日蘭辭典+

12 resultaten voor ‘spraak’
日蘭辭典 (trefwoord)
kotoba言葉

zn. (1) [言語] taal v.; woorden o.mv. (2) [語] woord o.; term v. (3) [地方語] dialect v. (4) [話] spraak v.; uitlating v.; opmerking v. (5) [言方] spreekwijze v.; uitdrukking v. ¶ 言葉通り woordelijk; letterlijk. ¶ 無益の言葉を費す woorden verspillen. ¶ 言葉を違へる zijn woord breken. ¶ 言葉を換へて云へば met andere woorden; m.a.w. ¶ 言葉を掛ける het woord richten; zich wenden. ¶ 言葉爭ひ woordenwisseling; redetwist. ¶ 言葉返し vinnig antwoord. ¶ 言葉書 uiteenzetting; epistel. ¶ 言葉敵 iemand om teegen te praten; aanspraak. ¶ 言質 eerewoord. ¶ 言質を與へる zijn woord verpanden. ¶ 言葉尻 verspreking. ¶ 言葉尻を取る iemand betrappen doordat hij zich verspreekt; iemand in zijn eigen woorden vangen. ¶ 言葉違へ inconsequentie; woordbreuk. ¶ 言葉違へをする zichzelf tegenspreken; inconsequent zijn; zich niet houden aan zijn woord; zijn woord breken. ¶ 言葉咎 critiek. ¶ 言葉添へをする een goed woordje doen. ¶ 言葉遣ひ uitdrukking; spreekwijze. ¶ 言葉多きは問少し holle vaten klinken het hardst; veel geschreeuw, weinig wol.

kuchimane口眞似

(口真似) zn. nadoen van een andermans spraak; nabauwen o.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <spraak>
kuchi (1) mond; muil; bek; [inform.] bakkes; (2) taal; spraak; woord; (3) smaak; smaakzin; (4) persoon ten laste; mond die gevoed moet worden; (5) openstaande betrekking; vacature; vacante plaats; (6) betrekking; dienstbetrekking; baan; job; aanstelling; (7) mondstuk (van een muziekinstrument); (8) kurk; stop (van een fles); (9) opening; gat; fuit; (10) route; bergpad; riviermonding; estuarium; natuurlijke haven; (11) deur; poort; ingang; uitgang; (12) soort; artikel; merk; (13) begin; (14) gerucht; praatje; verhaal dat de ronde doet; (15) aandeel; actie; effect; portie; (16) opening van een zweer
弁舌 benzetsu (1) spraak; het spreken; (2) spreekvaardigheid; welsprekendheid; welbespraaktheid
弁;辨;瓣;辯 ben (1) (弁; oude schrijfwijze 辨) betaling; teruggave; vergoeding; (2) (弁; oude schrijfwijze 辨) [Jap.gesch.] benkan 弁官 [binnen de daijōkan 太政官 ondergebrachte griffie]; (3) (弁; oude schrijfwijze 辨) verpakte lunch; (4) (oude schrijfwijze 瓣) [plantk.] bloemblad; bloemblaadje; kroonblad; petaal; [Lat.] petala; (5) (oude schrijfwijze 瓣) [plantk.] vruchtvlees van een meloen; satsoemamandarijn; (6) (oude schrijfwijze 瓣) klep; afsluiter; ventiel; (7) (oude schrijfwijze 瓣) [anat.] klepvlies; (8) (oude schrijfwijze 辯) toespraak; rede; redevoering; speech; (9) (oude schrijfwijze 辯) tongval; dialect; accent; spraak; (10) (oude schrijfwijze 辯) welsprekendheid; eloquentie; elocutie; (11) (oude schrijfwijze 辯) ben [soort Kanbun-genre dat handelt over de moraliteit of waarachtigheid van woorden en daden]; (12) (oude schrijfwijze 瓣) [maatwoord voor bloemblaadjes]
shita (1) tong; [Barg.;kindert.] lap; (2) tongvormig iets; [鐘の] klepel; bengel; (3) [fig.] tong; spraak; (4) [fig.] tong; smaak; (5) [muz.] tong; riet
言葉 kotoba (1) taal; spraak; (2) woord; term; uitdrukking met een specifieke betekenis; (3) zinsnede; deel van een volzin; (4) uitdrukking; (5) spreekwijze; manier van uitdrukken; uitdrukking; fraseologie; zinsbouw en woordgebruik van een spreker of schrijver; (6) dialect; streektaal; gewesttaal; patois; (7) uiteenzetting; verklaring; beschrijving; exposé; (8) uitspraak; uiting; uitlating; opmerking; (9) spreekwoord; proverbium; adagium; spreuk; kernspreuk
言語 gengo (1) taal; spraak; (2) [maatwoord voor talen]
gen (1) gesproken taal; spraak; (2) [taalk.] parole; taalgebruik; (a) spreken; (b) gesprokene; taal; woorden
koto (1) verhaal; vertelling; (2) uiting; uitlating; mededeling; woorden; (3) taal; spraak; (4) praatje; gerucht; nieuws
話;咄;噺 hanashi (1) het praten; praat; praatje; praats; opmerking; zeggen; woord; woordje; gesprokene; [w.g.] spraak; [w.g.] zegsel; (2) gesprek; conversatie; onderhoud; babbel; propoost; [i.h.b.] overleg; (3) onderwerp (van gesprek); propoost; topic; (4) verhaal; vertelling; relaas; historie; story; geschiedenis; vertelsel; verslag; [w.g.] verhaling; (5) geklets; gebabbel; [veroud.] gesnap; gerucht; praatje; smoesje; [Bar.] kabielesementje; roddel; on-dits; spraak; (6) geval; affaire; kwestie; zaak [gebruikt als keishiki meishi 形式名詞]
go (1) woord; (2) term; terminologie; (3) spraak; uiting; uitlating; (4) taal; (5) taal van de …; -se taal [volgt op de naam van een land;volk;etc.]; (6) [maatwoord voor woorden]; (a) spreken; vertellen; zeggen; (b) woord; verwoording; (c) uitspraak; gezegde; (d) vertelling; verhaal; monogatari; (e) Lúnyǔ
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'spraak'). 
2005-2026