日蘭辭典+

18 resultaten voor ‘rusten’
日蘭辭典 (trefwoord)
yasumaru休まる

i.w. gerustgesteld zijn; tot rust komen; rusten.

yasumaseru休ませる

t.w. laten rusten; i.w. rust gunnen; vacantie geven; vrijaf geven.

yasumu休む

i.w. (1) [休息] rusten. t.w. (2) [中止] ophouden; stoppen; pauzeeren. i.w. (3) [缺席] afwezig zijn. (4) [就寢] naar bed gaan; gaan slapen. ¶ 一日休む een dag vacantie nemen. ¶ 仕事を休む rusten van den arbeid. ¶ お休みなさい wel te rusten!; slaap lekker! ¶ 休め rust! ¶ 休む間もない geen tijd om te rusten.

yasumeru休める

i.w. (1) [休息] rust geven. t.w. (2) [安心] geruststellen. i.w. (3) [休止] pauzeeren; rust houden. ¶ 骨を休める rusten van den arbeid. ¶ 體を休める rust nemen.

ukabu浮ぶ

i.w. (1) [水に] drijven. (2) [心に] in de gedachte komen; opvallen. (3) [成佛] in vrede rusten; zaligheid verkrijgen. ¶ 急に胸に浮んだ het viel mij plotseling in.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rusten>
休む;息む yasumu (1) uitrusten; rusten; pauzeren; pauze houden; uitblazen; uitpuffen; op adem komen; rust houden; pozen; verpozen; er [een uurtje] uit breken; (2) slapen; gaan slapen; naar bed gaan; zich ter ruste begeven; zich te bed begeven; zich te bed leggen; zich ter ruste leggen; onder de wol kruipen; zijn bed opzoeken; het bed in rollen; erin duiken; erin gaan; [veroud.;bijbelt.] zich bedden; (3) wegblijven van; niet aanwezig zijn; niet verschijnen; niet bijwonen; afwezig zijn; absent zijn; niet opdagen; [m.b.t. een les] laten vallen; [m.b.t. een college] missen; [m.b.t. een les] overslaan; ontbreken [op de vergadering]; thuis blijven; vrijaf nemen; vrij nemen; een vrije dag opnemen; er even tussenuit gaan; [gezegd van winkel] gesloten zijn; [学校を] de school verzuimen; van school wegblijven; niet naar school gaan; zijn kat sturen; spijbelen; flansen; [Belg.N.] brossen; (4) [werk] onderbreken; [zijn werk] afbreken; neerleggen; ophouden [met werken]; stoppen; uitscheiden met; (af)nokken met; beëindigen; kappen; [zijn activiteiten tijdelijk] staken; tijdelijk een eind maken aan; (5) tot stilstand komen; ophouden; stilstaan [b.v. machines]; braak liggen; buiten bedrijf zijn; (6) herstellen [van een ziekte]; genezen; er weer bovenop komen; herstellen; weer bijkomen; de oude worden; weer gezond worden; aansterken
休憩する kyūkeisuru pauzeren; rusten; uitrusten; wat rust nemen; een rustpauze inlassen
休止する kyūshisuru (1) doen stoppen; tot stilstand brengen; doen stilstaan; halt doen houden; onderbreken; stopzetten; ophouden met; staken; schorsen; opschorten; (2) stoppen; rusten; pauzeren; stilstaan; stilhouden; tot stilstand komen
休眠する kyūminsuru [plantk.;dierk.] rusten; slapen; sluimeren; in een ruststadium verkeren
kyū (a) rusten; verpozen; (b) pauzeren; onderbreken; (c) vreugdevol; geluk; (d) [afk.] vakantie; verlof
寝る;寐る neru (1) zich neerleggen; gaan liggen; zich leggen; zich neervlijen; (2) naar bed gaan; gaan slapen; plat gaan; in bed kruipen; erin kruipen; [inform.] 'em knijpen; onder de dekens kruipen; onder zeil gaan; onder de wol kruipen; onder dek kruipen; het bed opzoeken; zich te bed begeven; zich te ruste leggen; zich te ruste begeven; naar kooi gaan; naar zijn keet gaan; slapen; rusten; [i.h.b. van vogels] roesten; [veroud.;bijb.] (zich) bedden; [uitdr.;w.g.] tussen de klamme lappen gaan; [uitdr.;w.g.] tussen de zure lappen gaan; (3) het bed houden; bedrust houden; (4) overnachten; slapen; (5) naar bed gaan (met); slapen (met); kooien (met); [bijb.] liggen (bij); tussen de lakens kruipen (met); vrijen (met); [w.g.] bijslapen; (6) slapen; braak liggen; [van kapitaal] doodliggen; ongebruikt liggen; onbenut liggen; onaangesproken zijn; onaangeboord zijn; onontwikkeld zijn; onontgonnen zijn
nu slapen; rusten; gaan liggen
soku (a) adem; ademen; (b) leven; (c) rusten; op adem komen; (d) bedaren; tot rust brengen; (e) kind; zoon; (f) rente
憩う ikou rusten; pauzeren; uitrusten; (weer) op adem komen
放って置く hōtteoku (1) het erbij laten (zitten); maar laten zitten; rusten; met rust laten; er niet aankomen; de boel de boel laten; de dingen laten zoals ze zijn; (2) verwaarlozen; onbeheerd; onverzorgd laten; z'n gang laten gaan; laten begaan; aan z'n lot overlaten; laten betijen; laten varen; in de steek laten; de boel laten vlotten; [gew.] laten otteren; laten versloffen; de handen aftrekken van; de boel in de lappen laten hangen; liggen; [gew.] iets op zijn gat laten aflopen
枕上 chinjō (1) hoofdeinde; beddenhoofd; (2) bedrust; het in bed verblijven; rusten; [i.h.b.] bedlegerigheid
眠る;睡る nemuru (1) slapen; rusten; [inform.] maffen; [inform.] een mafje doen; [soldatent.;inform.] pitten; [zeemanst.;volkst.] 'em knijpen; [zeemanst.;volkst.] piepen; [Barg.;volkst.] norsen; [Barg.] bronzen; [Barg.] dolmen; [Barg.] poven; [i.h.b. van vogels] roesten; (2) [euf.;van de doden] slapen; rusten; (begraven) liggen; (3) slapen; braak liggen; [van kapitaal] doodliggen; ongebruikt liggen; onbenut liggen; onaangesproken zijn; onaangeboord zijn; onontwikkeld zijn; onontgonnen zijn
静養する seiyōsuru (1) uitrusten; rusten; pauzeren; ontspannen; (2) [geneesk.] herstellen; opknappen; weer op krachten komen; revalideren; recupereren; aansterken; z'n gezondheid terugwinnen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.31 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'rusten'). 
2005-2026