日蘭辭典+

21 resultaten voor ‘rij’
日蘭辭典 (trefwoord)
ichiretsu一列
zn. een rij v.; ¶ 一列に in een rij. ¶ 一列に竝ぶ in een rij staan.
yanami家竝
(家並み) zn. huizenrij v.; rij huizen; huis aan huis; elk huis o.
namiki竝木
(並木) zn. rij boomen; laan.
zuraritoずらりと

bw. op een rij.

zenretsu前列

zn. voorste rij v.; eerste gelid o.

tsuranaru連る

(連なる) i.w. (1) [連續] zich verbinden; zich vereenigen; band vormen; zich aansluiten. (2) [整列] in een rij staan; rij vormen. (3) [參列] bijwonen; tegenwoordig zijn. (4) [關係] in verband staan; in relatie staan; verbonden zijn aan. ¶ 連った onafgebroken; aaneengestoten.

tsukuru作る

t.w. (1) [製作] maken; vervaardigen. (2) [構成] vormen. (3) [建設] bouwen. (4) [耕作] bebouwen; bewerken. (5) [培養] verbouwen; telen. ¶ 木で造る van hout maken. ¶ 酒を造る arak stoken; sake brouwen. ¶ 野菜を作る groenten kweeken. ¶ 財產を作る fortuin maken; rijk worden. ¶ 顏を作る toilet maken; zich werven en poeieren. ¶ 列を作る een rij vormen; in ’t gelid gaan staan. ¶ 家庭を作る huishouden opzetten. ¶ 罪を作る zonde begaan.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rij>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
オンパレード onpareedo tentoonspreiding; collectie; reeks; rits; opeenvolging; aaneenschakeling; rij; delegatie; rist; ris; [Belg.N.] resem; verzameling; schaar; schare
シリーズ shiriizu (1) reeks; serie; opeenvolging; aaneenschakeling; rij; rits; volgreeks; volgrij; (2) [m.b.t. boeken;artikelen] serie; (3) [sportt.] kampioenschap; [m.b.t. honkbalkampioenschap] series
ティア tia (1) rij; verdieping; rang; (2) Tia
一列 ichiretsu lijn; rij; file; queue; [mil.] rot; [gew.] root
一連 ichiren (1) aaneenschakeling; reeks; serie; rij; (2) snoer; ris; rist; string; sliert; keten; (3) één riem; [i.h.b.] 1.000 vel papier; [i.h.b.] 100 stuks karton; (4) [lett.] couplet; strofe; versgroep; vers; stanza
kawa (1) zijde; zij; kant; rij; (2) [時計の] kast; omhulsel
retsu (1) rij; gelid; reeks; sliert; file; queue; [Belg.N.] rang; (2) gezelschap; gelederen; groep
数列 suuretsu (1) [wisk.] rij; reeks; (2) verschillende; meerdere rijen
級数 kyuusuu [wisk.] reeks; rij
続発 zokuhatsu opeenvolging; aaneenschakeling; reeks; serie; rij; [fig.] golf
行列 gyouretsu (1) rij; queue; processie; parade; stoet; (2) [wisk.] matrix
gyou (1) lijn; rij; zin; regel; (2) religieuze strengheid; soberheid; zelfdiscipline; ascetisme; (3) [boeddh.] saṃskāra; (4) [boeddh.] saṃskṛta; (5) [boeddh.] carita; caryā; (6) [boeddh.] gamana; (7) [fil.] praktijk; (8) [wisk.] rij; (9) [comp.] tupel; (10) halfcursiefschrift; (11) [ritsuryō] het teken 行; geplaatst tussen rang- en ambtsnaam; (12) [maatwoord voor tussenruimtes;regels]
軒並み nokinami (1) rij; reeks huizen; aaneengesloten huizenrij; huizenblok; aaneengebouwde huizen; woningblok; (2) de een na de ander; een voor een
連なり tsuranari keten; aaneenschakeling; rij; reeks; serie
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.67 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'rij'). 
2005-2026