日蘭辭典+

29 resultaten voor ‘kennis’
日蘭辭典 (trefwoord)
kokoro-e心得
zn. (1) [知識、會得] kennis v.; begrip o. (2) [準則] aanwijzing v. mv. (3) [規則] voorschriften v. mv. (4) [覺悟 ] voorbereid v. (5) [官職の心得] vervanger m. ¶ 局長心得 waarnemend directeur. ¶ 一通り科料を心得て居る zij kan goed koken. ¶ 商人の心得 voorschriften voor kooplieden; wat een koopman behoort te weten.
najimi馴染

(馴染み) zn. (1) [親交] intimiteit v.; vriendschappelijkheid v. (2) [知人] kennis v. ¶ 昔馴染 oude vlam. ¶ お馴染の geregelde bezoeker.

zōkei造詣
zenaku善惡

(善悪) zn. goed en kwaad o.; deugd en ondeugd v. ¶ 善惡を知る木 boom der kennis van goed en kwaad.

yokoku豫告

(予告) zn. voorafgaande kennisgeving v. ¶ 豫告する vooraf kennis geven; vooruit mededeelen.

yakubutsu藥物

(薬物) zn. artsenij v.; geneesmiddel o. ¶ 藥物學 kennis der geneesmiddelen; artsenijbereidkunde; pharmacie. ¶ 藥物學者 pharmaceut.

unchiku蘊蓄

zn. grondige kennis v.; groote geleerdheid v. ¶ 蘊蓄ある geleerd; kundig.

ueru餓ゑる

i.w. honger hebben; snakken naar; smachten naar. ¶ 餓ゑた hongerig; smachtend; uitgehongerd. ¶ 餓ゑては食を選ばず honger is de beste kok. ¶ 知識に餓ゑて居る dorsten naar kennis.

tsūkoku通告

zn. kennisgeving v.; bekendmaking o.; mededeeling v. ¶ 通告する kennis geven; mededeelen; berichten.

tsūgyō通曉

(通暁) zn. ervarenheid v.; grondige kennis v. ¶ 通曉する bedreven zijn; veel ervaring hebben; grondig kennen. ¶ 通曉せる ervaren; bedreven; deskundig.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sugoi凄い
(すごい、スゴイ) bn. (1) afschrikwekkend; benauwend; gruwelijk; huiveringwekkend. ¶ すごいにらむ sugoi me de niramu met een ijselijke blik aanstaren; met een schrikaanjagende blik aankijken. (2) ongewoon; verbazend; opmerkelijk; bewonderenswaardig; geweldig; excellent; fameus; fantastisch; ongelooflijk; ongehoord; verbluffend. ¶ すごい腕前 sugoi udemae opvallend bekwaam. ¶ はすごい知識を持ったです。すなわち、生き字引ですKare wa sugoi chishiki wo motta hito desu. Sunawachi, ikijibiki desu. Hij beschikt over ongelooflijke kennis. Hij is een levende encyclopedie. (TTC) ¶ 姉さんはすごい美人だ。 Kare no neesan wa sogoi bijin da. Zijn zus is een opmerkelijke schoonheid. (TTC) (tevens als uitroep van bewondering of emotie) ¶ へー、キーボード見ないで文字打てるんだ。スゴイわねー。♀ Hèè? kiiboodo minaide moji uterun da. Sugoi wa nèè. Hé, jij kunt tikken zonder te kijken naar het toetsenbord. Cool zeg! (TTC) (3) (zowel in negatieve als positieve zin) in ongewone mate; excessief; extreem; vreselijk; bovenmatig; ontstellend; ontzettend; uiterst; verdomd; zeer; erg; groot (aantal). 半時間ほどすごい土砂降りだった。Hanjikan hodo sugoi doshaburi datta. Een half uur lang hadden we een vreselijke stortregen; Het was een ontzettende stortbui van een half uur. (TTC) bw. ¶ 今日はすごく暑いKyō wa sugoku atsui. Het is vandaag vreselijk warm. (TTC) ¶ が光に対してすごく敏感なのですMe ga hikari ni taishite sugoku binkan na no desu. Mijn ogen zijn enorm gevoelig voor licht. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kennis>
ナレッジ narejji kennis; geleerdheid; informatie; wetenschap
学術 gakujutsu wetenschap; kennis
学識 gakushiki geleerdheid; (wetenschappelijke) kennis; eruditie
御存じ;御存知;ご存じ;御存 gozonji (1) het weten; kennis; besef; bewustzijn; wetenschap; (2) bekende; kennis; relatie; iemand met wie men regelmatig omgaat; (3) het weten; het kennis hebben van; het kennis dragen van; het bekend zijn met; het op de hoogte zijn van; het kennen
心当り kokoroatari kennis; idee; aanwijzing; vermoeden; aanleiding tot vermoedens
心得 kokoroe (1) kennis; begrip; ervaring; knowhow; (2) voorschriften; regels; reglement; reglementering; aanwijzingen; instructies; (3) waarnemend ~; loco-; vervangend ~
承知 shōchi (1) kennis; besef; bewustzijn; bewustheid; onderkenning; (2) toestemming; instemming; inwilliging; goedkeuring; akkoord
chi (1) wijsheid; verstand; rede; (2) kennis; geleerdheid; (3) intellect; intelligentie; (4) [boeddh.] jñāna; bodhi; [hind.] Brahmajñāna; (5) list
気絶する kizetsusuru flauwvallen; in zwijm vallen; in onmacht vallen; bezwijmen; [inform.] van z'n stokje vallen; gaan; buiten bewustzijn; kennis; westen raken; wegraken; z'n bewustzijn verliezen
相識 sōshiki het feit iemand; elkaar te kennen; [i.h.b.] kennis; bekende
知人 chijin kennis; bekende
知合い shiriai (1) kennis; bekende; (2) onderlinge bekendheid; onderlinge vertrouwdheid; het elkaar kennen; (3) [~の] bekend
知見 chiken (1) waarneming; besef; bevinding; (2) kennis; inzicht; informatie; visie; (3) [boeddh.] jñāna-darśana [= gefundeerd begrip]
知識;智識 chishiki kennis; weten; weet; wetenschap; informatie
shiki (1) inzicht; (2) bekendheid; kennis; (3) aantekening; notitie; (4) [boeddh.] vijñāna [= ± bewustzijn;één van de vijf skandha's]; (5) [boeddh.] vijñāna [= ± bewustzijn;één van de twaalf nidāna's]; (a) inzicht; kennis; (b) [boeddh.] vijñāna; (c) gedachte; mening; (d) kennis; bekendheid; (e) teken; notering
近付き chikazuki (1) bekendheid; vertrouwdheid; (2) kennis; bekende
tsū (1) kenner; expert; connaisseur; deskundige; autoriteit; sommiteit; (2) vertrouwdheid; kennis; deskundigheid; autoriteit; (3) begrip; inleving; (4) subtiel persoon; geraffineerd iemand; (5) man; vrouw van de wereld; mondain iemand; (6) het vertrouwd zijn met; het goed op de hoogte zijn van; het goed ingelicht zijn over; het goed ingevoerd zijn in; het goed thuis zijn in; het geverseerd zijn in; het doorkneed zijn in; het bedreven zijn in; het goed onderlegd zijn in; het bekend zijn met; het wegwijs zijn in; (7) x brieven; x stuks; x exemplaren [kwantor voor brieven;documenten;afschriften enz.]
面識 menshiki bekendheid; vertrouwdheid; kennis
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.47 sec. jiten.nl: 11 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'kennis'). 
2005-2026