
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kenkō・健康
zn. gezondheid v.; welzijn o. ¶ 健康な gezond. ¶ 健康状態 gezondheidstoestand. ¶ 健康を祝する op de gezondheid drinken.
kyōken・强健
(強健) zn. gezondheid v.; sterk gestel o. ¶ 强健なる gezond en sterk.
wakaru・解る
t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn; i.w. (2) [曉見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解つて來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解りましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ 君の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確な處は解りません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解つた o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解つてゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解つて居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解つてる hij heeft gezond verstand.
tsuya・艷
tsutsuganaku・恙なく
bw. in goede gezondheid; gezond en wel.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <gezond>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
丈夫な joubuna (1) gezond; fit; flink; kloek; sterk; fiks; taai; kras; (2) sterk; stevig; krachtig; flink; kranig; fiks; degelijk; duurzaam; hecht; [i.h.b.] sterkgebouwd; ferm; solide; robuust; potig; fors; [niet alg.] struis
丈夫 joubu (1) gezond; fit; flink; kloek; sterk; fiks; taai; kras; (2) sterk; stevig; krachtig; flink; kranig; fiks; degelijk; duurzaam; hecht; [i.h.b.] sterkgebouwd; ferm; solide; robuust; potig; fors; [niet alg.] struis
体によい karadaniyoi goed; bevorderlijk voor de gezondheid; gezond; heilzaam
健 ken (a) gezond; kloek; (b) hevig; enorm
健やか sukoyaka gezond; fit; kloek; stevig; flink; sterk; krachtig; fiks
健全 kenzen gezond; heilzaam; deugdelijk; bevorderlijk; degelijk; solide
健全な kenzenna gezond; degelijk
健全に kenzenni gezond; degelijk
健康 kenkou (1) (goede) gezondheid; welzijn; welvaren; welbevinden; welstand; (2) gezond; niet ziek; wel; in een toestand van welzijn; in orde
健康な kenkouna gezond; fit; welvarend
健気 kenage (1) flink; ferm; kranig; [i.h.b.] voorbeeldig; bewonderenswaardig; lovenswaardig; loffelijk; verdienstelijk; (2) dapper; moedig; onverschrokken; koen; kloekmoedig; manmoedig; manhaftig; (3) standvastig; vastberaden; resoluut; (4) gezond; kloek; kras; robuust
元気 genki (1) energie; vitaliteit; levenskracht; fut; pit; pittigheid; veerkracht; kracht; (2) geestkracht; wilskracht; energieke vastbeslotenheid; (3) gezondheid; welzijn; kracht; energie; (4) moed; dapperheid; flinkheid; onverschrokkenheid; vermetelheid; vuur; kloekheid; (5) vrolijkheid; opgeruimdheid; blijheid; lichte stemming; (6) energiek; levendig; vol levenskracht; vol fut; pittig; veerkrachtig; krachtig; (7) vol van geestkracht; vol van wilskracht; vastbesloten; vastberaden; vast van wil; kordaat; (8) gezond; niet ziek; verkerend in een toestand van fysiek en psychisch welbevinden; verkerend in een toestand van volkomen welzijn; (9) moedig; dapper; onverschrokken; koen; flink; vermetel; vol vuur; kloek; (10) vrolijk; opgeruimd; in lichte stemming; blij
元気な genkina (1) energiek; levendig; levenslustig; pittig; krachtig; veerkrachtig; (2) vastbesloten; vastberaden; wilskrachtig; kordaat; (3) gezond; kloek; stevig; welvarend; (4) moedig; dapper; onverschrokken; koen; flink; vermetel; (5) vrolijk; opgeruimd; blij
堅実 kenjitsu vast; solide; stabiel; staag; degelijk; betrouwbaar; gezond
康 kou (a) veilig en wel; rustig; (b) gezond
恙無い tsutsuganai veilig; behouden; ongedeerd; ongeschonden; gaaf; heel; gezond
息災 sokusai (1) [boeddh.] śāntika [= afwending;bezwering van onheil]; (2) gezond; fit; kloek; ongedeerd
旺盛 ousei lustig; uitbundig; [m.b.t. appetijt] stevig; gezond
盛ん sakan (1) bloeiend; goed gedijend; florerend; goedlopend; tierend; florissant; welvarend; (2) populair; veel verbreid; in trek; in zwang; (3) gezond; flink; welvarend; kloek; [m.b.t. oudere personen] kras; (4) enthousiast; geestdriftig; flink; volop; uitbundig; levendig; actief; bedrijvig; levendig; fiks; krachtig
衛生に良い eiseiniyoi goed voor de gezondheid; gezond; heilzaam
Tijd: 1.78 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 20 treffers (zoekopdracht: 'gezond').
2005-2026
