.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ruimte>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ゆとり yutori (1) ruimte; plaats; gelegenheid; [fig.] speelruimte; speling; vrije tijd; (2) financiële ruimte; marge; manoeuvreerruimte; bewegingsruimte; bewegingsvrijheid; armslag; (3) experimenteerruimte
スペース supeesu (1) plaats; ruimte; (2) [drukk.] spatie; tussenruimte; (3) ruimte; heelal
一堂 ichidou (1) één tempel; heiligdom; hal; zaal; (2) één plaats; ruimte; lokaal; gebouw; plek
余地 yochi ruimte; plaats
余裕 yoyuu (genoeg) ruimte; tijd (over); speling; marge; speelruimte; latitude
場所 basho (1) plaats; plek; oord; lokaliteit; het waar; (2) plaats; ligging; lokatie; situering; zetel; haard; [fig.] toneel; (3) plaats; ruimte; [i.h.b.] zitplaats; (4) sumō-toernooi; één van de kampioenschappen in het sumō; basho
場 jou -terrein; -veld; -plaats; -ruimte; -perk; -stadium; [i.h.b.] -baan; [i.h.b.] -droom; [i.h.b.] -piste; [m.b.t. golf] -links
場 ba (1) plek; plaats; [i.h.b.] zitplaats; (2) ruimte; plaats; (3) omstandigheden; gelegenheid; (4) [ton.;film] scène; (5) beursvloer; beurssessie; effectenhandel; effectenmarkt; (6) veld; terrein
宇宙 uchuu heelal; ruimte; kosmos; universum; het al
幅 haba (1) breedte; wijdte; omvang; [布地の] baan; (2) marge; verschil; speelruimte; (3) ruimte; speling; [w.g.] latitude; vrijheid; (4) invloed; overwicht
広さ hirosa omvang; grootte; wijdte; ruimte; ruimheid; breedheid; extensie; uitgebreidheid; uitgestrektheid
房 bou (1) kamertje; vertrek; (2) [rel.] cel; kluis; (3) [Chin.astron.] Kamer; Fáng [= één van de achtentwintig maanhuizen]; (a) bijvertrek; [i.h.a.] kamer; vertrek; (b) echtelijke slaapkamer; echtelijke gemeenschap; (c) ruimte; cel; (d) [Jap.gesch.] provincie Awa 安房
所;処 tokoro (1) plaats; plek; stee; oord; zetel [der regering enz.]; gebied; lokatie; ruimte; afstand; ligging; (2) adres; verblijfplaats; (3) [bij iem.] thuis; (4) [~の] streek-; … van het platteland; plaatselijk; plaatselijke; gewestelijk; gewestelijke; (5) deel; gedeelte; stuk; passage; (6) [弱い;強い] punt; kant; trek; (7) positie; rol; (8) omstandigheid; geval; gelegenheid; (9) [maatwoord voor plekken;stuks e.d.]; (10) [maatwoord voor godheden;edellieden e.d.]; (11) [op het] moment [dat …]; de tijd dat …; [op het] punt [staan te …]; [op het] ogenblik [dat …]; (12) een kwestie van …; in de orde van …; (13) dat wat …; datgene wat …; (14) waaraan; waarover; (15) toen …; wanneer …
欄 ran (1) rubriek; kolom; -berichten; kroniek; (2) vakje; hokje; plaats; ruimte; veld
界 kai (1) omsloten ruimte; gebied; terrein; veld; domein; zone; sector; rijk; (2) vereniging; gezelschap; gemeenschap; kring; wereld; (3) grens; scheiding; (4) [boeddh.] dhātu; (5) liniëring; lijn [op papier]; (6) hulplijn; hulpstreep; (7) [biol.] Rijk; regnum; (8) [geol.] groep [lithostratigrafische eenheid]; (a) scheiding; afbakening; grens; (b) ruimte; sfeer; groep; gemeenschap
空き aki (1) opening; ruimte; tussenruimte; interval; gat; lege plek; onbezette stoel; leegte; leemte; (2) vacature; vacante plaats; openstaande betrekking; [Belg.N.] te begeven betrekking; (3) vrijaf; vakantie; (4) beschikbaarheid
空中 kuuchuu (1) lucht; hemel; (2) ruimte
空間 kuukan (1) ruimte; plaats; (2) [maatwoord voor ruimtes]
立体 rittai (1) driedimensionaal lichaam; stereometrische figuur; ruimtefiguur; (2) ruimtelijk; driedimensionaal; tridimensionaal; stereoscopisch; ruimte-; stereo-
立体の rittaino ruimtelijk; driedimensionaal; tridimensionaal; stereoscopisch; ruimte-; stereo-
部屋 heya (1) kamer; vertrek; ruimte; lokaal; cubiculum; [studentent.] kast; [Barg.] klapper; (2) [sumō-jargon] stal; heya [verblijf waar een groep worstelaars onder patronage van een oud-kampioen getraind wordt]; (3) [maatwoord voor kamers]
間隔 kankaku ruimte; interval; afstand
間 ma (1) ruimte; plaats; tussenruimte; interval; entre-deux; (2) vertrek; kamer; ruimte; (3) pauze; onderbreking; tijdsinterval; (4) tijd; moment; poos; (5) gelegenheid; kans; ruimte; [i.h.b.] geluk; (6) [muz.] maat; [i.h.b.] cesuur; rustpunt; [oneig.] ritme; tempo; timing
Tijd: 1.39 sec. jiten.nl: 16 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'ruimte').
2005-2026
