RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rede>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
スピーチ supiichi speech; redevoering; rede; toespraak; [inform.;volkst.] prevelement
一席ぶつ issekibutsu speechen; een speech afsteken; een toespraak; oratie; rede; praatje houden; het woord voeren
弁論 benron (1) debat; discussie; gedachtewisseling; dispuut; twistgesprek; redekaveling; redetwist; controverse; (2) rede; oratie; redevoering; (3) betoog; pleidooi; pleitrede; mondelinge uiteenzetting
弁;辨;瓣;辯 ben (1) (弁; oude schrijfwijze 辨) betaling; teruggave; vergoeding; (2) (弁; oude schrijfwijze 辨) [Jap.gesch.] benkan 弁官 [binnen de daijōkan 太政官 ondergebrachte griffie]; (3) (弁; oude schrijfwijze 辨) verpakte lunch; (4) (oude schrijfwijze 瓣) [plantk.] bloemblad; bloemblaadje; kroonblad; petaal; [Lat.] petala; (5) (oude schrijfwijze 瓣) [plantk.] vruchtvlees van een meloen; satsoemamandarijn; (6) (oude schrijfwijze 瓣) klep; afsluiter; ventiel; (7) (oude schrijfwijze 瓣) [anat.] klepvlies; (8) (oude schrijfwijze 辯) toespraak; rede; redevoering; speech; (9) (oude schrijfwijze 辯) tongval; dialect; accent; spraak; (10) (oude schrijfwijze 辯) welsprekendheid; eloquentie; elocutie; (11) (oude schrijfwijze 辯) ben [soort Kanbun-genre dat handelt over de moraliteit of waarachtigheid van woorden en daden]; (12) (oude schrijfwijze 瓣) [maatwoord voor bloemblaadjes]
慧 e (1) [boeddh.] prajñā [= wijsheid]; (a) wijs; wijsheid; (b) rede; kenvermogen
挨拶 aisatsu (1) groet; begroeting; groetenis; saluut; salutatie; compliment; [m.b.t. brief] aanhef; (2) speech; toespraak; rede; paar woorden; kort woord; (3) antwoord; repliek; reactie; verontschuldiging; kennisgeving; aanzegging; aankondiging; waarschuwing; [Belg.N.] verwittiging; (4) [yakuzajargon] beantwoording; wraak; revanche; vergelding; (5) [ironische aanduiding van een belediging] fraai compliment
智 chi (1) wijsheid; verstand; rede; (2) kennis; geleerdheid; (3) intellect; intelligentie; (4) [boeddh.] jñāna; bodhi; [hind.] Brahmajñāna; (5) list
智慧 chie (1) [boeddh.] jñāna [= kennis]; (2) [boeddh.] prajñā [= oordeelkundigheid]; (3) inzicht; rede; verstand
条理 jouri rede; logica; gezond verstand
法 nori (1) wet; voorschrift; (2) rede; moraal; (3) methode; manier; (4) [boeddh.] dharma; (5) afstand; traject; (6) maat; afmeting; (7) [bouwk.] helling; hellingshoek; hellingsgraad
演説 enzetsu (1) rede; redevoering; speech; discours; toespraak; oratie; (2) preek; predicatie; sermoen; allocutie; [veroud.] leerrede
物 mono (1) ding; voorwerp; zaak; goed; stuk; artikel; waar; iets; object; brok; spul; materiaal; (2) aangelegenheid; kwestie; historie; affaire; materie; onderwerp; punt; (3) eigendom; bezit; have; goed; (4) kwaliteit; (5) rede; wat redelijk is; (6) -werk; -stuk; (7) -wekkend; -aanjagend; -barend; -gevend; wat ~ veroorzaakt
理屈 rikutsu (1) theorie; logica; (2) rede; (3) argument; voorwendsel; excuus
理性 risei rede; ratio; (gezond) verstand
理 ri (1) wet; (2) rede; redelijkheid; (gezond) verstand
知性 chisei intellect; verstand; rede; intelligentie; vernuft; intellectualiteit
知恵 chie (1) inzicht; rede; verstand; prudentie; (2) schranderheid; intelligentie; vernuft; (3) wijsheid
知能;智能 chinou intelligentie; intellect; rede; verstand; intellectuele; geestelijke; verstandelijke vermogens; geestvermogen; denkvermogen
碇泊地;停泊地 teihakuchi ankerplaats; ankergrond; rede; ree; ligplaats; aanlegplaats
筋;条 suji (1) vezel; draad; [oneig.] zeen; [oneig.] pees; [oneig.] spier; (2) ader; (3) aanleg; talent; gave; (4) lijn; streep; voor; vore; (5) [geneal.] lijn; linie; afstamming; afkomst; komaf; descendentie; bloed; (6) draad; plot; intrige; verwikkeling; rode draad; verhaallijn; (7) rede; logica; ratio; zinnigheid; (8) [確かな;信頼すべき~] zijde; bron; kringen; (9) traject; tracé; (10) [囲碁;将棋の] cruciale zet; (11) [maatwoord voor langgerekte objecten zoals rivieren;obi's;lijnen;rookkolommen;wegen enz.]
訳;わけ wake (1) betekenis; zin; (2) rede; redelijkheid; (3) omstandigheden; reden; (4) [gebruikt als een loos naamwoord]
話 wa (a) praten; gesprek; (b) vertelling; verhaal; (c) taal; rede
講演 kouen (1) [boeddh.] preek; sermoen; (2) lezing; voorlezing; voordracht; rede; praatje; causerie
辞 ji (1) woord; woorden; tekst; rede; toespraak; (2) lyrische poëzie; beschrijving; (3) [Hashimoto-gramm.] gebonden woord; bindwoord; (4) [Tokieda-gramm.] moneem; (a) woorden; tekst; (b) weigeren; ophouden; (c) vaarwelzeggen; (d) lyrische poëzie
途方 tohou (1) middel; methode; weg; stappen; maatregelen; aanpak; (2) rede; logica
道理 douri (1) rede; logica; gezond verstand; (2) recht; redelijkheid; billijkheid; (3) rechtvaardigheid; gerechtigheid; gerechtvaardigdheid; (4) waarheid
道筋 michisuji (1) weg; pad; (2) route; baan; traject; (3) rede; logica