
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
furi・浮利
kyō-eki・共益
zn. wederzijdsch voordeel o.; algemeen belang o.; gemeenschappelijke winst v.
wari・割
zn. (1) [割合] verhouding v.; koers m. (2) [利益] voordeel o.; winst v. (3) [比較] vergelijking v. (4) [割當] aandeel o. (5) [比率] percentage v. ¶ 俸給割で naar verhouding van het salaris. ¶ 年一割の利息 tien percent rente per jaar. ¶ 割に合はぬ niet winstgevend zijn; geen voordeel opleveren; niet betalen. ¶ 五割引 50% reductie. ¶ 年の割に丈夫 kras voor zijn leeftijd. ¶ 一時間九哩の割で走る negen mijl per uur loopen. ¶ 割に betrekkelijk; in aanmerking nemend, dat…… ¶ 雨が降つた割には可なりの聽衆でした voor zulk regenweer was de zaal goed bezet.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <winst>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
プラス purasu (1) optelling; additie; (2) positief; boven het vriespunt; boven nul; (3) pluspunt; voordeel; plus; profijt; winst; (4) [pregn.] pluspool; anode; elektropositief ~; (5) plusteken; plusje; kruis; (6) [pregn.] positieve reactie [op een medische test enz.]
リターン ritaan (1) [tennis] return; terugslag; terugspeelbal; (2) [comp.] return; (3) opbrengst; winst; rendement; resultaat; (4) terugkeer; terugkomst; teruggave; terugzending
上がり agari (1) stijging; verhoging; klim; (2) afwerking; uitvoering; voltooiing; [sportt.] finish; (3) inkomen; opbrengst; winst; rendement; resultaat; (4) [cul.] groene thee; (5) [魚の] dood; (6) [蚕の] het spinnen; (7) onderbreking; stop; (8) het ophouden van …; toestand na afloop van …; (9) ex-; voormalig …; gewezen …; (10) het gerecht is klaar!
上がり高 agaridaka (1) oogst; opbrengst; productie; output; debiet; (2) winst; inkomsten; vrucht; baten; recette; ontvangsten; rendement; omzet
儲け mouke winst; gewin; profijt; baat
入り iri (1) binnenkomst; intrede; entree; betreding; intocht; inkomst; [Belg.N.] inkom; (2) inhoud; het aanwezig zijn van; aanwezigheid; opkomst; (3) [日;月の] ondergang; (4) begin; aanvang; start; eerste dag; (5) inkomen; inkomsten; oogst; opbrengst; winst; recette; (6) kost; kosten; onkosten; lasten; uitgaven; (7) "aan"-stand; aan; ingeschakeld; (8) met … erin
利得 ritoku (1) winst; baat; profijt; voordeel; opbrengst; (2) [elektr.] versterking; versterkingsfactor
利潤 rijun winst; profijt; verdienste; gewin; baat
利益 rieki (1) winst; winstje; profijt; gewin; baten; opbrengst; vruchten; [fin.] return; verdienste; [Lat.] lucrum; (2) voordeel; nut; nuttigheid; baat; belang; [veroud.] avance; [veroud.] oorbaar
利 ri (1) winst; opbrengst; profijt; (2) geschiktheid; opportuniteit; (3) voordeel; nut; (4) rente; interest; intrest; (a) scherp; snedig; scherpzinnig; schrander; (b) geschikt; passend; nuttig; voordelig; (c) winst; baat; buit; (d) rente; interest
勝ち kachi overwinning; winst; triomf; succes
勝 shou (1) mooi plekje (in de natuur); plekje natuurschoon; bezienswaardigheid; (2) overwinning; zege; winst; (3) [maatwoord voor overwinningen;zeges;gewonnen partijen]; (a) winnen; zegevieren; (b) overtreffen; uitmunten; (c) pittoresk; landschapsschoon
収益 shuueki winst; opbrengst
取得物 shutokubutsu aanwinst; winst; het aangewonnene; verworven goed; acquisitie; aankoop
売り上げ金 uriagekin winst; opbrengst (door verkoop); inkomsten; recette; ontvangsten; provenu
当籤 tousen winst; het winnen; het in de prijzen vallen; het trekken van het winnende lot
得 toku (1) winst; gewin; baat; [Lat.] lucrum; (2) voordeel; belang; profijt; nut; (3) [boeddh.] prāpti [= handhaving van verworvenheden]; (3) winstgevend; voordelig; economisch; profitabel; profijtelijk; gunstig; lonend; lucratief; renderend; nuttig; rendabel; nut; (a) in handen krijgen; (b) verdienen; winst; (c) begrijpen
採算 saisan (1) winst; handelswinst; (2) winstgevendheid; rentabiliteit
旨み;旨味 umami (1) smaak; (2) smaakmaker; umami; natriumglutamaat; glutamaat; ve-tsin; (3) smakelijkheid; charme; pit; aantrekkelijkheid; het boeiende ervan; (4) flair; handigheid; kunstigheid; (5) voordeel; profijt; baat; winst; iets lucratiefs; percentje
星 hoshi (1) ster; [lit.t.] star; (2) [meton.] jaar; tijd; (3) sterretje; [i.h.b.] asterisk; bolletje; (4) stip; vlekje; stippel; spikkel; plekje; [i.h.b.] bles; [i.h.b.] leukoom; oogparel; leucoma; (5) gesternte; gestarnte; iemands ster [die volgens de astrologie zijn lot bepaalt]; (6) roos; doelwit; (7) dader; schuldige; verdachte; (8) score (in een sumō-toernooi); [i.h.b.] winst- of verliespunt; (9) ster; star; coryfee
潤 jun (a) nat worden; maken; (b) winst; gewin; baat; profijt; voordeel; gunst; (c) bekoren; sieren
獲得物 kakutokubutsu aanwinst; winst; het aangewonnene; verworven goed; acquisitie; aankoop
益 eki baat; nut; voordeel; winst
Tijd: 1.66 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 23 treffers (zoekopdracht: 'winst').
2005-2026
