日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘afwachten’
日蘭辭典 (trefwoord)
toki
zn. (1) [時間] tijd m.; uur o. (2) [瞬間] oogenblik m. (3) [期] tijd m.; gelegenheid v. (4) [場合] geval o. (5) [時代] periode v.; tijdperk. (6) [季節] seizoen o. (7) [期限] termijn m.(8) [文法の] tijd m. ¶ 十の op tienjarigen leeftijd. ¶ に應じて al naar het uitkomt. ¶ に合ふ gelegenheid afwachten. ¶ を待つ tijd besteden. ¶ を誤らずに來る stipt op tijd komen. ¶ 外れの ontijdig; ongelegen. ¶ の toenmalig; van dien tijd. ¶ に toen; als; wanneer. ¶ 丁度よいに juist bij tijds. ¶ 私が子供のに toen ik nog een kindwas; in mijn jeugd. ¶ には in geval van; gesteld, dat ...... ¶ としては soms; van tijd tottijd.
matsu待つ
t.w. (1) [待つ] wachten; afwachten; i.w. wachten op. t.w. (2) [期待する] verwachten. i.w. (3) hopen op. ¶ 伏して待つ op wachten. ¶ 明日まで待つ tot morgen wachten. ¶ 好機を待つ gelegenheid afwachten. ¶ すこし待て wacht even. ¶ 待つ身は長い als men wacht, valt de tijd lang. ¶ 言を待たず onnoodig te zeggen ......; het spreekt van zelf dat...... ¶ ではお待ち申して居ります ik verwacht u dus.
kaitō囘答
tsugō都合

(都合) zn. (1) [便宜] gemak o.; voordeel o. (2) [事情] omstandigheden v.mv.; situatie v. (3) [場合] gelegenheid v. (4) [機會] geschikte gelegenheid v. bw. (5) [合計] totaal. ¶ 雙方に都合が好い voordeelig voor beide partijen. ¶ 都合により wegens omstandigheden. ¶ 其の時の都合で al naar het dan uitkomt. ¶ 都合次第に zoodra het schikt. ¶ 都合を待つ goede gelegenheid afwachten. ¶ 都合惡しき ongelegen; ongunstig. ¶ 都合よき gelegen; geschikt; gunstig. ¶ 都合よく gelukkig; het trof goed, dat..... ¶ 都合する schikken; regelen; regeling treffen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <afwachten>
予期する yokisuru verwachten; afwachten; uitzien naar; tegemoet zien; anticiperen
候ふ samorafu (1) wachten op een goede gelegenheid; afwachten; verbeiden; beiden; (2) dienen; bedienen; in dienst zijn van
待ち受ける machiukeru wachten op; afwachten; inwachten; opwachten; [form.] beiden; [form.] verbeiden
待つ;俟つ matsu (1) wachten (op); verbeiden; afwachten; beiden; opwachten; verwachten; tegemoet zien; uitzien naar; in afwachting zijn van; inwachten; [Barg.;volkst.] darren; [arch.] vertoeven; (2) rekenen op; staat maken op; aangewezen zijn op; behoeven; vergen
期する kisuru (1) [時期;期限を] vastleggen; bepalen; prikken; (2) [必勝を] zich vast voornemen; daadwerkelijk plannen; z'n zinnen zetten op; (3) [生還を] verwachten; hopen op; uitkijken naar; tegemoet zien; afwachten; rekenen op; voorzien; anticiperen; zich voorbereiden op; (4) [再会を] beloven; afspreken
期する gosuru (1) [必勝を] zich vast voornemen; daadwerkelijk plannen; z'n zinnen zetten op; (2) [生還を] verwachten; hopen op; uitkijken naar; tegemoet zien; afwachten; rekenen op; voorzien; anticiperen; zich voorbereiden op; (3) [再会を] beloven; afspreken
期す kisu (1) [時期;期限を] vastleggen; bepalen; prikken; (2) [必勝を] zich vast voornemen; daadwerkelijk plannen; z'n zinnen zetten op; (3) [生還を] verwachten; hopen op; uitkijken naar; tegemoet zien; afwachten; rekenen op; voorzien; anticiperen; zich voorbereiden op; (4) [再会を] beloven; afspreken
期す gosu (1) [必勝を] zich vast voornemen; daadwerkelijk plannen; z'n zinnen zetten op; (2) [生還を] verwachten; hopen op; uitkijken naar; tegemoet zien; afwachten; rekenen op; voorzien; anticiperen; zich voorbereiden op; (3) [再会を] beloven; afspreken
狙う nerau (1) op de loer liggen; wachten [op prooi]; azen (op); 't gemunt hebben op; een oogje hebben op; op het oog hebben; uit zijn op; [zijn kans] afwachten; uitkijken naar; ogen (naar); vlassen op; [naar iem. leven] staan; [i.h.b.] onder schot nemen; in de gaten houden; (2) mikken (op); richten (op); aanleggen (op); doelen op; viseren; pointeren; (3) beogen; streven naar; nastreven; najagen; willen (bemachtigen); trachten te behalen; proberen te bereiken; bedoelen
窺う ukagau (1) gluren; loeren; turen; [Belg.N.] piepen; (2) afwachten; uitzien naar; loeren op; (3) bestuderen; opnemen; aandachtig bekijken; (4) opmaken; concluderen; uitmaken; afleiden; deduceren; infereren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.35 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'afwachten'). 
2005-2026