日蘭辭典+

17 resultaten voor ‘verloop’
日蘭辭典 (trefwoord)
aida
zn. (1) [隔] ruimte v.; tusschenruimte v.; afstand m. (2) [時間] verloop o. ¶ をあける ruimte openlaten. (3) [の] vz. gedurende; vw. terwijl; onderwijl. ¶ 其intusschen. ¶ に立つ tusschenin staan. ¶ 七人のに分ける tusschen (又は onder) zeven menschen verdeelen. ¶ のは zoo lang als. ¶ 留守gedurende mijn afwezigheid; terwijl ik uit was. ¶ 君と僕の tusschen ons beiden. ¶ 此 kort geleden; onlangs. ¶ 御座候 aangezien.
yogo豫後

(予後) zn. prognose v.; vermoedelijk verloop der ziekte.

uchi

(内) zn. (1) [内部] binnenste o.; binnenkant o. (2) [家宅] huis o.; woning v. (3) [家族] familie v.; gezin o. (4) [夫] mijn man m. ¶ 内で thuis; binnenshuis; binnen. ¶ の中で onder; tusschen; in; te midden van. ¶ 内の者 mijn familie; mijn vrouw. ¶ 内に (在宅) thuis; in huis. ¶ の内に binnen. ¶ 今週の中に binnen deze week; van de week. ¶ 夜の中に gedurende de nacht. ¶ 時のたつ中に na verloop van tijd. ¶ 彈雨の中に onder een kogelregen. ¶ 近い中に eerstdaags; binnen kort. ¶ 若い中に in de jeugd; op jeugdigen leeftijd. ¶ 内ほどよい所はない oost west thuis best. ¶ 御主人はおうちですか is mijnheer thuis? ¶ 日の出ない中に vóór zonsopgang.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verloop>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
プロセス purosesu (1) proces; ontwikkeling; verloop; (2) procédé; methode
低下 teika (1) daling; verlaging; val; (2) achteruitgang; neergang; terugloop; teruggang; aftakeling; verval; verwording; ontaarding; verslechtering; verloop; decadentie; bederf
始末 shimatsu (1) afhandeling; regeling; behandeling; afdoening; opruiming; afwikkeling; (2) het wegdoen; het wegruimen; verwijdering; (3) toedracht; verloop; omstandigheden; bijzonderheden; [gew.] toegang; (4) ontknoping; afloop; uitkomst; resultaat; (5) zuinigheid; spaarzaamheid; economie
展開 tenkai (1) ontwikkeling; ontvouwing; (2) verloop; ontwikkeling; evolutie; loop; (3) ontwikkeling; uitwerking; explicitering; uiteenzetting; (4) [wisk.] desintegratie; ontwikkeling; verdere uitwerking; (5) [muziek;m.b.t. thema] uitwerking; [dramaturgie] epitasis; (6) [m.b.t. troepen] het inzetten; deployering; opstelling
成行き nariyuki (1) loop; gang; verloop; beloop; ontwikkelingen; (2) [beurst.] markt
推移 suii (1) het verstrijken (van de tijd); tijdsverloop; verloop; loop; ontwikkeling; gang; beloop; (2) overgang; verandering; verschuiving; kentering; transitie
期限切れ kigengire expiratie van een termijn; verloop; afloop; beëindiging
歩み ayumi (1) het wandelen; het gaan; gang; (2) tempo; tred; pace; ritme; (3) ontwikkelingsgang; loop; verloop; [i.h.b.] geschiedenis; [Belg.N.] historiek
流れ nagare (1) stroom; verloop; vloed; gang; sliert; (2) stroming; school; afstamming; afkomst; (3) afterpartygangers; (4) zwerftocht; omzwerving; dwaaltocht; peregrinatie; (5) afgelasting; annulering; (6) verbeuring; verbeurdverklaring; verval; (7) helling; schuining
立ち tachi (1) vertrekj start; afreis; (2) passage; verstrijking; verloop; (3) opbranding; (4) repetitie; proefoptreden; (5) [kabuki] staande opvoering; (6) [kabuki] mannelijke acteurs; (7) [sumō-jargon] afzet; charge; aanval; (8) [emfatisch voorvoegsel]
経過 keika (1) het voorbijgaan; verloop; verstrijking; (2) verloop; ontwikkeling; voortgang; ontwikkelingsgang; evolutie; beloop; loop
進行 shinkou vooruitgang; voortgang; voortschrijding; vordering; verloop; schot
過程 katei proces; periode; verloop; koers
首尾 shubi (1) begin en einde; aanhef en slot; (2) ontwikkeling; gang; verloop; [i.h.b.] uitkomst; resultaat; (3) gelegenheid; (4) [Jap. letterk.] zestien-; twaalfdelig kettingvers
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.36 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'verloop'). 
2005-2026