日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘binnenkant’
日蘭辭典 (trefwoord)
uramoto裏表

zn. voorkant en achterkant; binnenkant en buitenkant. ¶ 四十八手の裏表 alle kunstgrepen en listen.

uchimata內股

(内股) zn. kruis o.; binnenkant van de dij. ¶ 内股膏藥 iemand, die beide partijen te vriend wil houden; opportunist; mooiprater.

uchisoto內外

(内外) zn. binnenkant en buitenkant; bw. van binnen en van buiten.

uchinori內法

(内法) zn. afmetingen aan den binnenkant.

uchigawa內側

(内側) zn. binnenkant m. ¶ 内側に van binnen; binnenin; aan den binnenkant.

uchikabuto內兜

(内兜) zn. binnenkant van den helm; kwetsbare plaats v.; achilleshiel m.

uchi

(内) zn. (1) [内部] binnenste o.; binnenkant o. (2) [家宅] huis o.; woning v. (3) [家族] familie v.; gezin o. (4) [夫] mijn man m. ¶ 内で thuis; binnenshuis; binnen. ¶ の中で onder; tusschen; in; te midden van. ¶ 内の者 mijn familie; mijn vrouw. ¶ 内に (在宅) thuis; in huis. ¶ の内に binnen. ¶ 今週の中に binnen deze week; van de week. ¶ 夜の中に gedurende de nacht. ¶ 時のたつ中に na verloop van tijd. ¶ 彈雨の中に onder een kogelregen. ¶ 近い中に eerstdaags; binnen kort. ¶ 若い中に in de jeugd; op jeugdigen leeftijd. ¶ 内ほどよい所はない oost west thuis best. ¶ 御主人はおうちですか is mijnheer thuis? ¶ 日の出ない中に vóór zonsopgang.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <binnenkant>
インサイド insaido (1) binnenkant; binnenzijde; binnenste; inwendige delen; (2) [honkb.] inside
naka (1) binnenste; binnenkant; inwendige; (2) midden; hart; (3) in; onder; in het midden van; te midden van; tussen; tijdens; gedurende; (4) (gulden) middenweg; tussenweg
内側 uchigawa binnenkant; binnenste; binnenzijde; binnenzij
内方 naihō (1) binnenkant; binnenste; [~の] innerlijk; inwendig; (2) [hon.] mevrouw; uw echtgenote
内部 naibu binnenste; inwendige; interne; binnenkant
内面 naimen (1) binnenkant; binnenzijde; binnenwerk; (2) het innerlijk; binnenste; inwendige
uchi (1) binnenkant; [の~に] binnen; in; (2) [の~に] tijdens; terwijl; gedurende; [その~に] onderwijl; (3) [の~] onder; te midden van; (4) [~に] inwendig; vanbinnen; in het hart; in het gemoed; innerlijk; intern; (5) keizerlijk paleis; hof; (6) keizer; tenno; mikado; (7) echtgenote; echtgenoot; wederhelft; (8) [boeddh.] ons geloof; het boeddhisme; (9) ik; wij; [~の] mijn; ons
裏面;裡面 rimen (1) achterkant; achterzijde; achterzij; keerzijde; ommezijde; rugzijde; versozijde; [text.] averechtse kant; verkeerde kant; [gew.] krangkant; (2) binnenkant; binnenzijde; [fig.] background; achtergrond; zelfkant; schaduwzijde; nachtzijde
ura (1) achtergedeelte; achterste deel; achterkant; (2) keerzijde; andere kant; ommezijde; onderkant; binnenkant; [貨幣の] muntzijde; (3) tegengestelde; tegendeel; (4) [衣服の] voering; (5) [足;靴の] zool; ondervlak; (6) binnenste; hart; gemoed; innerlijk; (7) [honkb.] tweede helft van een inning
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.29 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'binnenkant'). 
2005-2026