日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘vastmaken’
日蘭辭典 (trefwoord)
kuttsukeruくつつける

t.w. (1) [密着] bevestigen; vastmaken. (2) [糊で] vastlijmen; plakken.

tsukeru附ける

(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vastmaken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
くっ付ける kuttsukeru (1) vastmaken; bevestigen; vasthechten; aanhechten; aanvoegen; (2) vastlijmen; aanlijmen; vastkleven; vastplakken; aanplakken; aaneenplakken
付ける;附ける tsukeru (1) bevestigen aan; aanbrengen; aanleggen; vasthechten; vastmaken; [役馬を] spannen voor; aanhechten; hechten; [翻訳を] toevoegen; [×印を] aankruisen; [印を] afdrukken; [器具を] installeren; monteren aan; aanleggen; [接着剤で] plakken; [ばたー;くりーむ;じゃむを] smeren; [しみを] maken; aanmaken op; (2) [傷;跡を] achterlaten; nalaten; (3) zich eigen maken; aanleren; zich verwerven; [習慣を] zich aanwennen; [力を] opdoen; (4) [乳母を] engageren; aannemen; in de arm nemen; (5) [注意;目を] vestigen op; [犯人;車を] schaduwen; volgen; (6) [条件を] opleggen; [疑問符;こめんと;注文を] plaatsen; zetten; [名;味を] geven; [実;利子を] dragen; [点を] toekennen; (7) [料理を] opdienen; serveren; [仕事に片を] regelen; afdoen; afhandelen; zijn beslag geven; voor elkaar brengen; (8) [正札を] hechten; [値を] voorzien van; stellen op; (9) opschrijven; opnemen; noteren; aantekenen; boeken; [日記を] bijhouden; houden; (10) [手を] beginnen met; aanvangen; [連絡を] opnemen; [火を] aanleggen; in brand steken
括る kukuru (1) binden; vastbinden; vastmaken; bundelen; (2) [首を] zich verhangen; (3) [かっこで] tussen haakjes zetten; plaatsen; (4) [収支を] vereffenen; verrekenen; afsluiten; salderen
掛ける kakeru (1) ophangen; hangen; behangen; [鉤に〜] vasthaken; [十字架に〜] slaan; [審議に〜] aanhangig maken; (2) zetten tegen; plaatsen tegen; (3) bedekken; afdekken; spreiden over; overspreiden; overdekken; leggen op; [火に〜] op het vuur zetten; (4) [けーぶるを〜] leggen; [橋を〜] aanleggen; slaan; bouwen; installeren; (5) gaan zitten; plaatsnemen; zich neerzetten; (6) besprenkelen; gieten over; uitgieten over; begieten; bestrooien; [火を〜] in brand steken; [さらだにどれっしんぐを〜] aanmaken; (7) [眼鏡を] opzetten; [しょーるを〜] omdoen; bekleden met; aankleden; (8) [ぼたんを〜] dichtdoen; vastmaken; [錠を〜] sluiten; grendelen; vergrendelen; (9) [電話を〜] telefoneren; bellen; opbellen; een telefoontje plegen; [電報を〜] telegraferen; (10) wegen; het gewicht vaststellen; (11) vermenigvuldigen; (12) [望みを〜] een wens doen; z'n hoop vestigen op; [問いを〜] richten; [思いを〜] verliefd worden op; [人に…の疑いを〜] aankijken op; (13) [税を〜] opleggen; heffen; [面倒を] berokkenen; veroorzaken; bezorgen; aandoen; [心配を〜] met bezorgdheid vervullen; bezorgdheid teweegbrengen; zorgwekkend zijn; zorgen baren; verontrusten; troebleren; (14) [機械を〜] aanzetten; [目覚し時計を〜] zetten; [みしんを〜] met; op de machine naaien; [あいろんを〜] strijken; [れこーど;CDを〜] opzetten; afdraaien; [時計のねじを〜] opwinden; (15) [暇;金を〜] besteden aan; (16) [賞金を〜] uitloven; (17) [診療に〜] onder medische behandeling plaatsen; onderwerpen aan; laten opnemen; [裁判に] voor het gerecht brengen; voor de rechter brengen; voorbrengen; laten voorkomen; consulteren; (18) [雌牛を雄牛に〜] stieren; naar; onder de stier brengen; laten paren; laten bollen; (19) [心に〜] denken aan; in acht nemen; in gedachten houden; voor ogen houden; rekening houden met; zich aantrekken; ter harte nemen; indachtig zijn; gedachtig zijn; onthouden
