日蘭辭典+

30 resultaten voor ‘toe’
日蘭辭典 (trefwoord)
akiru飽きる
i.w. (1) [滿腹] verzadigd zijn. (2) [厭ふ] genoeg hebben van. ¶ 世に厭きた levensmoede. ¶ 飽きる程 tot vervelens toe.
yakuzaやくざ
zn. onwaarde v.; prulleboel m. ¶ やくざの klungelig; prullig; waardeloos; nergens toe deugend; ondeugdelijk. ¶ やくざ者 nietsnut. ¶ やくざ女 slet; lel.
yoi好い

bn. (1) [善良] goed. (2) [より良い] beter. (3) [美なる] mooi; fraai. (4) [好ましい] lief; aangenaam; prettig. (5) [十分] voldoende. (6) [正しい] juist; oprecht. (7) [許可] geoorloofd. i.w. (8) [構はぬ] komt er niet op aan; doet er niet toe; laat maar. ¶ 好い天氣 mooi weer. ¶ 胃によい goed voor de maag. ¶ しなくてもよい niet noodig om te doen; onnoodig. ¶ よい樣にする doen als men wil; eigen zin volgen. ¶ 外出してもよいか mag ik uitgaan? ¶ 今日來ればよいが ik hoop maar, dat hij vandaag komt. ¶ 君と一緒に行つてもよい ik heb er geen bezwaar tegen met je mee te gaan.

よう

tw. toe nu!; als 't u belieft. ¶ 連れて行つて下さいよう toe, neem mij mee!

ushiromukini後向に

bw. met den rug gekeerd naar. ¶ 後向に座る met den rug naar iemand toe zitten.

un

zn. lot o.; geluk o.; fortuin v. ¶ 運が向く de fortuin lacht……toe; geluk hebben. ¶ 運が盡きる het is met……gedaan; de ster van zijn geluk is ondergegaan. ¶ 運を試す zijn geluk beproeven; een kansje wagen. ¶ 運惡く ongelukkig; ongelukkigerwijze; helaas. ¶ 運よく gelukkig; goddank. ¶ 運は天に在り ons lot is in Gods hand.

tsumasaki爪先

zn. teenen m.mv. ¶ 頭から爪先まで van het hoofd tot de teenen toe. ¶ 爪先で步く op de teenen loopen. ¶ 爪先上り stijgend pad.

-tsukeruつける

i.w. gewend zijn; gewoon zijn. ¶ 行きつけた料理屋 het restaurant, waar men gewoonlijk naar toe gaat. ¶ 歩きつけない道 een weg, dien men nog niet kent.

tsukaidokoro使所

zn. gebruik o.; nut o.; dienst m. ¶ 使處がない nergens toe dienen; onbruikbaar zijn.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <toe>
いざ iza kom!; toe!; hup!; komaan!; vooruit!; allee!; [veroud.] tsa!
どうか dōka (1) op de één of andere manier; op de één of andere wijze; enigerwijs; ergens; (2) alstublieft; asjeblief; wees zo goed; toe; mag ik (u) vragen; gelieve; graag; (3) of [volgend op het vraagpartikel ka か]; (4) vreemd; raar; bizar; excentriek; gek; onalledaags; zonderling; buitenissig
どうぞ dōzo (1) gelieve; alstublieft; asjeblief; toe; wees zo goed; mag ik (u) vragen; graag; (2) ga je gang; zeker; welzeker; begin maar; ga voort; [radiotechn.] over
まあ maa (1) wel; kom; komaan; toe; welaan; toch [drukt een uitnodiging of berusting uit]; (2) nou; mwah (vooruit dan maar); laten we zeggen; wel [drukt voorbehoud uit]; (3) o!; hé!; ha; wel verdraaid; nee maar!; lieve hemel [uitroep van verwondering;verrassing enz.;vaak vrouwentaal]
デザート dezāto dessert; nagerecht; toetje; toespijs; [w.g.] toe
何々 naninani (1) het een en ander; een zekere; dat en dat [zeggen enz.]; die en die [dingen enz.]; (2) wat; wablief; kom kom; toe
借りパク karipaku (1) niet-teruggave van wat geleend is; (2) toe-eigening van leengoed
先取り sakidori (1) voorafname; voorafneming; toe-eigening vooraf; inbezitneming vooraf; verwerving vooraf; (2) anticipatie; inspeling; voorvoeling
八幡 hachiman (1) de god Hachiman; (2) Hachiman-heiligdom; (3) Hachiman; (4) [~ない] vast; zeker; beslist; gegarandeerd; ongetwijfeld; zonder twijfel; (5) echt; werkelijk; waarlijk; (6) alstublieft; toe
増減 zōgen toe- en; of afname; het op- en neergaan; vermeerdering en; of vermindering; stijging en; of daling; [m.b.t. getijde] het opkomen en het vallen; fluctuatie; schommeling; variatie; verandering; wijziging
増減する zōgensuru (1) toe- en; of afnemen; op- en neergaan; vermeerderen en; of verminderen; stijgen en; of dalen; rijzen en; of dalen; op- en teruglopen; variëren; veranderen; fluctueren; schommelen; wijzigen; (2) doen toe- en; of afnemen; variëren; doen veranderen; variatie aanbrengen
大変 taihen (1) crisis; zaak van betekenis; beproeving; (2) verschrikkelijk; erg; zeer; heel; ontzettend; vreselijk; enorm; hoogst; uiterst; bijzonder; uitzonderlijk; buitengewoon; geweldig; immens; hartstikke; ontzaglijk; afschuwelijk; akelig; zwaar; uitermate; danig; ernstig; (3) niet simpel; moeilijk; problematisch; zwaar; hard; lastig; niet voor de poes; geen sinecure; geen kinderspel; geen lachertje; een flinke job; een zware klus; (4) o God!; mijn God!; och God!; och gut!; God nog (aan) toe!; hè nee!; lieve deugd!; och gunst!; lieve; goeie hemel!; grote goedheid!; nee maar!; mijn hemel!; menslief!; goeie genade!; goeie grutten!; allemachtig!
奪取 dasshu verovering; buitmaking; inbezitneming; toe-eigening; inneming; inname; afhandigmaking; roof
奪取する dasshusuru veroveren; buitmaken; in bezit nemen; toe-eigenen; innemen; afhandig maken; roven; wegkapen
専有 sen'yū (1) alleenbezit; exclusief bezit; (2) monopolisering; exclusieve (in)bezitneming; toe-eigening
専有する sen'yūsuru exclusief bezitten; het alleenbezit nemen; exclusief in bezit nemen; toe-eigenen; tot zijn eigendom maken; monopoliseren
捧げる sasageru (1) hoog opsteken; omhoogsteken; in de hoogte steken; in de hoogte geven; opgeven; aanreiken; (2) offeren; opdragen; wijden (aan); toewijden; inscriberen; [rel.] bevelen; [veroud.] opofferen; [m.b.t. boek] dedicaceren; [veroud.] toe-eigenen
gata (1) ongeveer; met ~; (2) aan de kant van; (3) naar [de avond enz.] toe
独占 dokusen (1) exclusief bezit; alleenbezit; (2) monopolisering; exclusieve (in)bezitneming; toe-eigening; (3) [econ.] monopolie; corner
私する watakushisuru (zich) toe-eigenen; tot het zijne maken; inpalmen; verschalken; voor privégebruik bezigen; in eigen zak steken; (zich) aanmatigen; usurperen
閉じた tojita gesloten; dicht; toe; [〃目] geloken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.2 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 21 treffers (zoekopdracht: 'toe'). 
2005-2026