日蘭辭典+

11 resultaten voor ‘richten’
日蘭辭典 (trefwoord)
ateruあてる
(当てる・當てる) t.w. (1) [命中] raken; treffen. (2) [充當] toewijzen. (3) [曝す] blootstellen aan. (4) [宛に出す] richten tot; adresseeren aan. (5) [解く] raden; gissen. (6) [病氣にする] ziek maken; vergiftigen. (7) [火に當てる] warmen; verwarmen. (8) [成功する] i.w. slagen. (9) [適用する] toepassen; aanwenden. ¶ うまくあてられた goed geraden. ¶ 穴に補布をあてる een stuk inzetten; een scheur herstellen. ¶ 鑛脈に堀り當てる een ader treffen.
kotoba言葉

zn. (1) [言語] taal v.; woorden o.mv. (2) [語] woord o.; term v. (3) [地方語] dialect v. (4) [話] spraak v.; uitlating v.; opmerking v. (5) [言方] spreekwijze v.; uitdrukking v. ¶ 言葉通り woordelijk; letterlijk. ¶ 無益の言葉を費す woorden verspillen. ¶ 言葉を違へる zijn woord breken. ¶ 言葉を換へて云へば met andere woorden; m.a.w. ¶ 言葉を掛ける het woord richten; zich wenden. ¶ 言葉爭ひ woordenwisseling; redetwist. ¶ 言葉返し vinnig antwoord. ¶ 言葉書 uiteenzetting; epistel. ¶ 言葉敵 iemand om teegen te praten; aanspraak. ¶ 言質 eerewoord. ¶ 言質を與へる zijn woord verpanden. ¶ 言葉尻 verspreking. ¶ 言葉尻を取る iemand betrappen doordat hij zich verspreekt; iemand in zijn eigen woorden vangen. ¶ 言葉違へ inconsequentie; woordbreuk. ¶ 言葉違へをする zichzelf tegenspreken; inconsequent zijn; zich niet houden aan zijn woord; zijn woord breken. ¶ 言葉咎 critiek. ¶ 言葉添へをする een goed woordje doen. ¶ 言葉遣ひ uitdrukking; spreekwijze. ¶ 言葉多きは問少し holle vaten klinken het hardst; veel geschreeuw, weinig wol.

utsusu移す

t.w. (1) [移轉] verplaatsen; overbrengen; transporteeren. (2) [液體] overgieten; schenken. (3) [時を] verliezen; laten voorbijgaan. ¶ 移し得る roerend; verplaatsbaar. ¶ 視線を移す de oogen richten op.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <richten>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
傾ける katamukeru (1) kantelen; doen overhellen; doen hellen; neigen; schuin houden; zetten; scheef houden; zetten; (2) tot de ondergang brengen; ruïneren; te gronde richten; verruïneren; [volkst.] verrinneweren; [gew.] reneweren; (3) richten; neigen; concentreren; wijden; [耳を] aanhoren
向ける mukeru (1) wenden (naar); richten; keren (naar); toewenden; aanleggen; (2) op het oog hebben; doelen op; streven naar; (3) (op pad) sturen; [een boodschapper enz.] zenden; afzenden; afsturen (op); (4) [middelen] aanwenden; [tijd] wijden aan; toewijzen; bestemmen
宛てる ateru richten; sturen; addresseren
差し向ける sashimukeru (1) sturen; zenden; uitsturen; doorsturen; uitzenden; laten overkomen; (2) richten; wenden (naar)
指す sasu (1) richten; wijzen; aanwijzen; aanduiden; aangeven; (2) bedoelen; refereren aan; (3) zich op weg begeven naar; koers zetten naar; gaan naar; gericht zijn naar; aanhouden op; (4) [m.b.t. schaakspel] spelen; [m.b.t. schaakstuk] een zet doen; (ver)zetten; (5) verklikken; aangeven; aanbrengen; [inform.] klikken; [Barg.] baldoveren
指向する shikousuru oriënteren; richten
整列する seiretsusuru in een rij gaan staan; op rijen gaan staan; naast elkaar gaan staan; een lijn; haag; queue vormen; queue maken; zich op één lijn stellen; [mil.] aantreden; richten; zich in het gelid opstellen; in het gelid gaan staan; rijen
遣る yaru (1) sturen; laten gaan; doen [schoolgaan enz.]; (2) [m.b.t. een voertuig] voortbewegen; vooruit doen gaan; vooruit laten gaan; aan de gang brengen; rijden; (3) richten; [een fooi enz.] geven; [dieren] voeren; (4) ter arbitrage toevertrouwen; (5) [zijn ongenoegen;gemoed e.d.] luchten; [door drinken enz.] kwijtraken; (6) [水を] gieten; begieten; water geven; (7) laten ontsnappen; (8) bevorderen; vooruitbrengen; (9) [m.b.t. hand] uitsteken; uitstrekken; (10) een tsukeku 付句 of yariku やり句 toevoegen [idioom uit de wereld van renga 連歌 en haikai 俳諧]; (11) falen; verknoeien; om zeep helpen; (12) bedriegen; (13) kastijden; doodslaan; (14) uithuwelijken; aan de man brengen; (15) nuttigen; gebruiken; [er eentje] drinken; eten; roken; (16) leven; een bestaan leiden; (17) doen; verrichten; [huiswerk enz.] maken; [schaak enz.] spelen; [een cursus e.d.] volgen ; [~ als hoofdvak] studeren; [een tentoonstelling enz.] houden; [een stuk enz.] opvoeren; [een film enz.] vertonen; [een winkel enz.] drijven; [een beroep enz.] uitoefenen; [een toespraak enz.] afsteken; (18) het doen; gemeenschap hebben; vrijen; (19) [een handeling doen;verrichten]; (20) [geeft aan dat de handeling over een verre afstand geldt]; (21) [drukt de beëindiging van een handeling uit;vaak vergezeld van een negatie]; (22) [drukt uit dat de handeling voor anderen verricht wordt]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.75 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'richten'). 
2005-2026