
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
SUPPLEMENT (trefwoord)
saitei・最低
(na-adj,no-adj,znw,bw) (1) het minste; ten minste; allerminste; het laagste; het allerlaagste. ¶ 最低限 saiteigen het minimum. ¶ 最低気温 saitei kion minimum temperatuur; laagste temperatuur. ¶ 私たちは1日に最低7時間は寝なければならない。 Watachitachi wa ichinichi ni saitei shichi jikan wa nenakereba naranai. We moeten op een dag minstens zeven uur slapen. (2) [naar een maatstaf of rangorde] het slechtst; de laagste rang. ¶ これは今まで読んだ中で最低の本だ。 Kore wa ima made yonda naka de saitei no hon da. Dit is het slechtste boek dat ik tot nu toe heb gelezen. (3) [van iemands karakter] walgelijk; verdorven; verwerpelijk; gemeen. ¶ そんな嘘をつくなんて彼は最低だ。 Sonna uso wo tsuku nan te kare wa saitei da. Hij is verwerpelijk dat hij dat soort leugens vertelt. (TTC) (4) [uitroep van walging of afkeer] Walgelijk!; Getver!; Gatver!.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <slapen>
ぼんやりする bon'yarisuru (1) suffen; slapen; afwezig zijn; absent zijn; dromen; soezen; lodderen; doezelen; dommelen; dutten; (2) ongeconcentreerd bezig zijn; zijn gedachten er niet bij hebben; gedachteloos zijn; onoplettend zijn; achteloos zijn
休む;息む yasumu (1) uitrusten; rusten; pauzeren; pauze houden; uitblazen; uitpuffen; op adem komen; rust houden; pozen; verpozen; er [een uurtje] uit breken; (2) slapen; gaan slapen; naar bed gaan; zich ter ruste begeven; zich te bed begeven; zich te bed leggen; zich ter ruste leggen; onder de wol kruipen; zijn bed opzoeken; het bed in rollen; erin duiken; erin gaan; [veroud.;bijbelt.] zich bedden; (3) wegblijven van; niet aanwezig zijn; niet verschijnen; niet bijwonen; afwezig zijn; absent zijn; niet opdagen; [m.b.t. een les] laten vallen; [m.b.t. een college] missen; [m.b.t. een les] overslaan; ontbreken [op de vergadering]; thuis blijven; vrijaf nemen; vrij nemen; een vrije dag opnemen; er even tussenuit gaan; [gezegd van winkel] gesloten zijn; [学校を] de school verzuimen; van school wegblijven; niet naar school gaan; zijn kat sturen; spijbelen; flansen; [Belg.N.] brossen; (4) [werk] onderbreken; [zijn werk] afbreken; neerleggen; ophouden [met werken]; stoppen; uitscheiden met; (af)nokken met; beëindigen; kappen; [zijn activiteiten tijdelijk] staken; tijdelijk een eind maken aan; (5) tot stilstand komen; ophouden; stilstaan [b.v. machines]; braak liggen; buiten bedrijf zijn; (6) herstellen [van een ziekte]; genezen; er weer bovenop komen; herstellen; weer bijkomen; de oude worden; weer gezond worden; aansterken
休眠する kyūminsuru [plantk.;dierk.] rusten; slapen; sluimeren; in een ruststadium verkeren
寝る;寐る neru (1) zich neerleggen; gaan liggen; zich leggen; zich neervlijen; (2) naar bed gaan; gaan slapen; plat gaan; in bed kruipen; erin kruipen; [inform.] 'em knijpen; onder de dekens kruipen; onder zeil gaan; onder de wol kruipen; onder dek kruipen; het bed opzoeken; zich te bed begeven; zich te ruste leggen; zich te ruste begeven; naar kooi gaan; naar zijn keet gaan; slapen; rusten; [i.h.b. van vogels] roesten; [veroud.;bijb.] (zich) bedden; [uitdr.;w.g.] tussen de klamme lappen gaan; [uitdr.;w.g.] tussen de zure lappen gaan; (3) het bed houden; bedrust houden; (4) overnachten; slapen; (5) naar bed gaan (met); slapen (met); kooien (met); [bijb.] liggen (bij); tussen de lakens kruipen (met); vrijen (met); [w.g.] bijslapen; (6) slapen; braak liggen; [van kapitaal] doodliggen; ongebruikt liggen; onbenut liggen; onaangesproken zijn; onaangeboord zijn; onontwikkeld zijn; onontgonnen zijn
寝 nu slapen; rusten; gaan liggen
性交する seikōsuru geslachtsgemeenschap hebben; geslachtelijke; echtelijke; [arch.] vleselijke; seksuele gemeenschap hebben; lijfsgemeenschap hebben; huwelijksgemeenschap hebben; geslachtelijke; echtelijke; [arch.] vleselijke; seksuele; intieme omgang hebben; geslachtsverkeer hebben; seksueel verkeer hebben; seks hebben; bedrijven; seksen; seksueel contact hebben; copuleren; de liefde bedrijven; paren; de geslachtsdaad verrichten; bedrijven; de liefdesdaad verrichten; bedrijven; de paringsdaad verrichten; bedrijven; de huwelijksdaad verrichten; bedrijven; de echtelijke; huwelijkse plicht(en) vervullen; vrijen; coïteren; cohabiteren; naar