RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <tijdperk>
エイジ eiji (1) leeftijd; (2) tijdperk
エポック epokku (1) tijdvak; tijdperk; periode; epoque; (2) keerpunt; mijlpaal; epoche
一世 issei (1) regeerperiode; regeringsperiode; tijdperk; (2) tijd waarin iemand leefde; iemands tijd; bestaan; generatie; (3) de eerste; I [ter onderscheiding van iemands latere naamgenoten]; (4) eerste generatie nieuwkomers
世の中;世間 yononaka wereld; het leven; tijden; tijdperk
世紀 seiki (1) eeuw; [w.g.] century; (2) tijd; tijdperk; (3) [maatwoord voor eeuwen]
世 sei (1) [achtervoegsel waarmee de rang- of volgorde in een generatie;positie;titel enz. wordt aangegeven]; (a) generatie; [i.h.b.] periode tijdens dewelke men familiehoofd was; (b) voorgeslacht; (c) tijdsinterval; tijdperk; (d) wereld; leven; (e) [geol.] tijdvak; epoque
世 yo (1) mensenleven; leven; levensduur; levenstijd; generatie; (2) tijdperk; tijd; era; [i.h.b.] heerschappij; regering; (3) familiehoofdschap; patriarchaat; (4) [boeddh.] leven; bestaan; existentie; (5) [boeddh.] lekenbestaan; lekenwereld; seculiere; profane wereld; (6) samenleving; maatschappij; leven; wereld; (7) maatschappelijke positie; stand; (8) tijdsgeest; tijdstroom; trend; (9) levensonderhoud; kost; (10) periode; tijd; gelegenheid; moment; (11) land; rijk; (12) relatie; liaison; liefdesbetrekking
代 dai (1) tijd; generatie; [meton.] regeerperiode; regeringstijd; regering; bewind; beheer; (2) vervanging; substitutie; vervanger; compensatie; (3) plaatsvervanger; plaatsvervuller; remplaçant; substituant; substituut; opvolger; (4) prijs; waarde; kosten; tarief; -geld; -rekening; -nota; (5) [geol.] era; hoofdtijdperk van de geologische tijdschaal; (6) [Chin.gesch.] Daì [streek in het grensgebied van de huidige provincies Héběi 河北 en Shānxī 山西]; (7) [Chin.gesch.] Daì [door Tuòbá Yīlú 拓跋猗盧 gestichte Xiānbēi 鮮卑-staat (315-376)]; (8) dai [landmaat van 1;50 tan 段 (± 1.188 m²)]; (9) -ste; -de [rangtelwoordelijk suffix voor leiders en regeerders]; (10) [benaderende aanduiding van een periode of leeftijd]; (11) [adressering] ten behoeve van …; [afk.] t.b.v. …; (a) vervanging; aflossing; assistent-; adjunct-; vervangend; waarnemend; loco-; (b) ruilmiddel; prijs; (c) generatie; regeerperiode; (d) historische periode; tijdperk; de jaren …; de …-er jaren; (e) tienjarige periode; decennium; -tiger; -tigjarige
年代 nendai (1) ouderdom; datering; datum [in de geschiedenis enz.]; jaartal; (2) periode; tijdvak; era; jaren [zeventig;tachtig enz.]; tijden; tijdperk; tijd; (3) generatie; jaargang
年間 nenkan (1) jaar; jaarkring; (2) [Meiji-;Shōwa- enz.] periode; jaren; tijd; era; tijdperk
時代 jidai (1) de tijden; tijd; (2) tijdperk; periode; eeuw; tijdvak; era; epoque; (3) oude tijden; (4) [maatwoord voor tijdperken;periodes]
期 ki (1) periode; (2) anticipatie; verwachting; (3) tijdperk; tijdvak; (4) tijdstip
紀 ki (1) Ki; (a) regel; bepaling; (b) registreren; (c) jaar; tijdperk; (d) kroniek; (e) [geol.] periode; geologisch tijdperk; (f) Nihonshoki; (g) provincie Kii
紀元 kigen tijdvak; tijdperk; eeuw; epoque; era; tijd; tijdrekening; jaartelling
葉 yō (1) [plantk.] lob; (2) generatie; tijdperk; (3) [boeddh.] mandaat; ambtstermijn; (4) blad; (5) [maatwoord voor op een blad lijkende voorwerpen waaronder vellen papier;foto's;kaarten;briefkaarten;boekenleggers]; (6) [maatwoord voor bladzijden]; (7) [maatwoord voor stofjes]; (8) [maatwoord voor bootjes;schuiten]; (a) [plantk.] blad; (b) vel; [飛行機の] vleugel; (c) generatie; tijdperk