
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
anshin・安心
zn. gemoedsrust v.; vertrouwen o. ¶ 安心の出來ぬ人物 iemand, met wien men zich niet op zijn gemak gevoelt. ¶ 安心な rustig. ¶ 安心さす geruststellen. ¶ 安心する gerust zijn; vol vertrouwen zijn. ¶ ほっと安心する een zucht van verlichting slaken. ¶ これで大きに安心到しました dit is mij een pak van het hart.
yudan・油斷
(油断) zn. onachtzaamheid v.; achteloosheid v.; nalatigheid v. ¶ 油斷なき oplettend; attent; vol aandacht. ¶ 油斷する niet opletten; niet op zijn hoede zijn; onachtzaam zijn. ¶ 油斷させる iemands aandacht afleiden.
tsutsushimi・愼、謹
(慎、謹) zn. (1) [謙遜] bescheidenheid v. (2) [愼重] voorzichtigheid v.; bedachtzaamheid v. (3) [抑制] zelfbedwang o.; zelfbeheersching v. ¶ 愼のある bescheiden; bedachtzaam; behoedzaam; voorzichtig; vol zelfbeheersching. ¶ 愼を忘れる zelfbeheersching verliezen; zich vergeten.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vol>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ぎっしり gisshiri vol; dicht (op elkaar)
こくのある kokunoaru [~酒] vol; rijk; gecorseerd; krachtig; lijvig; pittig; rond op de tong; [~料理] stevig; flink
たっぷり tappuri (1) rijkelijk; royaal; overvloedig; mild; ruim; ruimschoots (voldoende); flink; scheutig; dik; volop; plenty; welvoorzien (van); vol ~; een heleboel ~; meer dan genoeg; in overvloed; zat; keur (van ~); rijk; te kust en te keur; (2) ruim zittend; wijd; voldoende ruim [door shita した gevolgd]; (3) ruim [een uur enz.]; een goed ~; een dik ~; minstens ~
一杯の ippaino (1) vol; (2) veel; talrijk; overvloedig
一杯 ippai (1) een kopje (vol met); een glas (vol met); een kom (vol met); een schaal (vol met); een lepel (vol met); (2) een rondje [alcoholische drank]; [fig.] een slokje; een borrel; een glaasje; een dronk; (3) volheid; (4) vol; (5) veel; talrijk; overvloedig; (6) [meestal voorafgegaan door woorden die verwijzen naar een tijdsperiode] de gehele …; de volledige …; de ganse …
丸々;〇〇 marumaru (1) lege plek; blanco gedeelte; opengelaten plaats; leeg gelaten passage; (2) ene; een zeker(e); niet nader genoemd(e); (3) vol; bol; rond; mollig; bolrond; (4) volledig; compleet; volkomen; helemaal; geheel en al; totaal
丸々した marumarushita vol; bol; rond; mollig; bolrond
丸々と marumaruto (1) vol; bol; rond; mollig; bolrond; (2) volledig; compleet; volkomen; helemaal; geheel en al; totaal
充実した juujitsushita vol; vervuld; rijk; welgevuld; substantieel
太い futoi (1) dik; zwaar; fors; vet; flink; (2) [van stem e.d.] diep; vol; zwaar; (3) driest; boud; vermetel; stoutmoedig; (4) brutaal; vrijpostig; schaamteloos; onbeschaamd
惚れる horeru (1) gaan houden van; verliefd worden op; liefde opvatten voor; vol; ingepakt; weg raken van; dol worden op; z'n hart verliezen aan; vallen voor; (2) bewonderen; bekoord; gecharmeerd raken; (3) in vervoering raken; verrukt raken
深い fukai (1) diep; dicht; dik; (2) [van gevoelens;gedachten enz.] diep; intens; diepgaand; diepliggend; diepzinnig; grondig; innig; intiem; (3) [van kleuren;aroma's enz.] donker; zwaar; vol
満員の maninno vol; afgeladen; uitverkocht; volgeboekt; geheel bezet; [Belg.N.] volzet
潤いのある uruoinoaru (1) vochtig; (2) financieel comfortabel; (3) rijk; interessant; vol
脹よか fukuyoka (1) [体型が] vlezig; mollig; rond; vol; (2) [香りが] rijk; vol
膨らか fukuraka mollig; vlezig; goedgevuld; bol; vol
込み合う komiau vol; overvol raken van; met; druk worden; vollopen met
込み合った komiatta druk; vol; overvol; volgelopen
Tijd: 1.37 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'vol').
2005-2026