bed gaan; kroelen; krollen; uitwonen; [euf.] slapen; [euf.] de daad verrichten; bedrijven; [euf.;scherts.] voetjes warmen (met); [euf.] trouwen; [euf.;veroud.] naderen; [pregn.] aanraken; [pregn.] aanliggen; [form.] coïre; [form.] zonam solvere; [form.] samenkomen; [bijb.] bekennen; [bijb.;♂] (in)komen tot; [w.g.] bijslapen; [w.g.] bijwonen; [veroud.] zich te vleze begeven; [veroud.] elkaar gerieven; [arch.] (zich) verenigen; [arch.] zich vleselijk vermengen; [inform.] neuken; [inform.] rampetampen; [inform.] bonken; [inform.] vozen; [inform.] pezen; [inform.] platgaan; [inform.;♂] punten; [inform.;♂] rammen; [inform.] pielen; [inform.] afschroeven; [inform.] krikken; [inform.] wielen; [inform.] strijken; [inform.;Ind.N.] fieken; [inform.] doppen; [inform.] een dopje; doppie maken; [inform.] de koffer in duiken; kruipen; [inform.] voor Kaap Kont liggen; [inform.] een kind maken; [inform.] binnenbeens spelen; [inform.] een kransje breien; [inform.] de hongersnood verdrijven; [inform.;Belg.N.] het beest met de twee ruggen maken; [inform.;scherts.] het plafond witten; [inform.;scherts.;niet alg.] de koffie opschenken; [volkst.] een kunstje; wip(je); wippertje; nummertje maken; [volkst.;♂] een punt zetten; [volkst.;♂] op de veter nemen; [volkst.] wippen; [volkst.] van Wippenstein gaan; [volkst.] nummeren; [volkst.] pompen; [volkst.] schroeven; [volkst.] palen; [volkst.] palen laaien; [volkst.] potloden; [volkst.] tampen; [volkst.;♂] z'n platte tampie uitgooien; [volkst.] pennen; [volkst.] prikken; [volkst.] stiften; [volkst.] hompiekurken; [volkst.] sodemieteren; [volkst.] raggen; [volkst.] afraggen; [volkst.] kezen; [volkst.] kienen; [volkst.] jenzen; [volkst.] votsen; [volkst.] joekelen; joekeren; [volkst.] dreutelen; [volkst.] flensen; [volkst.] fleppen; [volkst.] piepjanknor gaan; [volkst.] de pijp uitkloppen; [gew.;inform.] strietsen; [gew.;inform.] vossen; [gew.;inform.] ketsen; [gew.;inform.;♂] vogelen; [gew.;inform.;♂] bedvogelen; [gew.;volkst.] kleunen; [gew.] meteen gaan; [gew.] vazelen; [gew.] haspelen; [vulg.] naaien; [vulg.;Belg.N.] poepen; [vulg.] emmeren; [vulg.] geilpompen; [vulg.] soppen; [vulg.] poken; [vulg.] kieren; [vulg.] afhakken; [vulg.] eiers in de pan slaan; [vulg.] op de muts; dot; stoffer; schroef gaan; [vulg.] van preut trekken; [vulg.;♂] een veeg geven; [vulg.;♂] vegen; [vulg.;♂] eroverheen gaan; [vulg.;♂] op z'n staart gaan staan; [Barg.] van bil gaan; [Barg.] op de kruk gaan; [Barg.] stoten; [Barg.] fikken; [Barg.] fietsen; [Barg.] piepelen; [Barg.] bibberen; [Barg.] latten; [Barg.] fluiten; [Barg.;volkst.] peunen; [Barg.;volkst.] pandoeren; [Barg.;volkst.] tokkelen
眠る;睡る nemuru (1) slapen; rusten; [inform.] maffen; [inform.] een mafje doen; [soldatent.;inform.] pitten; [zeemanst.;volkst.] 'em knijpen; [zeemanst.;volkst.] piepen; [Barg.;volkst.] norsen; [Barg.] bronzen; [Barg.] dolmen; [Barg.] poven; [i.h.b. van vogels] roesten; (2) [euf.;van de doden] slapen; rusten; (begraven) liggen; (3) slapen; braak liggen; [van kapitaal] doodliggen; ongebruikt liggen; onbenut liggen; onaangesproken zijn; onaangeboord zijn; onontwikkeld zijn; onontgonnen zijn
遊ぶ asobu (1) spelen; zich vermaken; pret maken; plezier maken; zich amuseren; zich bezighouden; (2) niets uitvoeren; nietsdoen; niksen; niets te doen hebben; er z'n gemak van nemen; z'n tijd verdoen; werkeloos blijven; luieren; rondhangen; lummelen; lanterfanten; [gew.] wepele armen hebben; (3) werkloos zijn; inactief zijn; (4) het ervan nemen; de bloemetjes buitenzetten; fuiven; uitgaan; stappen; cafés bezoeken; aan de boemel gaan; boemelen; aan de zwier gaan; pierewaaien; zwierbollen; (5) [土地が] braak liggen; [機械が] ongebruikt liggen; onbenut blijven; stilliggen; buiten bedrijf zijn; buiten werking zijn; sluimeren; [手が] niets omhanden hebben; [資本が] slapen; renteloos liggen; op stok liggen; (6) […に~] reizen; een tocht maken; een uitstapje maken; een bezoek afleggen; (7) […に~] studeren; (8) [honkb.] opzettelijk wijd gooien; (9) een spel drijven; sollen; dollen; gekscheren; de draak steken met; (10) verzen maken; muziek maken
Tijd: 1.55 sec. jiten.nl: 10 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'slapen').
2005-2026
