日蘭辭典+

24 resultaten voor ‘dienen’
日蘭辭典 (trefwoord)
tsukaeru使へる
(使える、遣える) i.w. dienen tot; goed zijn voor; bn. nuttig; bruikbaar; geschikt.
tsukaeru仕へる
(仕える、事える) i.w. dienen; in dienst zijn van; gehoorzamen.
hazu
(はず) zn. noodzakelijkheid v.; wenschelijkheid v.; verplichting v. ¶ 行く筈だ ik dien wel te gaan; ik behoor te gaan. ¶ 知らぬ筈はない hij behoort het te weten. ¶ が晚餐に來る筈だ ik krijg mijn moeder te eten; mijn moeder komt vanavond eten. ¶ ひとりでにこはれる筈はない het kan niet vanzelf gebroken zijn.
uketsuke受附

zn. informatiebureau; bureau van den portier. ¶ 受附掛 portier; concierge. ¶ 受附ける in ontvangst nemen. ¶ 願書は三日以後は受附けず verzoeken na den derden ontvangen worden zonder meer ter zijde gelegd; verzoeken uiterlijk in te dienen den derden van deze maand.

tsukaidokoro使所

zn. gebruik o.; nut o.; dienst m. ¶ 使處がない nergens toe dienen; onbruikbaar zijn.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <dienen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
なくてはならない nakutehanaranai (1) [drukt een verantwoordelijkheid;plicht uit] moeten; horen; behoren; verplicht zijn; dienen; hebben te; zullen; (2) [drukt een noodzaak uit] moeten; gedwongen zijn
なければならない nakerebanaranai (1) […~] [drukt een verantwoordelijkheid;plicht uit] moeten; horen; behoren; verplicht zijn; dienen; hebben te; zullen; (2) […~] [drukt een noodzaak uit] moeten; gedwongen zijn
ji (1) zaak; geval; werk; (2) [boeddh.] artha [= fenomeen;praktijk]; (a) ding; zaak; geval; (b) daad; handeling; werk; (c) dienen; ten dienste staan
伽をする togiwosuru (1) bedienen; dienen; verzorgen; (2) gezelschap houden; vergezelschappen; (3) vermaken; entertainen; amuseren
侍る haberu bedienen; dienen; ten dienste staan; terzijde staan
候ふ saurafu (1) dienen; bedienen; ten dienste staan; (2) [werkwoordelijke hoffelijkheidsvariant van aru] zijn; zich bevinden; hebben; (3) [werkwoordelijke hoffelijkheidsvariant van iru] zijn; zich bevinden; (4) […さうらふ] [hulpwerkwoordelijke hoffelijkheidsvariant van dearu]; (5) […さうらふ] [hulpwerkwoordelijke hoffelijkheidsuitgang]
候ふ saburafu (1) dienen; bedienen; ten dienste staan; (2) [hum.] bezoeken; zich begeven naar; toegaan naar; (3) [hum.] in het bezit zijn van; (4) [hoff.] zich bevinden; verblijven; vertoeven; (5) […さぶらふ] [hulpwerkwoordelijke hoffelijkheidsvariant van aru]; (6) […さぶらふ] [hulpwerkwoordelijke hoffelijkheidsuitgang]
候ふ samorafu (1) wachten op een goede gelegenheid; afwachten; verbeiden; beiden; (2) dienen; bedienen; in dienst zijn van
勤労する kinrousuru werken; arbeiden; dienst doen; dienen
勤務する kinmusuru in dienst zijn; werkzaam zijn; dienst hebben; werken; dienen; een betrekking; aanstelling; functie hebben bij
奉仕する houshisuru (1) dienen; zich ten dienste stellen (van); in dienst zijn van; bedienen; (2) voor een zacht prijsje verkopen; goedkoop van de hand doen
奉公する houkousuru (1) dienst verlenen; dienen; in dienst zijn van; (2) inwonend bediende zijn; inwonend leerling zijn; (3) [gesch.] herendienst verlenen; hand-en-spandiensten leveren
成らない naranai (1) […て~] [drukt een verbod uit] niet mogen; niet kunnen; het is verboden …; (2) […なくては;なければ;ねば~] [drukt een verantwoordelijkheid;plicht;noodzaak uit] moeten; horen; behoren; verplicht zijn; dienen; hebben te; zullen; (3) […て~] [drukt een onweerstaanbaar gevoel uit] niet anders kunnen dan; zich niet aan het gevoel kunnen onttrekken dat; het niet kunnen helpen
接する sessuru (1) grenzen (aan); aanliggen (tegen); palen (aan); liggen (aan); reiken tot aan; komen tegen; belendend; contigu; naburig zijn; (2) zich bezighouden met; behandelen; omgaan met; omspringen met; [m.b.t. clientèle] bedienen; dienen; zorgen voor; (3) in aanraking; contact komen met; te maken krijgen met; ontmoeten; ervaren; tegen het lijf lopen; stoten op; stuiten op; vinden; aantreffen; tegenkomen; betrokken raken bij; [een ongeval enz.] krijgen; [m.b.t. nieuws] vernemen; (4) [ook m.b.t. wisk.] raken (aan); aanraken; (5) in aanraking; contact brengen met; aanbrengen; zetten; plaatsen tegen
礼拝する raihaisuru [神を] dienen; vereren; aanbidden
礼拝する reihaisuru [神を] dienen; vereren; aanbidden
給仕する kyuujisuru bedienen; dienen; tafeldienen; opdienen; serveren
足しになる tashininaru van pas komen; te baat komen; nuttig zijn; dienen; in een behoefte voorzien
bai (a) dienen; bedienen; (voornaam gezelschap) terzijde staan; (de eer hebben te) begeleiden; (b) onderleenman; achterleenman
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'dienen'). 
2005-2026