留める tomeru (1) vastmaken; bevestigen; vastzetten; vastbinden; vastklemmen; vasthechten; vastleggen; fixeren; hechten; op z'n plaats houden; [糸を] afhechten; [編み目を] afkanten; [ろーぷを] vastsjorren; beleggen; seizen; [鋲で] vastkloppen; vastklinken; [釘で] vastnagelen; vastspijkeren; [ぴんで] vastpinnen; [ぼたんで] dichtknopen; toeknopen; vastknopen; [ほっく;かぎで] aanhaken; vasthaken; dichthaken; (2) ophouden; tegenhouden; aanhouden; vasthouden; gevangen houden; in hechtenis houden; in arrest houden; in verzekerde bewaring houden; detineren; [学校で] laten nablijven; laten schoolblijven; (3) [心;気に] denken aan; ernstig overdenken; in acht nemen; acht slaan op; letten op; in gedachten houden; voor ogen houden; rekening houden met; zich aantrekken; aandacht schenken aan; ter harte nemen; indachtig zijn; gedachtig zijn; onthouden; in het hart prenten; in het gemoed prenten; (4) […に目を] de ogen vestigen op
着ける tsukeru (1) aanleggen; [scheepv.] (af)meren; (aan de wal) vastleggen; vastmaken; stilhouden; stoppen; parkeren; [aan de kant enz.] zetten; [i.h.b.] voorrijden (tot aan ~); (2) doen raken; ertegenaan brengen; in aanraking brengen met; [de eerste hand enz.] leggen aan; (3) [iem. in een bep. positie] brengen; plaatsen; zetten; doen zitten; doen plaatsnemen; zitting doen nemen in; (4) aantrekken; aandoen; zich [in het zwart enz.] steken; zich kleden; [een lint in het haar enz.] steken; [een broche enz.] opsteken; [m.b.t. masker] opzetten; aanbrengen; (5) zich eigen maken; zich verwerven; aanleren
結び付ける musubitsukeru (1) aanbinden; binden aan; vastbinden; vastknopen; aanknopen; vastmaken; vasthechten; verbinden; koppelen aan; aankoppelen; aaneenkoppelen; vastkoppelen; vastsjorren; sjorren; (2) in verband brengen met; verbinden met; verenigen; koppelen; samenbrengen; tot elkaar brengen; liëren; [Belg.N.] connecteren
結ぶ;掬ぶ musubu (1) binden; verbinden; vastbinden; dichtbinden; [紐を〜]knopen; dichtknopen; vastknopen; vastleggen; vastmaken; samenbrengen; voegen; samenvoegen; verenigen; aanbinden; aaneenvoegen; aaneensluiten; aansluiten; aaneenschakelen; koppelen; samenkoppelen; in verband brengen; relateren; (2) vormen; maken; [vrucht] dragen; [vriendschap enz.] sluiten; [betrekkingen enz.] aanknopen; [een coalitie enz.] aangaan; [de handen enz.] ineenslaan; [een contract enz.] afsluiten; (3) beëindigen; besluiten; afsluiten; (4) (掬ぶ) met de handen [water enz.] scheppen; met de handen opscheppen; (5) [実を〜] vruchten dragen
縛り付ける shibaritsukeru (1) vastbinden; vastmaken; vastknopen; vasthechten; (2) aan banden leggen; binden; beperken; beteugelen; kluisteren
縛る shibaru (1) vastbinden; binden; bijeenbinden; samenbinden; opbinden; knevelen; knopen; sjorren; vastsjorren; vastknopen; vastmaken; vastleggen; vastsnoeren; [zeew.] beleggen; [m.b.t. scheepv.] seizen; dichtbinden; dichtsnoeren; dichtrijgen; [m.b.t. wonde] verbinden; afbinden; (2) [fig.] binden; [fig.] inbinden; beperken; [fig.] knevelen; [fig.] kluisteren; [fig.] boeien; [fig.] ketenen; beknotten; [uitdr.] de handen binden; [uitdr.] aan banden leggen
繋ぐ tsunagu (1) verbinden; aan elkaar binden; samenbinden; linken; in verband brengen (met); aaneenschakelen; aankoppelen; aaneenkoppelen; koppelen; samenkoppelen; aanvoegen; aan elkaar rijgen; vastmaken; vastbinden; vastkoppelen; vastleggen; tuieren; [鎖で] ketenen; [犬を] aanlijnen; [scheepv.] vastmeren; [scheepv.] (ver)tuien; [een paard voor een wagen enz.] spannen; [獄に] in de gevangenis zetten; opsluiten; vastzetten; gevangenzetten; kerkeren; [手を] de handen ineenslaan; elkaar de hand geven (om een kring te vormen enz.); (2) [comp.] aansluiten (op); inpluggen (in); [telef.] doorverbinden met; (3) [興味を] vasthouden; [命を] in leven blijven; [座を] z'n publiek blijven boeien; geboeid houden; [望みを] zich aan de hoop vastklampen; niet opgeven
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.56 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'vastmaken'). 
2005-2026